Natuurdagboek 2014
Bink van een cicade

Bink van een cicade

Cicade. Foto Koos Dijksterhuis
Cicade. Foto Koos Dijksterhuis

De cicade op de foto is een knaap van een centimeter of vijf. Hij is nauwelijks zichtbaar, maar des te hoorbaarder.
Hij is zo goed gecamoufleerd, dat ik hem door de camera niet meer zag. Ik drukte af op de gok. Op de foto is hij wel te onderscheiden, maar lastig. Zo lastig, dat de beeldredactie laatst onbedoeld een reepje van het insect afsneed, voor hij in de krant kwam bij het natuurdagboek over camouflage.
Met zijn achterlijf maakt de cicade een oorverdovend lawaai. Krekels zijn er niets bij. Krekelmannetjes tsjirpen door met hun achterpoten over hun achterlijf te wrijven. Wie het luidst tsjirpt, laat zijn achterpootspieren het hardst werken en vormt het meeste melkzuur. Dat ontdekte de Engelse biologe Sophie Moles laatst. Zij meent dat de hoeveelheid melkzuur aantoont hoe gespierd een krekel is. Een luide tsjirper bewijst zichzelf als gespierde en aantrekkelijke bink voor krekelvrouwtjes. Hetzelfde zou het geval kunnen zijn bij cicades.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Nestelende kauwtjes

Nestelende kauwtjes

Kauw in de dakgoot. Foto Koos Dijksterhuis
Kauw in de dakgoot. Foto Koos Dijksterhuis

Het is al bijna maart, in maart begint de lente en het lijkt of iedereen ernaar smacht. Niet dat het winter is geweest, het was maandenlang herfst. Met wind en regen en grijze somberte, maar ook met zonnige dagen.

In december zag ik al eenden paren en futen baltsen en hoorde ik merels zingen. Ze paren, baltsen en zingen nog steeds. Die volgorde is verkeerd om. Eerst zingen, dan baltsen, dan paren. Baltsen is versieren en voorspel in één.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Luiaards, drollen, vlinders en algen

Luiaards, drollen, vlinders en algen

Luiaard. Foto Jean Middeldorp
Luiaard. Foto Jean Middeldorp

In meerdere bladen stond het verhaal van luiaards met een compleet ecosysteem in hun vacht. Luiaards hangen in de boom bladeren te eten en bewegen zo traag, dat er algen in hun vacht groeien. De dieren klimmen wekelijks naar beneden om te poepen. Dat is een hachelijke onderneming en een voor luiaards buitengewone inspanning. Daar moet wel een groot voordeel tegenover staan. Amerikaanse onderzoekers menen dat voordeel te hebben ontdekt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Schutkleur

Schutkleur

Vlinder Hamadryas feronia op boom en Cicade Costa Rica. Foto's Koos Dijksterhuis
Vlinder Hamadryas feronia op boom en Cicade Costa Rica. Foto’s Koos Dijksterhuis

Sommige dieren gaan zo op in hun directe omgeving, dat ze onzichtbaar worden. Spanners en andere nachtvlinders die op een boom rusten, worden pas zichtbaar als ze wegfladderen. Op de grond broedende vogels, verschillende soorten strandlopers bijvoorbeeld, zijn ook vrijwel onzichtbaar tot ze opstaan en wegscharrelen. Dat kunnen ze dus beter niet doen. Als ze roerloos blijven zitten, is de kans groot dat een vos op een meter afstand aan ze voorbijloopt. En als die nachtvlinders overdag blijven zitten waar ze zitten, ziet een lijster of roodborst ze zomaar over het hoofd.

De vlinder op de foto viel even helemaal weg toen hij ging zitten. Maar met de zon erop en van dichtbij was hij wel te zien. Het is geen nachtvlinder, maar de dagvlinder Hamadryas feronia, een tropische soort uit Centraal-Amerika.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kolibries

Kolibries

Violette sabelvleugel. Foto Katrien Ardinois
Violette sabelvleugel. Foto Katrien Ardinois

In Costa Rica zagen we kolibries. Kolibries zijn de kleinste vogels ter wereld, met de snelste vleugelslag. Vijftien tot tachtig keer per seconde klapwieken kolibries, als ze bliksemsnel wegsnorren of op de plaats rust voor een bloem hangen. Daar steken ze dan hun snavel in en lebberen ze met hun roltong de nectar uit.
Net vlinders.

