Natuurdagboek 2016
Woekerende ranken in minibos

Woekerende ranken in minibos

Bosrank. Foto Koos Dijksterhuis.
Bosrank. Foto Koos Dijksterhuis.

Mijn tuin is een mini-natuurgebied. Het is ruwweg in tweeën verdeeld: een piepklein hooilandje en een piepklein bosje. In dat bosje woekeren klimplanten met een duizelingwekkende groeisnelheid. Als ik kijk, zie ik ze niet groeien, maar als ik even niet kijk, hebben ze zomaar een volgende struik geannexeerd.

Langs de zonnige westzijde vormen haagwindes een groene muur, maar daarachter, onder lommerrijke kruinen, kronkelt de bosrank om zich heen. Dat is een wilde clematis van kalkrijke bosgrond. In Nederland komt bosrank vooral voor in Zuid-Limburg en in de zuidelijke duinen. Zo noordelijk als Groningen hoort ie niet te leven.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kastanjes en eikels

Kastanjes en eikels

Foto Koos Dijksterhuis
Foto Koos Dijksterhuis

De herfst staat voor de deur, en al blijkt dat niet uit het weer, het blijkt wel uit de kastanjes en eikels. Ieder jaar ben ik in maart verrast als de kastanjebladeren zich ontvouwen. In april maken de bloesemende kastanjekaarsen me blij. In mei denk ik steevast: ‘nu al?’ als de eerste knikkertjes uit de boom stuiteren. Minikastanjes. Kastanjettes, zou je kunnen zeggen. Het is nog geen september of de eerste rijpe, glanzende, roodbruine kastanjes liggen op de grasperken langs de straat en de eerste kapotgereden exemplaren op het wegdek…

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De herfstzang van de tjiftjaf

De herfstzang van de tjiftjaf

Tjiftjaf. Foto Koos Dijksterhuis
Tjiftjaf. Foto Koos Dijksterhuis

In het zonnige nazomerweer hoor ik dagelijks tjiftjaffen roepen en ook zingen. Tjiftjaffen broeden hier en kunnen in de zomer urenlang hun naam zingen. Ze arriveren in maart vanuit hun winterse bestemming rond de Middellandse Zee, zijn hier dan een paar maanden aan het zingen, om er in de loop van de zomer het zwijgen toe te doen. Maar in september beginnen ze ineens weer te zingen: “tjif tjaf, tjif tjaf”.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Hagedis op het graf

Hagedis op het graf

Zandhagedis. Foto Koos Dijksterhuis
Zandhagedis. Foto Koos Dijksterhuis

Ooit zag ik zandhagedissen op Schiermonnikoog, maar daar zijn ze uitgestorven. Ook in de rest van het land verdwenen de reptielen gestaag. Alleen in de duinen, op de Veluwe en in een paar andere heidegebieden komen ze nog voor. Zowel het dichtgroeien als het machinaal afplaggen van hei is dodelijk voor zandhagedissen. Maar in de Hollandse duinen kun je op een rustige, zonnige plek nog op een luierende zandhagedis stuiten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Peper aan de muur en op het dak

Peper aan de muur en op het dak

Muurpeper. Foto Koos Dijksterhuis.
Muurpeper. Foto Koos Dijksterhuis.

Hoewel hun bloeitijd officieel al ruim een maand voorbij is, gaat muurpeper buiten boekje door nog steeds te bloeien. Muurpeper is een vetplantje, kan goed tegen zonnebrand en staat vaak op hete, droge, schaduwloze plaatsen.

