Natuurdagboek 2014
Tondelkevers in oesterzwammen

Tondelkevers in oesterzwammen

Tondelkever Triplax aenea op lamellen van oesterzwam. Foto Joop Verburg
Tondelkever Triplax aenea op lamellen van oesterzwam. Foto Joop Verburg

Toen Joop Verburg uit Zuidwolde (Drenthe) voor zijn maaltijd oesterzwammen schoonmaakte, glipten er kleine kevertje uit de hoeden. Ze waren “slechts drie millimeter groot”, aldus Verburg, “maar mooi gekleurd, met een oranjebruine kop en borst en met glanzend blauwe dekschilden”. Verburg is op zijn 64-e al met flexpensioen en stak veel tijd in het determineren van de kevertjes. Hij neusde op internet en in insectenboeken en concludeerde dat het om tondelkevers ging, die op en in houtzwammen leven.
Oesterzwammen groeien op en leven van dood hout. Verburg weet een metershoge stronk van een gekapte, 75 jaar oude populier te staan, met oesterzwammen die hij soms plukt om te eten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Rode kelkzwam met recht haar

Rode kelkzwam met recht haar

Rode kelkzwam. Foto Meint Mulder
Rode kelkzwam. Foto Meint Mulder

Meint Mulder vond knalrode paddestoeltjes in de Baggerputten bij Slochteren. Hij stuurde een foto en vroeg zich af of het rode kelkzwammen waren. Een paar weken eerder kreeg ik een foto van eenzelfde zwam. De inzendster vroeg welke zwammen erop stonden. Het duurde even voor ik me daarop kon storten en intussen suggereerde ze zelf: rode kelkzwam. In het gebied, hoorde ze van de boswachter, waren er meer gevonden.

Dat gebied moet haast wel de Ronde Venen zijn, bij Wilnis. Daar zijn in januari rode kelkzwammen gevonden. Anja de Kruijf ontdekte ze. Of eigenlijk haar man, die een vuurrrood bolletje in het bruine strooisel op de grond vond. Het bleek een rood, bekervormig zwammetje te zijn, op een dode tak.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Mooie vink

Mooie vink

Vink m. Foto Marjolein Hortensius
Vink m. Foto Marjolein Hortensius

De meidoorns bloeien, wilgen botten uit, zonnige sloot- en bosranden zien geel van klein hoefblad, madeliefjes richten zich zonwaarts, kleine veldkers, paarse dovenetel en speenkruid bloeien. Maart roert zijn staart in een lentesoepje. Kuifeenden, smienten, bergeenden, futen, scholeksters – ze zijn allemaal op hun felst gekleurd. En ze vormen stelletjes. Futen brengen elkaar snavels vol nestmateriaal, draaien met gestrekte halzen om elkaar of buigen die halzen tot een gezamenlijk hart. Buizerds cirkelen getweeën hoog in de blauwe lucht. Kraaien pikken de populieren in en krauwen hun gorgelende lentezang.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
‘KOEKOEK!’

‘KOEKOEK!’

Koekoeksjong. Foto Machiel de Vos
Koekoeksjong. Foto Machiel de Vos

Nu de lente voor de deur staat, kunnen we ingezonden brieven over geluidsoverlast tegemoet zien. Want in de lente gooien mensen de ramen en deuren open en draaien zij luide muziek. Zelf heb ik altijd een lentedag waarop ik A perfect day van Lou Reed op herhalen zet. Best hard, maar niet luid genoeg om de buren erop te tracteren. Voor je het weet is het oorlog.

Nu de lente voor de deur staat, kunnen we de zomervogels uit Afrika tegemoet zien. Eerst de tjiftjaf, vervolgens fitis, zwartkop, nachtegaal en koekoek. Voor een koekoek is het zinloos om vroeger te komen, hij pardon zij moet toch wachten tot haar slachtoffers eieren leggen die zij er weer uit kan mieteren.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
‘Krrr, krrr’, roffelt de specht

‘Krrr, krrr’, roffelt de specht

Grote bonte specht. Foto Jeanette Essink
Grote bonte specht. Foto Jeanette Essink

Grote bonte spechten roffelen met hun snavel tegen een boom. Dat doen ze niet om hout te hakken of er larven uit te wurmen. Daarvoor beitelen en hameren ze wel, maar roffelen doen ze alleen om geluid te maken. Roffelen is voor spechten wat zingen is voor zangvogels. Spechten roffelen in het (vroege) voorjaar. Spechten roffelen snel, hun snavel vibreert als een naaimachine. Het geroffel klinkt niet als gehak of gehamer, het klinkt als spookachtig gekraak van een oeroude boom. ‘Krrrr.’

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kleine lentebode

Kleine lentebode

Klein hoefblad. Foto Koos Dijksterhuis
Klein hoefblad. Foto Koos Dijksterhuis

Het was nog niet zacht en zonnig, vorige week, of prompt staken de eerste klein hoefbladen en speenkruiden hun gele kopjes in de zon. Op het nieuws hoorde ik de hele dag elk uur dat de lente een vijf weken vroeger was dan anders. Dat zal best, de merels zongen vroeg dit jaar. Maar de lijsters begonnen in februari, zoals altijd, en klein hoefblad op 25 februari lijkt me niet vroeg. Vorig jaar zag ik het klein hoefblad pas op 1 maart, dat is waar, en toen zag ik het bij Haarlem, 200 kilometer zuidelijker dan nu bij Lauwersoog, dus het is dit jaar een week eerder. Maar vorig jaar was het ook een heel late lente.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Jubelende leeuweriken

Jubelende leeuweriken

Veldleeuwerik. Foto Erik Sanders
Veldleeuwerik. Foto Erik Sanders

Ons terras en het gras om ons huisje op Schiermonnikoog is een slagveld van gevallen takken. Voor ik ze opruim hang ik vetbollen op. Binnen vijf minuten hangen de eerste mezen eraan. En passant inspecteren ze de nestkastjes. Het is zonnig en niet zo koud. Bij het huis horen we tussen het gekef en gegorgel van brand- en rotganzen door het gemauw van kieviten en de kreten van scholeksters.