Kolibries kunnen recht omhoog vliegen, recht omlaag, opzij en zelfs achteruit. Dat geklapwiek kost energie en die haalt een kolibrie uit de suikers in de nectar. Kolibries zijn dan ook goed te paaien met suikerwater. Mensen in Amerika voeren dat de vogels. Het suikerwater in de voederbakjes is alleen voor kolibriesnavels bereikbaar via nauwe openingen.
In Costa Rica zagen we aanvankelijk nauwelijks kolibries, bahalve twee keer een roodstaartamazilia. Tot we een kolibrievoederplek tegenkwamen. Het wemelde er van de kolibries, ze snorden af en aan. We zagen negen soorten, met sprookjesachtige namen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Borende mosselen

Borende mosselen

Amerikaanse boormossel. Foto Koos Dijksterhuis
Amerikaanse boormossel. Foto Koos Dijksterhuis

Geef mij de witte boormossel maar. En de ruwe, die is helemaal grillig en merkwaardig. Maar de Amerikaanse boormossel op de foto is ook mooi. Een langwerpig schelpdier met twee kleppen. Aan de stompe kant zijn die kleppen gepokt en gemazeld als een rasp. Daarmee boort de schelp zich in zacht hout of hompen veen. Dat doen alle boormossels.

De Amerikaanse lijkt op de witte boormossel, maar is gebroken wit, in plaats van sneeuwwit. De Amerikaan heeft bovendien geen lange, dunne, kromme tand aan de binnenkant van de schelp, bij de sluitspier. En hij mist het omgeslagen randje van de witte, dat zo elegant staat.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Winterbloeiers in de sneeuw

Winterbloeiers in de sneeuw

Winterakoniet in sneeuw. Foto Koos Dijksterhuis
Winterakoniet in sneeuw. Foto Koos Dijksterhuis

Als je in Groningen een stadswandeling maakt, kun je niet om de hofjes heen. De hofjes zijn oases van stilte in het stadsgewoel. Veel van de hofbewoners hebben groene vingers, getuige de vele potten en perken met groei en bloei. Er fleurt nog van alles: rozen, maagdenpalm, kruiskruid, kamille. Er bloeit ook ál van alles: winterjasmijn, sieraardbei, winterakoniet.

Bij mij in de tuin bloeit de winterakoniet nog niet. Maar in de beschutte hofjes al wel, desnoods steken ze hun witte bloemen dwars door de sneeuw heen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vroege zomerzangers

Vroege zomerzangers

Gekraagde roodstaart. Foto Werry Jonker
Gekraagde roodstaart. Foto Werry Jonker

Ieder jaar, als op zachte dagen in januari de koolmezen zingen, krijg ik meldingen van tjiftjaffen. In februari, als de zanglijsters beginnen, worden nachtegalen gemeld. En ’s winters hoeft er maar een tortel te koeren, of mensen horen een koekoek.
Alledrie zomervogels. Tjiffen komen eind maart pas uit het zuiden terug, nachtegalen en koekoeken in april.

Andersom vindt die verwarring nooit plaats, de mensen horen of zien liever iets bijzonders dan iets gewoons. Een foto of geluidsopname zou helpen om vast te stellen of men echt die ene van slag geraakte koekoek hoorde. Want je weet maar nooit.
Jan van Dijk stuurde een geluidsopname uit een noordoostelijke wijk van Groningen, waar ik zelf jaren woonde. Hij had iets aparts gehoord ’s avonds, of ik het herkende? Nou en of: er riep overduidelijk een bosuil. Bosuilen rukten op uit Drenthe en koloniseerden Haren en het zuiden van de stad, maar voor deze wijk had Jan een primeur vastgelegd.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Gekegelde zwam

Gekegelde zwam

Bamboezwam Phallus indusiatus. Foto Koos Dijksterhuis
Bamboezwam Phallus indusiatus. Foto Koos Dijksterhuis

In Costa Rica volgen we met ons groepje vakantiegangers een kustpad, parallel aan en op een steenworp afstand van het spierwitte strand. Het pad ligt in de schaduw van kokospalmen en andere loofbomen. Gaandeweg wordt het smaller en glibberiger. Het bos verandert in een mangrovenwoud. Soms moeten we een kleine inham uit zee oversteken. Het is zaak vlak na een terugrollende golf naar de overkant te rennen, anders overspoelt de volgende golf je schoenen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Strandschelpen

Strandschelpen

Stevige strandschelp Spisula solida Vlieland. Foto Koos Dijksterhuis
Stevige strandschelp Spisula solida Vlieland. Foto Koos Dijksterhuis

Strandschelpen zijn algemeen op het Nederlandse strand. Er zijn grote strandschelpen, stevige, ovale en halfgeknotte. De grote zijn veel groter dan de rest en dun. Ze breken zomaar. De halfgeknotte zijn talrijk. Ze leven niet ver de kust op de bodem in schelpenbanken, daar waar de zee niet zo diep. Zwarte zeeëenden duiken en eten ze op. Ze slikken ze helemaal in en verbrijzelen de schelpen met/in hun gespierde maag. Het gruis poepen ze weer uit.

Lees Meer Lees Meer

DELEN