Zwarte els elzenproppen en -katjes

Ooit was de zwarte els vermoedelijk Nederlands talrijkste boomsoort. Langs bijna iedere sloot verrezen elzen. Ook werden elzensingels aangeplant, als windbrekers, perceelscheiders en houtleveranciers. Elzenhout is zacht en gemakkelijk te bewerken, terwijl het onderwater niet gaat rotten. Het was dus handig voor heipalen. Verder brandt elzenhout uitstekend in de haard – Elsje fiederelsje…
Tegenwoordig liggen elzenhagen lang niet meer zo voordehand. Onderwater gebruiken we kunststof, aan houtbewerking doet bijna niemand meer en fikkie stoken is taboe vanwege klimaatverandering. Hoogovens zijn nog wel toegestaan, maar die branden op steenkool.
Op allerlei websites over planten lees ik dat elzen hun mannelijke katjes ‘al’ in februari en maart laten hangen, terwijl de vrouwelijke pas later komen. Dat laatste klopt, het eerste klopte wellicht vlak na de laatste ijstijd. Tegenwoordig zie ik de eerste elzenkatjes al in oktober, en zeker in november.
De mannelijke katjes hangen als paarsige slurfjes onder de elzenproppen, die de zaadjes bevatten van het vorige seizoen. Die zaadjes zijn pas in de herfst rijp, als de nieuwe katjes reeds bungelen. Die katjes worden centimeters lang, terwijl de vrouwelijke katjes piepklein zijn en pas later uitgroeien tot nieuwe proppen. Ze staan vlak boven de mannelijke katjes, en zijn lichtgroen of roze van kleur. Pas na de katjes komen de bladeren tevoorschijn. De ontluikende blaadjes zijn bij de zwarte els kleverig, bij de witte els niet.
Elzenkatjes en -bladeren lijken op de katjes en bladeren van hazelaars. Beide soorten bomen horen bij de berkenfamilie. Maar waar hazelaars hazelnoten ontwikkelen, maken elzen elzenproppen.
Bij ons in de buurt staan een paar fraaie elzensingels aan een brede sloot. IJsvogels maken gebruik van de laagste takken, terwijl sijzen, groenlingen, putters en vinken in de kruinen bij de elzenproppen rondhangen. In de laag daartussen huizen merels, heggemussen en roodboorstjes.
De vinkachtige zangvogels kunnen de proppen in de kruinen gemakkelijk systematisch wegwerken, door de hele singel af te schuimen. Elzensingels vormden ooit een wijdverbreid en dicht wegennet voor die vogels. Een luchtwegennet, zou je kunnen zeggen.
(Natuurdagboek Trouw, maandag 9 februari ’26)