De kanariegele vetplantjes met hun dikke, groene stengels groeien tussen straatstenen, op kaal zand, op platte daken en uit muren en kades. Steen en zand kunnen zo heet worden dat er een ei op te bakken is, maar muurpeper vindt het prima. Muurpeper houdt wel van een beetje klimaatverandering, zou je kunnen zeggen. Zelfs een jaarlijkse overstroming met zout zeewater krijgt muurpeper niet weg. In dat vette blad houdt de plant drinkwater vast voor slechtere tijden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Niet-bijtende spinnen

Niet-bijtende spinnen

Kruisspin. Foto Koos Dijksterhuis
Kruisspin. Foto Koos Dijksterhuis

Gelukkig kunnen spinnen niet bijten. Dat wil zeggen: ons niet. Een huisspin – die grote zwarte die op harige poten door de kamer rent – bijt niet, de dunne trilspinnen – die het plafond en de wanden met rommelig rag behangen – bijten niet, en de dikke ronde kruisspin in haar web voor het raam bijt al evenmin. Gelukkig maar, want verder bijten ze van alles. Spinnen zijn niet kieskeurig. Trilspinnen moeten in huis maar afwachten wat ze te eten krijgen. Soms vergrijpen ze zich dan maar aan een soortgenoot, het eigen nageslacht desnoods.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vissende sterns

Vissende sterns

Grote sterns. Foto Koos Dijksterhuis
Grote sterns. Foto Koos Dijksterhuis

Nog even is het zomer. Aan het Hollandse strand is het weer dringen geblazen, maar boven zee hebben grote sterns de ruimte. Krassend wieken ze voorbij, vaak twee aan twee: ouder met jong. Ze lijken op kokmeeuwen maar zijn ranker, witter en wendbaarder. Ik sta tot mijn middel in zee en heb eersterangs uitzicht.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bladwesp met vlinderleven

Bladwesp met vlinderleven

Bladwesplarven in synchroon ballet. Foto Marcel Mooij
Bladwesplarven in synchroon ballet. Foto Marcel Mooij

Een bladwesp is herkenbaar aan zijn voor een wesp dikke taille. De bladwesp die ik zag bleek een Tenthredo omissa te zijn. Een vrouwtje, gezien haar puntige achterlijf dat het vermogen tot eitjes leggen verraadt. Bladwespen hebben geen angel, ze kunnen niet steken. Bladwespen leggen hun vleugels vaak plat over hun achterlijf. Deze deed dat niet, maar de wesp fladderde van haar dille-bloem naar een andere dille, in de buurt van een wilde peen. Op die peen zat nog een bladwesp met platgelegde vleugels.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Toevallige wesp

Toevallige wesp

Bladwesp Tenthredo omissa. Foto Koos Dijksterhuis
Bladwesp Tenthredo omissa. Foto Koos Dijksterhuis

Hoewel ik geen schokkende ontdekking deed, beleefde ik een geval van serendipiteit. Dat lastig uitspreekbare woord komt uit een oud, Perzisch sprookje over het eiland Serendip. Serendipiteit wil zeggen dat je iets ontdekt als onbedoeld bij-effect van een zoektocht naar iets anders. Penicilline is zo’n toevallige ontdekking. En alchemisten vonden van alles, terwijl ze het recept voor goud zochten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Houtpantserjuffertje in het groen

Houtpantserjuffertje in het groen

Houtpantserjuffer. Foto Koos Dijksterhuis
Houtpantserjuffer. Foto Koos Dijksterhuis

Het is weer tijd voor de houtpantserjuffers. Als ik eind augustus of begin september in de tuin zit, neemt er altijd wel een houtpantserjuffer plaats op mijn been, een blaadje, een twijgje of ander groen in de buurt. Dit keer valt een geknakt rozentakje in de prijzen.

Houtpantserjuffers zijn metaalgroene juffers met een lang, slank lijf. Elk van de vier vleugels heeft een geel pterosigma, wat Grieks is voor vleugelvlekje. De juffers komen voor in de buurt van stilstaand en traag stromend water, ook in woonwijken. Ze leggen hun eitjes niet in het water, maar onder de bast van takken die boven het water hangen. Ik woon aan het water. Achter in de tuin hangen bomen en struiken boven de oever. Aan hun houtige legplek danken deze pantserjuffers hun naam.

Lees Meer Lees Meer

DELEN