Natuurdagboek 2021
Het stoffige overschot van een bosmuis

Het stoffige overschot van een bosmuis

Dode bosmuis, Foto Koos Dijksterhuis
Dode bosmuis, Foto Koos Dijksterhuis

Laatst keek ik uit het raam en zag ik een muis over het terras hollen. Muis glipte de hoek om, onder een schutting door en weg was ie.

Het was een bosmuis, met relatief lange staart en grote oren. Hij rende met voor zo’n klein beestje een bewonderenswaardige snelheid, maar of ie snel genoeg was om aan een kat te ontkomen? Ooit had ik woelmuizen, spitsmuizen, een mol, een woelrat en een egel in de tuin. Een woelrat is een soort minicavia. Spitsmuizen kunnen zich als gezin per trein verplaatsen: de jonkies in een rij achter moeder aan, met hun snuit op de staart van broer of zus voor hen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De paardenbloem terug in de wei!

De paardenbloem terug in de wei!

Paardebloemen Foto Koos Dijksterhuis
Paardebloemen. Foto Koos Dijksterhuis

Afgelopen zondag was het de dag van de paardenbloem. Het was de tweede dag van de paardenbloem, en als het aan initiatiefnemer Karst Meijer ligt, is er een eeuwenoude traditie mee begonnen.

April is vanouds de maand van de paardenbloem, in april kleurden vroeger de weilanden, grasvelden, bermen en slootkanten geel van de paardenbloemen. Dat is nu wel anders. Op de dag van de paardenbloem lette ik in het buitengebied juist op deze bloemen en ik zag ze alarmerend weinig. Was een groen weiland met gele spikkels van paardenbloemen twintig jaar geleden nog het summum van intensieve veehouderij, nu is een bespikkeld hoekje van een weiland al een botanische opsteker.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Fitjaf

Fitjaf

Fitis. Foto Koos Dijksterhuis
Fitis. Foto Koos Dijksterhuis

De fitissen zijn terug. Ze waren laat dit jaar. Meestal arriveren ze eind maart uit Afrika, maar nu hoorde ik de eerste pas op 4 april en de hoofdmacht pas twee weken later. Waarschijnlijk remde de combinatie van kou en noordenwind hun animo af. Terecht, want in die kou zijn er in Nederland weinig insecten te eten.

Eind vorige week hoorde ik ze ineens overal, dat wil zeggen: in vochtige en in jonge loofbossen. Daar klonk hun melodieuze riedeltje luid en hoog beginnend, zacht en laag eindigend.  Tjiftjaffen, hun look-alikes die eindeloos ‘tjif tjaf’ roepen, waren er al drie, vier weken eerder. Die hoeven ook slechts uit het Middellandse-Zeegebied te komen. Fitissen steken de Sahara over.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vosjes en hommels willen de grond in

Vosjes en hommels willen de grond in

Vosje Foto Koos Dijksterhuis
Vosje. Foto Koos Dijksterhuis

Lente: vlinders, hommels, zweefvliegen en bijen komen tot leven. In de tuin is het een drukte van belang, zeker daar waar de middagzon de boel verwarmt. Kegelbijvliegen zweven langs de heg, hommels schuimen het gras af op holletjes.

Vorig jaar kreeg ik een bijenhotel voor mijn verjaardag, waar zich tot dusverre alleen pissebedden inkwartierden. Verder heb ik een paar vermolmde boomstronken neergezet, een rij gaten geboord in een overleden conifeer, hangt er een door de spreeuwen genegeerde spreeuwenpot en laat ik een oud vogelnestkastje, een lekke vaas en een geëmailleerde kolf slingeren.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zwaardscheden en mesheften

Zwaardscheden en mesheften

Groot tafelmesheft en Amerikaanse zwaardschede Foto Koos Dijksterhuis
Groot tafelmesheft en Amerikaanse zwaardschede, Foto Koos Dijksterhuis

Eindelijk ben ik weer eens op Schiermonnikoog. Daar hopen de lege zwaardscheden zich op het strand op. Dat je je fietsband en je voet eraan kunt openhalen, heb ik een paar keer ondervonden. Zeker als zo’n afgebroken schede met vlijmscherpe punten uit het zand omhoogsteekt, moet je oppassen.

Op het schelpenbord dat mijn vader rond 1970 maakte, ontbreekt de Amerikaanse zwaardschede. Nu is dat de talrijkste schelp op het strand, maar toen was die immigrant er nog niet. Tegelijk met de opkomst van de Amerikaanse zijn vier inheemse soorten zwaardscheden zeldzaam geworden. De snelheid waarmee de Amerikanen zich vermenigvuldigen en op door vissers overhoopgehaalde zeebodem vestigen, doet vermoeden dat de nieuwkomer de drie oudgedienden heeft verdrongen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vroege smaakmaker

Vroege smaakmaker

Kleine veldkers. Foto Koos Dijksterhuis
Kleine veldkers. Foto Koos Dijksterhuis

Het is koud voor de tijd van het jaar, april doet ook maar wat hij wil. Het voordeel daarvan is dat de lente vertraagd voortschuift. De krokussen zijn uitgebloeid, maar sterhyacinten, druifjes, bosanemonen en speenkruid bloeien maar door.

Pinksterbloemen staan al weken op uitbarsten – straks bloeien ze nog met Pinksteren! Judaspenningen beginnen aarzelend te bloeien, look-zonder-look houdt zich nog even in.

Wie de tijd van zijn leven lijkt te hebben, is kleine veldkers. Deze kaboutervariant van de pinksterbloem bloeit met witte minibloemetjes. Bermen, borders, boomspiegels, duinen, grasveldjes kunnen ermee vol staan, vooral op zandige grond. Ook op het scherpe zand tussen de stoeptegels gedijt dit plantje.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vroege vosjes

Vroege vosjes

Kleine vossen. Foto Koos Dijksterhuis
Kleine vossen. Foto Koos Dijksterhuis

Op die warme lentedagen laatst zag ik verrassend veel kleine vossen. Verrassend, want met deze ooit zeer talrijke vlinders gaat het niet zo goed. Afgelopen herfst zag ik ze weinig, hoewel hun piek juist in de herfst valt. Een deel van de vosjes overleeft de winter op een beschutte plek en komt in de lente tevoorschijn.

Misschien hebben ze de op één week na zachte winter goed doorstaan, misschien had ik geluk en kwam ik op een plek waar ze toevallig veel voorkwamen. Het was een natuurgebied met extensief bewerkte weilanden, zonder vergif of kunstmest, en wat moeras met wilgen. Kleine vossen houden van wilgen, zoals veel voorjaarsinsecten, want wilgen bloeien vroeg en zijn een van de eerste leveranciers van nectar.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Tepelhorens

Tepelhorens

Tepelhoren eitjes. Foto Koos Dijksterhuis
Tepelhoren eitjes. Foto Koos Dijksterhuis

Na de dagenlang aanhoudende noordenwind liggen er lapjes op het strand van Schiermonnikoog. Ook op andere stranden liggen veel van zulke lapjes. Vaak steken ze als een kratertje omhoog. Ze zijn vrij stevig en als je niet beter weet, zou je ze kunnen aanzien voor de zoveelste kunststof handelswaar die uit de zoveelste overboord geslagen container van het zoveelste mammoetschip dat tegen beter weten tijdens storm te dicht langs de eilanden vaart.

Maar het zijn geen plastic handelswaren, het zijn ook geen siliconen die ‘de vrouwelijke natuur een handje helpen’, om een advertentietekst te citeren. Nee, het zijn de eieren van zeeslakken, die gek genoeg wel genoemd zijn naar tepels, omdat ze daarop zouden lijken: tepelhorens dus. De eitjes zijn op de zeebodem afgezet, losgewoeld en naar het strand geblazen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Blauw bloeiend in de sneeuw

Blauw bloeiend in de sneeuw

Scilla in sneeuw. Foto Koos Dijksterhuis
Scilla in sneeuw. Foto Koos Dijksterhuis

Woensdagochtend keek ik uit mijn slaapkamerraam en zag ik de tuin onder een pak sneeuw liggen. De sneeuw smolt langzaam weg en naarmate de witte deken slonk, kwamen er de dichtgevouwen, gele bloempjes van speenkruid, de nog beknopte stengels van pinksterbloem en de blauwe sterretjes van dwerghyacint aan het licht.

Dwerghyacint of sterhyacint of voorjaarshyacint of scilla doet zijn vijfde naam eer aan: sneeuwroem. Toen ik een kleuter was, waren geel en blauw mijn lievelingskleuren. De oorzaak daarvan was mijn beer. Die was namelijk geel en droeg een blauw broekje en een blauw truitje. Mijn voorkeur voor geel sleet gedurende mijn leven, maar blauw bleef favoriet. Misschien vanwege the blues.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Ja! De eerste blauwborst!

Ja! De eerste blauwborst!

Blauwborst . Foto Koos Dijksterhuis
Blauwborst . Foto Koos Dijksterhuis

Vanuit het zuiden rukken ze op, evenals de fraaiste foto’s van ze op internet: blauwborstjes. Ooit waren zeldzaam, nu komen ze in vele rietvelden in Nederland voor, en zelfs in struiken en op akkers gaan ze soms broeden. Ze overwinterden in Spanje en Afrika en arriveren vanaf eind maart in Nederland.

Een paar keer per week toog ik naar een brede rietkraag waar ik elk jaar blauwborstjes zie. Waren ze er al? Nee, witte kwikstaarten kon ik krijgen, zingende tjiftjaffen, zwartkopjes, de eerste rietgorzen in hun gitzwarte zomermasker en een enkele roodborsttapuit, maar blauwborstjes, nee.

Lees Meer Lees Meer

DELEN