Tuinvogels voor het raam

Tuinvogels voor het raam

Grote bonte specht aan de vetbol Foto Koos Dijksterhuis
Grote bonte specht aan de vetbol. Foto Koos Dijksterhuis

Vandaag mogen we nog meedoen aan de tuinvogeltelling. Terwijl ik dit typ zie ik pal voor het raam een merelvrouwtje in de vetbol pikken. Die heb ik op een ijzerdaad gespiest, een ijzerdraad in de leilinde, uit de tijd dat die nog geleid werd. De merel had als voorgangers een merelmannetje, een koolmees, een pimpelmees, een vink en een grote bonte specht.

Die vetbol hangt dus niet. De merels kunnen er vanaf een dikke, besneeuwde tak goed bij. Hoewel de merelman zich niet door hangplekken laat afschrikken – hij fladdert als een kolibrie voor de pot vogelpindakaas aan de gevel.

De koolmees peurt larven uit de buis met vogelvoer. Dat zijn gedroogde maden van zwarte vliegen. Ze lijken op meelwormen maar zijn kalkrijker. We voeren ze aan de kippen, en het wilde tuingevogelte mag meeëten.

Er fladderen meerdere kool- en pimpelmezen rond. Eén koolmees bezoekt de hoek van het venster, waar in een verfomfaaid spinnenwebje vliegjes bungelen. Drie Turkse tortels pikken gevallen korrels van de grond. Als die op zijn, vliegen ze weg en klapwiekt er een houtduif vanuit de berk. Die keek al enige tijd toe. Nu vist ie achter het net.

Het roodborstje laat zich niet zien. Die zit liever bij de kippen, om een graantje en een larfje mee te pikken. De spreeuwen, anders altijd in de buurt, zijn ook nergens te bekennen. De groene specht zwijgt, maar als ik de tuindeur even open, hoor ik de sopraan van een boomkruiper. En zie: een boomklever komt even langs.

Twee zwarte kraaien stappen door het besneeuwde gras. De ene kraai weet daar iets eetbaars uit op te diepen. De andere loopt naar de vijver waar aan de rand een slokje water te scoren valt. De ene volgt dat voorbeeld aan de overkant, en betreedt vervolgens de met ijs bedekte vijver. Ineens vliegen ze samen weg.

Maar daar komt de zanglijster, ook al door het besneeuwde gras en ook al naar de vijver. Die heeft iets eetbaars, iets taais, want hij beukt het mals op een steen aan de vijverrand. Het lijkt een salamander.

Vanuit de cypres klinkt de rauwe kreet van een eksters. De specht bevriest terstond. Merels, mezen, vinken en al wat verder nog vleugels heeft, haast zich in de hulstbomen. Dan schiet er een sperwer door de tuin.

Zelden zo’n vruchtbare tuinvogeltelling gehad.

(Natuurdagboek Trouw, maandag 2 februari ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *