Dappere merel

Zoon speelt buiten met vriendje. Ineens opgewonden geroep: ‘papa!’ Ze vonden een merelkuiken. ‘Het ligt met zijn kopje op de grond’, zegt zoon. Of ik kan komen. Ik weet immers altijd raad? Oh dear, een kopje op de grond lijkt me geen aanbeveling. Die merel heeft natuurlijk z’n nekje gebroken en ligt met half open snavel te hijgen, tot iemand hem de kop verbrijzelt. Drie keer raden wie dat mag doen.
Buiten wachten vriendje en zoon me op. Ze leiden me de bosjes in. Er zit een blakend merelkuiken, hij houdt zich roerloos. ‘Niets aan de hand’, zeg ik opgelucht, ‘als we hem met rust laten komt het goed.’ …








