Natuurdagboek 2012
Begroeide duinen

Begroeide duinen

Vochtige duinvallei met bloemen. Jaarlijks worden er tientallen berkjes getrokken. Foto Koos Dijksterhuis

Een lezer gaf mij er in een brief van langs omdat ik in het natuurdagboek van 18 juli zomaar wat zou roepen over naar de duinen waaiende meststoffen uit landbouwgebied. Lezer vroeg zich af of ik een hekel had aan landbouw. Integendeel, boer is een bewonderenswaardig vak. Het vereist kennis en hard werken.

Maar dat de moderne landbouw gepaard gaat met drijfmest, kunstmest en pesticiden, zal geen boer ontkennen. Via water en lucht komt een deel daarvan terecht in de natuur. Nitraten en fosfaten waaien niet alleen voor de wind de natuur in. Ze dwarrelen door de atmosfeer en als het regent, regent er plantenvoeding mee. Daardoor worden de duinen bemest, al liggen ze aan de westrand van Nederland.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Twee soorten andoorn

Twee soorten andoorn

Bosandoorn (l) en moerasandoorn (r), Foto’s Koos Dijksterhuis

Toen ik 21 was, moest ik een slooppand uit en kreeg ik een woning met tuintje. Dat vulde ik met wilde planten uit de tuin van mijn ouders en uit het plantsoen. In de tuin van mijn ouders had ik als puber planten gezet, die ik uit het bos had geroofd. Roven mag niet, u moet het thuis niet nadoen, ik zal het ook nooit meer doen, maar dat zeg ik met de kennis van nu.

Toen ging het er heel anders aan toe. Eén van de wilde aanwinsten was moerasandoorn. Die leek een beetje op kattenstaart, maar had lila bloemen, geen roze. Het blad is gekarteld, het lijkt op brandnetelblad. De andoorns verspreidden zich gezwind, evenals andere soorten. Wie zich niet verspreidde, ging vanzelf ten onder, daar raakte ik aan gewend. Een rijtje getrouwen, waaronder moerasandoorn, verhuisde een paar keer mee.

De laatste keer dat moerasandoorn meeverhuisde, kwam er een gelijkend soort op. Rozer dan lila, maar minder roze dan kattenstaart. Een blik in het plantenboek gaf uitsluitsel: bosandoorn. Leuk, nu had ik twee soorten andoorn.

Ik had zelfs ontzettend veel twee soorten andoorn! Ik plukte een bosje voor op tafel. Dochter snuffelde eraan en trok een vies gezicht. Inderdaad, de bloemen stonken. Dat lag aan de bosandoorn. Die rook naar verregende hond, naar natte washand. Bah!

Van de week las ik in de natuurscheurkalender dat bosandoorn als bijnaam stinknetel heeft.

DELEN
Zesde zintuig van / voor walvissen

Zesde zintuig van / voor walvissen

Blauwe vinvis, Foto Wouter Jan Strietman

Laatst hoorde ik mensen tussen slokken wijn door filosoferen over het zesde zintuig. Ze bedoelden er iets telepathisch mee. Er wordt tussen slokken wijn door wat afgefilosofeerd. Zien, horen, ruiken, voelen, proeven; vijf zintuigen. Vleermuizen hebben sonar, haaien nemen electriciteit waar. Kanoetstrandlopers leiden met hun snavel uit drukgolfjes af waar schelpen begravenzitten. Al drie zesde zintuigen! En anders is het nlangs wel ontdekt bij walvissen. Vinvissen zwemmen met open mond. Ze scheppen zeewater op en zeven er prooidiertjes uit met hun baleinen. Daarbij gebruiken ze een zintig in hun muil. Dat orgaan is nog maar net ontdekt. Laatst stond het in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Visser met clownssnavel

Visser met clownssnavel

Papegaaiduiker, Foto Wouter Jan Strietman

Net als zeekoet en alk horen papegaaiduikers bij de alken: noordelijke tegenhangers van de pinguins. Uitstekende zwemmers, matige vliegers en onbeholpen wandelaars. Broeden zeekoeten zij aan zij op smalle richels in loodrechte klippen, papegaaiduikers broeden in holen. Weliswaar op steile kusten, maar toch in holen. Konijnenholen bijvoorbeeld, onder de zoden op de rotsen. Of in spleten in graniet. Zeekoeten zijn groter en hebben lange, scherpe snavels. Samen kunnen ze een muur van dolksnavels richten op wie hun eieren of kuikens belaagt: een grote mantelmeeuw bijvoorbeeld, een grote burgemeester of een grote jager. Dat zijn drie geduchte vijanden langs noordelijke kusten. Ze kunnen volwassen papegaaiduikers naar binnen werken. Grote jagers zijn snelle roofmeeuwen, die andere meeuwen van hun maaltijd beroven. Maar ze jagen ook achter papegaaiduikers aan. Die hebben als wapen niets aan hun kleurige clownssnavel. Veiligheid zoeken ze in holen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Plooirokjes op het speelveld

