De witte walvis

Sinds vorige week hangt er een beluga rond voor de kust van Noord-Holland. Menige vogelaar toog erheen om die bezienswaardigheid af te vinken. Vogelaars zien vaak ook graag zoogdieren, vooral roofdieren en walvissen. Een beluga is een kleine, witte walvis. Klein voor een walvis althans, want ze worden toch wel vier meter lang.
Beluga’s leven in de arctische oceaan. Ik heb ze een paar keer gezien op Trouwlezersreizen naar Spitsbergen. Ze zijn heel wit; zo wit als ijsschotsen, wat in die streken een prima schutkleur kan zijn.
Ze zwemmen rond in kleine groepen. De mannetjes houden zich afzijdig van de vrouwtjes en de jongen, tenzij er gepaard wordt. Dat doen ze in beschutte wateren, zoals bij de Solovetski-eilanden in de Witte Zee. Die zee dankt zijn naam niet aan de witte walvissen maar aan sneeuw en ijs.
Een baby-beluga is zo’n anderhalve meter lang – het lijkt me een zware bevalling. Om vier meter lang en duizend kilo zwaar te worden, eten beluga’s heel wat vissen, inktvissen en kreeften. Die duiken ze op in bij voorkeur ondiepe wateren, maar ze halen diepten van rond de achthonderd meter. Hun prooien vermalen ze met hun tanden.
Dankzij hun witte ruggen zijn ze gemakkelijk te herkennen. Die ruggen zijn niet voorzien van een rugvin. Wel hebben ze een typische walvisstaart en een dolfijnenmond. Maar daar staat een hoog voorhoofd boven. Dat hebben meerdere kleine walvissoorten. Het maakt een gezwollen en enigszins oenige indruk, maar dat hoofd is flexibel en wendbaar. Beluga’s zijn de enige walvissen die over hun schouder achterom kunnen kijken. Zeer waarschijnlijk speelt dat voorhoofd een grote rol in de visuele en verbale communicatie en in de echolocatie waarmee ze als watervleermuizen elkaar en prooien opsnorren.
Dat een beluga zich voor de Nederlandse kust vertoont is zeldzaam. Zestig jaar geleden gebeurde het ook eens. Over de oorzaak van zijn of haar verschijning kun je erop los speculeren. De mafste verklaring die ik tegenkwam is dat het dier door de Russen van spionage-apparatuur is. Dan weet Poetin nu dat het Noord-Hollandse strand smal is en zanderig.
(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 27 januari ’26)