Natuurdagboek 2024
Wesp uit het oosten

Wesp uit het oosten

Oriëntaalse hoornaar. Foto Varja Dijksterhuis
Oriëntaalse hoornaar. Foto Varja Dijksterhuis

Sars, vogelgriep, covid; we hebben al wat onverlaten uit Azië gehaald, en er volgen er vast nog meer. Ook onder insecten vallen we in de prijzen uit het oosten. Op de asociale media komen plaatjes voorbij van gewone wespen en Europese hoornaars met een angstig: ‘Is dit de Aziatische hoornaar?’ (altijd ‘de’, nooit ‘een’), vaak gevolgd door de vraag of en hoe men zich daartegen moet verdedigen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Reeën op de vlucht

Reeën op de vlucht

Reeën. Foto Koos Dijksterhuis
Reeën. Foto Koos Dijksterhuis

Bijna dagelijks zie ik reeën. Soms één, meestal twee, drie of vier, soms wel twaalf. Ik ken de plekken waar ze zich vaak vertonen. Ik houd de hond aan de lijn. Als ik stilsta en de kijker op ze richt, willen ze evengoed wel op de vlucht slaan. In het open veld is dat een fraai schouwspel – gazelles over de savanne.

Er zijn hier veel met bomen omzoomde grasveldjes, waar reeën grazen. Soms zitten ze op de grond en steken hun koppen boven het lange gras uit. Zelfs op cultuurgrond leven ze – in wilgenbosje op een slootoever kunnen ze al jongen werpen. Hoewel ze tot de hertachtigen horen, zijn ze niet heel groot. Een Duitse dog is groter.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kleurrijke wintertalingen

Kleurrijke wintertalingen

Wintertalingen m+v. Foto Koos Dijksterhuis
Wintertalingen m+v. Foto Koos Dijksterhuis

Sinds een maand of twee zijn er weer wintertalingen in Nederland. Wintertalingen zijn eenden die mondjesmaat in Nederland broeden maar vooral in oktober en november uit Oost-Europa komen, om hier de winter door te brengen. Het gaat om naar schatting een kleine honderdduizend overwinteraars. In de trektijd is dat aantal minstens het dubbele.

Als je wintertalingen naast wilde eenden ziet, wat momenteel in iedere met riet of andere waterplanten omzoomde plas mogelijk is, valt op hoe klein ze zijn. Ze zijn half zo lang en half zo hoog. Wintertalingen zijn onze kleinste eendjes, op de vlies gevolgd door zomertalingen, die hier juist alleen ’s zomers zijn, in piepkleine aantallen vanwege ons ongastvrije landbouwlandschap. Wintertalingen slinken ook in aantal vanwege de intensivering van het landgebruik in hun broedgebieden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Brekebeentjes op dood hout

Brekebeentjes op dood hout

Helmmycena + hond. Foto Koos Dijksterhuis
Helmmycena + hond. Foto Koos Dijksterhuis

De meeste paddenstoelen zien er fraai uit. Op de basisschool moesten we van de juf ingrediënten verzamelen voor een herfsttafel. We gingen er met de klas een uurtje voor het bos in. We kwamen terug met herfstbladeren, eikels en dennenappels, maar vooral paddenstoelen.

Het was genoeg om van alle schoolbanken herfsttafels te maken, en we kregen de boodschap mee paddenstoelen voorlopig te laten staan. Ik vrees dat we het bosje waar we zochten volledig gestript hadden. Ik vond dat toen al spijtig: iets moois kon je toch beter laten staan? Veel zwammen zijn echter zo klein of schutkleurig, dat we ze over het hoofd moeten hebben gezien. Ik denk dat de helmmycena’s (foto) ontsnapten aan de verzamelwoede.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Minder zeehondenpups

Minder zeehondenpups

Zeehondjes met publiek. Foto Koos Dijksterhuis
Zeehondjes met publiek. Foto Koos Dijksterhuis

Na een jarenlange toename daalt het aantal gewone zeehonden in de Waddenzee. Onlangs werden er tussen Den Helder en Esbjerg bijna 24 duizend zeehonden geteld, waarvan ruim een kwart in Nederland: 6600. Dat zijn er heel wat meer dan de 480 die er eind jaren ’70 nog waren.

