In Groningen zijn ze nog niet; daar maken we ons nog druk om de buxusmot. Maar toen ik door het Bargerveen en rond het Naardermeer wandelde, deden de rood-witte linten en waarschuwingsborden me terugdeinzen. Hoedt u zich voor de eikenprocessierups! …
Een vlieg die zich waarschijnlijk uren voor het raam heeft verdrongen, geeft zijn pogingen door het glas te vliegen op. Hij trekt zich terug onder een tafeltje en ik vraag me af of ik hem naar buiten zal dirigeren, en hoe dan, dan wel hem een klap met een opgerolde krant zal verkopen, als zich precies boven de vlieg een spin laat zakken.
De spin voert een bliksemaanval uit, een prikaanval, waarna ze zich snel weer naar boven terugtrekt, om een moment te wachten tot haar gif voldoende effect sorteert. De vlieg spartelt niet, en de spin laat haar draad andermaal vieren, waarna ze de vlieg met naar schatting vier van haar acht poten beetpakt en mee de lucht in neemt. Daar wordt de vlieg als een klosje rondgedraaid en in spinrag gewikkeld. …
Toen ik laatst met Trouwlezers op Schiermonnikoog was, troffen we op het strand twee jonge zeehonden. Ze lieten ons dichtbij komen en we konden ze goed zien. Nadat iedereen vertederd “oh” of “ah” had gezegd, rees de vraag of we moesten ingrijpen. Niet dat we de zeehondjes over de schouder mee zouden nemen, maar moesten we geen reddingswerkers optrommelen? …
Waar plantkundigen meestal wetenschappelijke plantennamen gebruiken, bezigen leken liever Nederlandse namen. Maar er zijn uitzonderingen. Ik hoor verrassend vaak spreken over viburnum en verbascum; het moet ‘m in de klank zitten. …
In het kort gehouden grasperk in het gemeentegroen groeit een forse champignon, formaat CD maar dan veel dikker. Ik fiets erlangs en besluit er op de terugweg even af te stappen en een foto te maken, al heb ik mijn camera niet bij me en wordt het een telefoonfoto. Ook zou ik hem kunnen plukken om op te eten. Een paddestoel is tenslotte slechts een soort vrucht van een ondergronds levende plant. Bovendien wordt dat gras zo vaak gemaaid, dat de zwam er vroeg of laat toch aangaat. …
Toen ik klein was wees mijn vader me op Schiermonnikoog zandblauwtjes aan. Ik vond die hemelsblauwe bloemen prachtig. Misschien was blauw al mijn lievelingskleur, misschien werd blauw het dankzij zandblauwtjes. …
Even laat ik de hor voor de tuindeur open en daar scheert een vlieg naar binnen. Vliegen willen altijd naar binnen en als ze binnen zijn, willen ze naar buiten en verdringen ze zich voor dichte ramen, terwijl ze het open raam zorgvuldig lijken te mijden. Soms blijven ze ook, vooral als je een witte, ronde lamp hebt. …
Mijn tuin is klein, maar vrij van mest en vergif, en er is altijd leven in de brouwerij. Er scharrelen kevers, er rusten waterjuffers, er jagen libellen, er dwarrelen vlinders. Er zoemen bijen, hommels en zweefvliegen rond de bloemen, er patrouilleren bijen of wespen bij de mieren- en bijenholletjes. …
Bordeauxrood zijn ze. Wateraardbeien fleuren venen en drassige hooilanden op met hun van bijna zwarte, via aubergine tot licht purperrode tinten. Hun bloemen zien er in de knop uit als mini-knikkerzakjes met een brede basis, maar als de puntige kelkbladen zich opengevouwen hebben, krijgen de bloemen de vorm van sterretjes, gekartelde sterretjes zelfs. Vorm en kleur maken de wateraardbei gemakkelijk herkenbaar. Als de bloem open is, komt het bloemhart tevoorschijn – een kluster vrouwelijke vruchtbeginsels, omkranst door meeldraden. …
De zon schijnt, en ik fiets over het strand van Schiermonnikoog tegen de wind in naar het oosten. Bij paal 16 komt de vloed te dichtbij, en wordt het zand te vaak zacht om nog te fietsen. Goede timing, want ik wilde vanaf paal 16 toch al verder lopen, over de Balg, die enorme strandvlakte van bij hoog water vijf kilometer lengte. De Balg groeit, doordat er in de luwte van het eiland zand neerdwarrelt. Er zijn duinen ontstaan, er rennen hazen, er jagen bruine kiekendieven. …