We hebben vier kinderen bij ons en hijsen het gezelschap in jassen en op fietsen. Bij de Kobbeduinen lopen we het rondje langs het baken. Twee hazen hollen mee. In de verte verraadt zacht gejodel de aanwezigheid van een wulp. Terwijl de meeste wulpen nog hun winterkostje op het wad bijelkaar scharrelen, krabben enzo, zijn sommige wulpen al bezig met het broedseizoen op de kwelder. Wie daar ook mee bezig zijn, zijn veldleeuweriken. Hoorde je die lentebodes veertig jaar geleden door het hele land zingen, nu moet je ervoor naar natuurgebieden als de kwelder op Schiermonnikoog. Daar, in het woeste en ledige land waar kort gras, hoog gras, stuifzand en modder elkaar afwisselen, daar broeden ze nog. En daar fladderen ze nu, hoog tegen de zonnige lucht. Komt allen tezamen, jubelend van vreugde.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Door de natuur van Indonesië

Door de natuur van Indonesië

Babiroessa. Foto Alexander Reeuwijk
Babiroessa. Foto Alexander Reeuwijk

“Ik reis graag mijn helden achterna”, schrijft Alexander Reeuwijk in zijn boek Reizen tussen de lijnen – dwars door Indonesië met Alfred Russel Wallace. Wallace reisde 150 jaar geleden acht jaar door Indonesië, van Sumatra tot Papoea. Terwijl Darwin zijn evolutietheorie uit angst voor gelovigen nog niet publiceerde, broedde Wallace ook op evolutie door natuurlijke selectie.
Wallace is minder bekend dan Darwin, maar is in Indonesië wel een attractie: overal “worden huizen en hutjes van hem geclaimd”, schrijft Reeuwijk. En wie zijn helden wil eren, maakt dat weinig uit. Zo ook Reeuwijk, die het niet kan schelen dat Wallaces huis op de Molukken rechthoekig is en niet vierkant zoals hij zelf schreef. Hier “schreef Wallace zijn essay”, schrijft Reeuwijk, “en ik las het hier.” Hij ziet dezelfde paradijsvogels en vogelvlinders als Wallace. “Dichterbij kan ik niet komen”, aldus de reiziger.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De bosrand van de singel

De bosrand van de singel

Zonsopkomst achter het huisje. Foto Koos Dijksterhuis
Zonsopkomst achter het huisje. Foto Koos Dijksterhuis

Naar Schiermonnikoog, voor het eerst sinds september. Het dorp is lichter dan ooit. Veel van de iepen zijn gevloerd. Ik had de schade van de orkaan van eind oktober nog niet gezien.
Rond ons huisje liggen de terrassen en het grasveld onder de afgebroken takken. Maar de bomen in de singel staan nog overeind. Huurders hadden ons gewaarschuwd, dat het huisje de storm glansrijk doorstond. Ook de zonnepanelen bleven stoïcijns liggen.

De windsingel camoufleert het zomerhuisjespark. Omgekeerd beschermt hij de huisjes tegen wind en weilanden. Ooit vonden we het jammer dat de bomen het uitzicht op de opkomende zon en de zeedijk belemmerden. Maar de veeteelt intensiveerde, en het was maar goed dat de singel inwaaiende drijfmest tegenhield. Tijdens het mest uitrijden was de stank niet te harden.

De singel werd ouder en hoger, met aan weerszijden een dicht begroeide bosrand. Groen tot op de bodem. In het struikgewas scharrelden egels, broedden zwartkopjes en zelfs braamsluipers. Helaas denken mensen bij bomen vaak aan bijlen en zagen en ja hoor, er werd door het zomerhuizencollectief een smoes gevonden om de buitenste bosrand te vernietigen, zodat er een onverharde weg om het parkje kwam te liggen, waarover groot materieel kon rijden. Dat er ook vakantiegangers en honden zouden lopen was niet gepland. En dus kwamen er hoge, afschrikwekkende hekken.

Maar de bosrand was weg, het bos lag open, de braamsluipers meldden zich niet meer. Er viel zonlicht op de bodem onder de bomen en vooral waaide er mest naar binnen. Braamstruiken woekerden gretig om zich heen. En er kwam weer uitzicht. Op de weiden? Nee, het gras was vervangen door snijmaïs, het gewas dat meer drijfmest verdraagt dan welk gewas ook.

(Natuurdagboek Trouw 26 feb. 2014)

DELEN
Eksters gooien stenen

Eksters gooien stenen

Ekstergevaar. Foto Kees de Rijk
Ekstergevaar. Foto Kees de Rijk

Regelmatig halen stenengooiende eksters de pers. Ze maken zich er niet geliefd mee, want een steen kan een buts slaan in het dak van een heilige koe. En eksters zijn niet WA-verzekerd.

Het bord op de foto staat in Den Haag, waar eksters al jaren stenen gooien. Soms worden ze gevangen en verhuisd door boswachters. Boswachters zijn er om de natuur tegen mensen te beschermen, maar lenen zich kennelijk ook voor het omgekeerde. Zelf krijg ik lezersvragen als: hoe jaag ik een steenmarter van de zolder, hoe krijg ik reeën uit mijn tuin, hoe verdelg ik fruitvliegjes…

Lees Meer Lees Meer

DELEN