Ooit woonde ik een lezing bij van een sekte, waar een goede vriend in verstrikt raakte. De sekteleider grasduinde uit occulte clichés en legde lukraak verbanden, waarop het publiek gedwee knikte. Hij deed een spel waarbij je ongemerkt stapjes in zijn richting moest zetten, en als hij je zag bewegen was je af. Eén deelnemer sloop zijdelings voorwaarts.
De sekteleider zei tegen hem: ‘jij bent zeker een kreeft’, wat gelach teweegbracht. Iedereen wist dat kreeften opzij lopen. Of de man echt het sterrenbeeld kreeft had, ben ik vergeten. Het was wel lollig geweest. …
Een hevig geklapwiek klonk door het open raam. De houtduiven waren weer bezig, zeker. Het klapwieken verstomde. Ik keek naar buiten maar zag geen duiven. Wel draafde er een kat weg.
Uren later hing ik in de tuin de was op en zag ik een duif op de grond zitten. Het was een houtduif. Hij of zij zat ineengedoken tegen een bos planten aangedrukt. Toen de was hing, liep ik er voorzichtig heen. De duif haastte zich weg, met één hangende vleugel. Ik zag aan de schouder een beschadiging – daar ontbraken veren. Zo’n verwonding leek me door een kattenklauw veroorzaakt.
Ik belde de dierenambulance Drenthe. Ze zouden komen, maar hoe laat wisten ze niet. Mij werd geadviseerd een wasmand over de duif te plaatsen, om katten weg te houden. De wasmand stond nog buiten, leeg, dat kwam mooi uit. Ik zette hem snel over de terugkrabbelende duif, legde er een handvol vogelvoer bij en schoof een bakje water naar binnen. De kippen kakelden dat zij ook een handje wilden. Vooruit dan maar. …
Heremietibis met afval als nestmateriaal. Foto Koos Dijksterhuis
Soms komen mensen tot inzicht. Toen de noordelijke kaalkopibis, ook heremietibis genoemd, vrijwel uitgeroeid was, kwam bescherming op gang en werden er fokprogramma’s opgezet.
Ooit was ik in Palmyra, Syrië, en later hoorde ik dat daar een kleine populatie van deze ibissen was ontdekt. Als dat waar is, is die kolonie inmiddels vast weggevaagd, net als de tempels daar.
De laatste tientallen kaalkopibissen huisden wel langs de Eufraat: in Irak, Turkije en Syrië. En ten zuiden en noorden van de stad Agadir in Zuidwest-Marokko. …
In Zuidwest-Marokko kan het heet zijn, en dan is de schaduw van een arganboom een weldaad. Een arganbomenbos is een halfopen landschap met een onderbegroeiing van grassen en kruiden, dat lijkt op een steeneikenbos in Spanje. Eksters en gaaien gedijen erin.
Omdat arganbomen argannoten produceren, worden de bomen niet gekapt. Uit argannoten perst men arganolie, dat in heel Marokko verkocht wordt in piepkleine flesjes waarvoor je tien, vijftien euro moet neertellen. Het goud van Agadir.
In grotere hoeveelheden is arganolie goedkoper: tachtig euro voor een liter. Daarvoor is dertig kilo noten nodig; de oogst van een hele notenboom. Plukken, kraken, persen: wat een werk. De noten lijken op grote, puntige olijven. …
Rosse metselbij op slangenkruid. Foto Koos Dijksterhuis
Met zaden van wilde bloemen hebben we van een behoorlijk deel van onze tuin in twee jaar tijd een bloemenzee gemaakt. Ook hebben we gras in allerlei hoogten. Als ik een stap in dat gras zet, schieten er kleine sprinkhanen alle kanten op. Als ik een tijdje naar de bloemen kijk, zie ik ook steeds meer insecten: loopkevers en boktorren, kleine en grote zweefvliegen, muurwespen en goudwespen en een keur aan hommels en bijen.
‘Hommels en bijen’ is niet goed geformuleerd. Hommels zijn één van de 33 bijenfamilies die ons land rijk is. Honingbijen zijn ook één zo’n familie. Het zou raar zijn om te schrijven: ‘honingbijen en bijen’, nietwaar? …
Sommige veehouders en akkerbouwers werken met hart voor dieren, gewassen, landschap, natuur en milieu, en willen de bodem van hun boerderij beter achterlaten dan dat ze hem aantroffen. Niet alleen uit overtuiging maar ook uit noodzaak. Intensieve landbouw put de bodem uit. Volgens de FAO is een derde van ‘s werelds landbouwgronden al onbruikbaar, en de rest wordt in hoog tempo opgemaakt.
Volgens de documentaire Eat more trees van Arne Focketyn en Louis De Jaeger verdwijnt elk jaar 24 miljard ton vruchtbare bodem door roofbouw, grondbewerking, droogte, water en wind. Dat zijn dertig voetbalvelden per minuut. …
Meestal vind ik ze in september maar nu zag ik op 15 juni al de eerste grote parasolzwam. Hij stond op een plek waar ik elk jaar grote parasolzwammen zie staan, en was nog ‘in de knop’. Als een kippenbout stond ie met zijn bolle hoed op zijn ranke steel; een drumstick zogezegd.
