Natuurdagboek 2014
Wildernis is menselijk

Wildernis is menselijk

Hooiland in beekdal, door mensen gemaakt natuurlandschap. Foto Koos Dijksterhuis
Hooiland in beekdal, door mensen gemaakt natuurlandschap. Foto Koos Dijksterhuis

Vaak wordt beweerd dat er in Nederland geen echte natuur meer is. Daarachter schuilt het idee dat natuur een wildernis is, volkomen losstaand van de mens. Dan is er op de hele wereld geen natuur meer. Tot Antarctica is de zee vervuild met plastic, de lucht met rookdeeltjes, wordt vis uitgeroeid, doen onderzoekers metingen en kijken toeristen naar pinguins en albatrossen, zolang die er nog zijn.

In Nederland zijn al duizenden jaren mensen actief. Mensen waren jagers-verzamelaars, net als beren. Ze wisten Nederland ongetwijfeld te waarderen, toen het een koude, maar grazige vlakte was met reuzenherten, oerossen en paarden. Elfduizend jaar geleden werd het warmer, raakte Nederland bebost en werden graseters schaarser. Mensen vestigden zich in nederzettingen. De landbouw begon, al bleef dat nog heel lang een extensieve landbouw. Mensen bleven vanuit hun hoeves en dorpen jagen en verzamelen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Roestige tapijtschelp

Roestige tapijtschelp

Grijze tapijtschelp. Foto Koos Dijksterhuis
Grijze tapijtschelp. Foto Koos Dijksterhuis

Op het strand kun je tapijtschelpen vinden. Ze waren jarenlang behoorlijk zeldzaam, maar maken een bescheiden come-back. Sinds een paar jaar spoelen er regelmatig doubletten aan, dubbele schelpen, soms doosjes genoemd. Dat bewijst dat er niet ver van Nederland tapijtschelpen leven. Het zijn tweekleppigen, de kleppen zitten aan elkaar vast met een slotje. Als het schelpdier sterft en vergaat, blij dat slotje nog een tijd intact.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De smienten zijn er nog

De smienten zijn er nog

Smient. Foto Koos Dijksterhuis
Smient. Foto Koos Dijksterhuis

Als het in maart lente-achtig is en zonnig, is het moeilijk te beseffen dat het nog winter is. De vogels maken er ook een potje van – tjiftjaffen en zwartkoppen zijn al uit Zuid-Europa, fitissen komen uit Afrika terug. De bij ons overwinterende vogels daarentegen maken nog geen aanstalten om broedwaarts te reizen. Onze winterse ganzen, miljoenen zijn het er onderhand, blijven tot in mei hangen. Eerder hebben ze ook maar weinig op de toendra te zoeken. De kans is groot dat daar te veel sneeuw is en te weinig te eten, om aan eieren te kunnen beginnen. Smienten blijven ook hier tot in mei. Nou ja, sommige smienten dan, andere gaan in april.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Hutten bouwen, vuurtje stoken

Hutten bouwen, vuurtje stoken

Vuur en foto Koos Dijksterhuis
Vuur en foto Koos Dijksterhuis

Als vader zie ik mijn kinderen liever buiten dan kromgebogen over een beeldscherm. Ik speelde vroeger buiten, klom in bomen, maakte hutten en liet honden uit in de bossen bij Amersfoort. Die lol gun ik mijn kinderen ook en ik denk dat het beter voor ze is. Daarbij: alle natuurbeschermers zijn begonnen met hutten bouwen, struinen en bomen klimmen.

Instemmend lees ik de column van Johan ten Hove, die de krant zo nauwkeurig  leest en kritisch tegen het licht houdt. Hij schrijft fijne stukjes. Nu, maandag, noemt hij de graanvelden, weilanden, sloten en houtwallen waar hij als kind viste, hutten bouwde, nestjes uithaalde en vuurtjes stookte. Dat deed hij met zijn grote broer die alles kon. Die broer is pas overleden, maar toen ’was niemand te dik en niemand ging er dood’.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Holwortel, bosanemonen, krakeend en een lachende specht

Holwortel, bosanemonen, krakeend en een lachende specht

Krakeend. Foto Koos Dijksterhuis
Krakeend. Foto Koos Dijksterhuis

Een collega-schrijfster uit deze krant laat me landgoed Amelisweerd zien. Zij heeft jaren in Lunetten gewoond en kent de omgeving goed. Ik heb als student een werkstuk gemaakt over de besluitvorming rond Amelisweerd, maar ik was er nooit geweest.

Een zonnige dag in maart is ideaal voor zo’n landgoed. De eiken en beuken zijn nog kaal, het licht speelt door de takken, de bodem is verlicht, er komen aronskelken op, er bloeien speenkruid, dwerghyacinth, maagdenpalm, narcissen, crocussen, sneeuwklokjes en holwortels, die fraaie, lila stinzenplanten met hun holle wortels. En… de eerste bosanemonen. Bosanemonen staan met minstens tien andere bloemen in mijn persoonlijke bloementop-3.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zoekende hommels

Zoekende hommels

Aardhommel in krokus. Foto Jeanette Essink
Aardhommel in krokus. Foto Jeanette Essink

Aardhommels schuimen bodem en bomen af, en de muren van huizen en schuren. Zit er een gaatje? Even naar binnen, misschien is er wel ruimte voor een nest. Een aardhommelnest kan dieper dan een meter in de grond verstopt zitten.