In die tijd zag je vanaf de boot naar Schiermonnikoog bijna nooit een zeehond. Mijn zus en ik deden eens net alsof we er een zagen. Naar de horizon wijzend riepen we ‘zeehond, zeehond!’ Iedereen verdrong zich voor de reling, de boot hing scheef. De mensen zagen hem ook nog; in de verte lagen diverse kratten en boeien die als zeehond konden doorgaan.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Grijs met witte stippen

Grijs met witte stippen

Parelamaniet. Foto Koos Dijksterhuis
Parelamaniet. Foto Koos Dijksterhuis

Ze lijken sterk op elkaar, vind ik: de grauwe amaniet, de parelamaniet en de panteramaniet. Ze zijn alle drie grijs met witte stippen. Ze zijn familie van de rood met witgestipte vliegenzwammen, en lijken erop, met hun stippen, een knol waar ze uitgroeien en het velum om de steel: het rokje. De panteramaniet is wat vaker bruingrijs, de parelamaniet is wat vaker rozegrijs en de grauwe amaniet is grijsgrijs. De laatste groeit alleen onder eiken. De andere twee kunnen bij loofbomen zowel als naaldbomen staan, al heeft de panteramaniet een voorkeur voor loofbomen. De witte stippen op de grauwe amaniet zijn groter, een soort plakjes, en de stippen op de panteramaniet zijn witter dan die op de parelamaniet.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Competitie om een nest

Competitie om een nest

Zwarte kraai bij valkennest. Foto Koos Dijksterhuis
Zwarte kraai bij valkennest. Foto Koos Dijksterhuis

Niet ver van ons huis staat een grillig gevormde, dode boom. De boom staat in een verruigd weiland waar je niet in mag, en kent dus relatieve rust. Er zit een nest in. Eerder al schreef ik over dat nest, waarop torenvalken bleken te broeden. De valkjes zijn uitgevlogen, het broedseizoen is voorbij. Maar dat nest lijkt onverminderd in trek bij vogels die het wellicht volgend seizoen willen gebruiken.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Plaats- of geslachtsverandering bij de roodborsttapuit?

Plaats- of geslachtsverandering bij de roodborsttapuit?

Roodborsttapuit. Foto Koos Dijksterhuis
Roodborsttapuit. Foto Koos Dijksterhuis

Laatst schreef ik hier over de vele soorten zangvogels die in een els in het riet zaten. Van pimpelmees tot rietgors en van groenling tot blauwborst. Daags na publicatie wandelde ik langs die boom en zat er nota bene een roodborsttapuit in. Een mannetje.

Roodborsttapuiten hebben een oranje borst, terwijl roodborstjes een oranje borst, hals en snuit hebben. Roodborsttapuiten hebben daarbij een zwarte kop en een witte kraag, de mannetjes althans; de vrouwtjes zijn lichter en vager van kleur.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Miljoenen vogels tegen het raam

Miljoenen vogels tegen het raam

Vogelafdruk op raam. Foto Anneke + Koen Verf
Vogelafdruk op raam. Foto Anneke + Koen Verf

Ons huis is een verbouwd boerderijtje: een boerderijtjeshuis. Van buiten ziet het eruit zoals het in de jaren ’70 van de negentiende eeuw werd gebouwd. We hebben geen glazen pui of grote ramen.

Onder het raam vond ik niettemin een dode merelvrouw. Doodsoorzaak onbekend, maar ik verdenk het raam. Later hoorde ik een bons en vloog er een merelman weg. Onze ramen liggen niet recht tegenover elkaar, voor doorzonwoningen moeten we in de jaren ’70 van de twíntigste eeuw zijn. Maar ze zullen wel spiegelen en een verlengstuk van de tuin lijken.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Groen, geel, rood

Groen, geel, rood

Herfstkleuren. Foto Koos Dijksterhuis
Herfstkleuren. Foto Koos Dijksterhuis

Nu de herfst in gestrekte draf vordert, wordt het eens tijd voor herfstkleuren. Ik zie wel bomen en bosranden verkleuren tot geel of rood, maar ze zijn nog in de minderheid. Althans als ik dit schrijf. U leest dit een paar dagen later en dan kan er veel veranderd zijn. Een windvlaag en het sneeuwt soms al blaadjes.

Groen is onder planten de meest voorkomende kleur. Die danken ze aan hun bladgroen, dat van water en kooldioxide glucose maakt, met zuurstof als bijproduct. Die fotosynthese kost energie en energie haalt het bladgroen uit zonlicht. In de winter schijnt de zon weinig en staat hij laag. Het loont dan niet voor bomen om in blad te staan. Dat kunnen ze dan maar beter laten vallen; scheelt bovendien bevriezingsgevaar. In de bladsteel wordt een broze plek gemaakt waar het blad afbreekt. Maar niet nadat het zo belangrijke bladgroen is opgebruikt of teruggetrokken. Daardoor verliezen de blaadjes hun groene kleur en worden de gele en rode tinten zichtbaar.

Lees Meer Lees Meer

DELEN