Plooirokjes op het speelveld

Plooirokje, Foto Koos Dijksterhuis

We voetballen op het speelveld, zoon en ik. Dankzij hem heb ik soms spierpijn in mijn kuiten en heupen, krijg ik groene vegen op mijn broek en kale neuzen aan mijn schoenen. Hij zegt dat ik zo hard mogelijk moet knallen. Zijn handen zijn na een half uur geblesseerd. Toch bestaat voetballen voor een groot deel uit de bal ophalen of wachten tot de ander de bal heeft gehaald. Zoon neigt soms de bal in een bosje te schieten. Daar zoemen wespen. Ze komen uit diverse richtingen aanvliegen, in een tamelijk rechte lijn. Een nest dus. Ja, vlakbij de bal, onder een graspol op een oude stronk. Tjonge wat een af- en aangevlieg. Voorzichtig pak ik de bal.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vergiftigde tapuiten

Vergiftigde tapuiten

Tapuit (m), Foto Erik Sanders

Vroeger broedden tapuiten in Nederland. Ze zijn grotendeels verdwenen, al moddert hier en daar een groepje broedvogels voort. Ze zijn al jaren aan het uitsterven. In april en september zijn ze er wel, dan trekken ze door Nederland. In de duinen, op de hei, langs akkers… Tijdens de vlucht zijn ze gemakkelijk herkenbaar aan hun spierwitte stuit.

Tapuiten broeden in verlaten konijnenholen. Konijnen zijn eerst door myxomatose, later door de ziekte VHS in aantal gedecimeerd.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Reus met witte schermen

Reus met witte schermen

Bereklauw, Foto Koos Dijksterhuis

Een vroegere vriend van me had zwart gekampeerd in Frankrijk. Laat in de nacht ging hij plassen, liep terug naar de tent en zag een vent staan. Hij schrok zich lam, bleef versteend staan en durfde zich niet te verroeren. De man bewoog evenmin. Langzaam werd het licht en veranderde de man in een bereklauw. Vriend bleef versteend, maar dan van kou.

Eens was ik op bezoek bij mensen met een bereklauw in hun voortuin. Ze vonden het wel een interessant verschijnsel, zo’n snelgroeiende reus. Het was geen gewone bereklauw, maar een reuzenbereklauw. De gewone kan ook groot worden, maar niet zo enorm als zijn exotische neef. De gewone komt sinds mensenheugenis voor in Europa, de reuzenbereklauw is in de negentiende eeuw als tuinplant uit Zuidoost-Azië gehaald.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Strandloperzomer

Strandloperzomer

Drieteenstrandloper met 4 jongen, Foto Jeroen Reneerkens

In de winter dribbelen drieteenstrandlopers op de stranden van Europa en Afrika. In de zomer broeden ze in Noordoost-Groenland. Daar moeten ze in de korte poolzomer een partner vinden, eieren uitbroeden en kuikens begeleiden. Als ze twee maanden oud zijn, vliegen die kuikens al de wereld over.

Als ze dan nog leven. Want eieren en kuikens zijn kwetsbaar. Vooral voor poolvossen, die soms wel negentig procent van de door ons ontdekte nesten opaten. Door ons ontdekte nesten? Ja, drie zomers toog ik met de Groninger bioloog Jeroen Reneerkens naar Groenland om drieteenstrandlopers te ringen en bestuderen. Ik schreef er een boek over, dat is uitverkocht. Mijn drieteenstrandloperbemoeienis zit er dus op, maar Jeroen gaat door, ik denk de rest van zijn leven. Nu zit hij op Groenland, samen met de Wageningse student Stefan Sand.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Spurrie op de akker

Spurrie op de akker

Spurrie, Foto Koos Dijksterhuis

We wandelen op een zandpad. Op het zand van het pad en op het zand van de maïsakker achter de sloot groeien kleine witte bloempjes. Spurrie is het. Geen schijnspurrie, maar gewone spurrie. Dat plantje werd vroeger geteeld als veevoer, dus het misstaat niet tussen de snijmaïs. In Nederland  is vrijwel alle maïs snijmaïs. Het wordt niet geteeld voor de kolf die u in het Mexicaanse restaurant eet, snijmaïs gaat als plant in zijn geheel in het veevoer.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Op de kleine, stille heide

Op de kleine, stille heide

Kleine zonnedauw, Foto Koos Dijksterhuis

Hier en daar staat vast nog een polletje hei in de Provincie Groningen. Maar voor een heus heideveld moet je naar het Westerkwartier, voorbij Marum en Kornhorn, waar je al bijna in Friesland bent. Ooit strekte het hoogveen zich uit Noordwest-Drente en Zuidoost-Friesland zich tot ver in Groningen uit. Op de kaart zie je nog lange smalle percelen, waar van de dijk of weg af steeds verder het veen werd afgegraven. Turf. Er bleef bijna niets over, op de Jilt Dijksheide na. In twee kilometer loop je eromheen. Toch ziet het er al uit als eindeloze vlakte. In de verte een bosrand.

Lees Meer Lees Meer

DELEN