De hoed werd nog bol getrokken door een vlies, het zogenoemde velum, dat na twee dagen opengescheurd bleek, en de hoed had zich ontvouwd. Er bleef een soort rokje om de steel zitten, nogal hoog, omdat die steel zo lang is. Grote parasolzwammen staan op hoge poten.
Grote parasolzwammen hebben beige hoeden met donkere schilfers. Die hoeden zijn eetbaar, tot kort nadat ze zijn uitgevouwen. Ik heb ze wel eens geprobeerd. Er zat niet veel smaak aan, maar met een lading zout, peper en knoflook was het best lekker. Het voordeel is dat je na één hoed vol zit – de hoed heeft het formaat van een pizza. Het nadeel is dat je je zou kunnen vergissen en de erop gelijkende knolparasolzwam naar binnen werkt. Als zwam in de dop lijkt de knolparasol op zijn grote neef, en consumptie ervan leidt tot hevige buikkrampen, tenzij hij heel goed doorbakken is. …
Op Schiermonnikoog wandelde ik met hond door de duinen. Hond volgde de sporen van muizen, fazanten en een haas. Ik luisterde en keek naar grasmussen, braamsluipers, tuinfluiters, graspiepers en blauwborstjes.
Ineens vloog er iets op ooghoogte voor me langs. Roestbruin, formaat spreeuw, een stuk groter dan een grasmus. Mijn indruk was een mannetje grauwe klauwier. Die heb ik rond 1980 eens op Schier gezien, toen waren ze al heel zeldzaam. In de nieuwe eilander avifauna Schiermonnikoog: wat er broedt en vliegt, lees ik dat het laatste broedgeval plaatsvond in 1992 of ’93. In heel Nederland kwijnde de soort weg. Het is een broedvogel van dichte bosjes en bosranden met meidoorn en sleedoorn. Dankzij de schaalvergroting in de landbouw is naar schatting 300 duizend kilometer haag gerooid. Klauwieren eten muizen, hagedissen en grote insecten, geen vanzelfsprekende bewoners van het buitengebied meer. De soort verdween uit ons land, op een bolwerk na in het Bargerveen. …
In de tuin zag ik twee kleine hommels paren op een paardenbloem. Het bleken geen hommels te zijn maar op hommels lijkende zweefvliegen: grote narcisvliegen. We hebben inderdaad narcissen in de tuin, en andere bolgewassen, en daar zijn narcisvliegen gek op. De vrouwtjes zetten na de paring eitjes af op of bij narcissen. Zeker de kleine tète-à-tète-narcisjes vinden ze lekker. Die krijg ik in de winter weleens van een bezoeker en als ze zijn uitgebloeid zet ik ze in de tuin. Maar ze redden het vaak niet. De doorgeteelde narcisjes zijn kennelijk een gemakkelijke prooi.
Toch vind ik dat kras want ik zie in juni, als de narcisvliegen hun piektijd beleven, weinig narcissen meer. Die zijn uitgebloeid en weggeteerd. De tète-à-tètes verdwijnen nog vroeger. Maar hier en daar vind ik nog een verfomfaaid en vergeeld blad of een stengel. En narcisvliegen zien die misschien ook. Ik kan nergens informatie vinden over hoe narcisvliegen narcissen en andere bollen vinden. De uitgebloeide wilde hyacinten zijn er nog, maar de dwerghyacintjes zijn al lang helemaal weg, evenals sneeuwklokjes en krokussen. Toch leggen de vliegen hun eitjes op of bij een narcis of andere bolplanten. Ze zullen de bollen wel ruiken. …
Jakobsvlinder vliegt naar links. Foto Koos Dijksterhuis
Elk jaar is het weer spannend of er Jakobsvlinders in onze tuin verschijnen. De zwart met rode schoonheden heb ik jaren geleden als rupsen in mijn toenmalige tuintje uitgezet. Daar fladderden ze een klein jaar later dan rond, maar soms kwamen daar weer zoveel rupsen van, dat de hoeveelheid Jakobskruiskruid ontoereikend was. Destijds heetten Jakobsvlinders nog Sint-Jacobsvlinders.
Sint-Jacobsvlinders worden sinds vorig jaar Jakobsvlinders genoemd, alsof de c de heiligheid bepaalt. Dat is te danken aan de aanname dat de vlinder naar zijn waardplant Jakobskruiskruid genoemd is, en niet naar de apostel Jacobus. Dat zal best, maar naar wie is Jakobskruiskruid genoemd? Alsnog naar de apostel Jacobus. Dat was Jacobus de Meerdere, en niet Jacobus de Mindere. Onder de twaalf apostelen waren twee Jacobi en die kregen bijnamen. …