Aardhommels zijn minder gevoelig voor kou dan veel andere insecten. Ze zijn groter en ze hebben een vacht. Ze weten raad met de vroegste lentebloemen. Een krokus bijvoorbeeld, zoals op de foto. Zit de nectar te diep in de bloem en kan een hommel er met haar roltong niet bij, dan bijt ze een gaatje in de bloem, waardoor ze lebbert.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Spreeuwen – verrassend mooi en muzikaal

Spreeuwen – verrassend mooi en muzikaal

Spreeuw. Foto Erik Sanders
Spreeuw. Foto Erik Sanders

Het hoeft maar een beetje op lente te lijken, of in de bomen langs de straten klinkt het tevreden gepruttel en geneurie van spreeuwen. Sommige laten zelfs een heus liedje horen. Dat kan van alles zijn, spreeuwen zijn geluidskunstenaars. Ik hoorde eens een buizerd in de tuin, maar nee, het bleek een spreeuw. Spreeuwen imiteren soms andere vogels. Ze hebben een enorm repertoire aan geluiden.

Als ze met hun allen zijn, en dat zijn ze vaak, kwetteren ze aan één stuk door. Het klinkt gezellig, al moeten er spreeuwen bij zijn die er niet tussen komen, die niet gehoord worden. Als groep produceren ze twinkelende geluidjes, die aan een sprankelend beekje doen denken.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Cavia’s in licht en donker

Cavia’s in licht en donker

Foto Koos Dijksterhuis
Foto Koos Dijksterhuis

Omdat we het zielig vinden als onze twee cavia’s niet naar buiten kunnen, staat hun binnenhok op het omheinde grasveld. Ze kunnen naar buiten wanneer ze willen, zomer en winter. Sinds een steenmarter onze konijnen uitroeide, gaat ’s nachts het hok dicht.

Eén cavia scharrelt veel over het gras, doet languit een dutje in de zon en laat zich zelfs aaien. De ander rent bij het minste onheil (een verschuivende stoel, een opengaande achterdeur, een langslopende ik) naar binnen. Hij zit daar liever dan buiten. Binnen is het donker en donker is veilig. Dus daar ligt hij uren te suffen, in een uitdijende berg keutels die ik dan maar weer verruil voor hooi, dat hij vervolgens opeet. Liever oud verdord gras binnen dan vers gras buiten. Saai beest.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De lentegeneratie van de kleine vos

De lentegeneratie van de kleine vos

Kleine vos. Foto Koos Dijksterhuis
Kleine vos. Foto Koos Dijksterhuis

Hommels, honingbijen, vliegen en vlinders – de insectenwereld ontwaakt. De eerste vlindersoorten zijn als vanouds kleine vos, citroenvlinder en dagpauwoog. Kleine vossen zijn er het meest. Ze vliegen wat af, ze volgen bermen en bosranden, passeren tuinen en parken. Ze zoeken bloemen voor nectar. Dat kunnen allerlei bloemen zijn, al bloeien er nog niet zoveel.
Kleine vosrupsen zijn kieskeuriger, die eten brandnetel. Brandnetel is een lekkernij – menige rups wil per se op brandnetel leven. Kleine vossenvrouwen zetten hun eitjes dus af op brandnetel. Ze zoekt naar een plekje waar de middagzon op schijnt, blijft daar overnachten en legt de volgende ochtend haar eitjes. Om vrouwtjes te verleiden willen mannetjes nog wel eens een territorium bezet houden, waaruit ze andere mannetjes wegjagen. Dat doen ze eveneens ’s middags, als de vrouwtjes een plekje zoeken voor de eitjes.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Hiëronymus en de leeuw

Hiëronymus en de leeuw

Hiëronymus bij de knotwilg, ets van Rembrandt van Rijn, 1648
Hiëronymus bij de knotwilg, ets van Rembrandt van Rijn, 1648

Soms vertelde ik mijn kinderen het verhaal van de leeuw met de doorn in zijn poot. Het is een oud verhaal. Er wordt beweerd dat kerkvader Hiëronymus rond het jaar 400 tussen zijn overwegend vrouwelijke volgelingen zat, toen er een leeuw binnentrad. Iedereen stoof gillend uiteen, op onze held na, die de leeuw van een doorn verloste.

Vandaar dat Rembrandt Hiëronymus samen met een leeuw etste. De ets is één van de ruim honderd etsen van Rembrandt, die in het museum Hannemahuis in Harlingen hangen. Ze komen uit de privécollectie van Jaap Mulders en reizen onder de titel Rembrandt in Zwart-Wit enkele musea langs. Na Harlingen komt Gouda aan de beurt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN