Een onderkoelde jaarling

Een onderkoelde jaarling

Ree met jas Foto Marijke Wempe
Ree met jas. Foto Marijke Wempe

Onze overbuurman, Edwin Struik, stuurde een berichtje: zijn hond had een jonge ree gevonden. We wandelen regelmatig samen, maar nu liep hij alleen met zijn hond. Mijn geliefde wandelde ook alleen met de hond. Ze was net thuis, toen buurmans berichtje kwam.

Ze had haar jas nog aan, ruilde de hond in voor de fiets en haastte zich over de ijzelgladde paden naar de vindplaats. Buurman was een eindje doorgelopen omdat zijn hond bleef blaffen. Zo had hij het reetje ook ontdekt: dankzij de hond die op een meter afstand van het arme dier bleef staan blaffen.

Geliefde moest nog even goed zoeken, voor ze de ree vond. Het dier had een schutkleur en hield zich roerloos. Het vluchtte niet toen ze voorzichtig naderde en even voelde – ijskoud. Ze drapeerde haar jas over de ree, zodat alleen haar kop onbedekt bleef. Die vertoonde geen aanzet van een gewei, het was een jonge reegeit. Voorbijgangers vertelden haar dat ze eerder die dag een ree hadden gezien, die door een achterpoot zakte.

Buurman verscheen weer. Hij had andere wandelaars met hond gewaarschuwd, en die hadden de dierenambulance gebeld. Na een stief kwartiertje kleumen kwam de auto.

‘Het is een jaarling’, sprak een van de redders. Zodra het over door jagers geliefde doelwitten gaat, krijg je met jargon te maken. Poten zijn lopers, (hazen)oren zijn lepels, bloed wordt zweet.

Een reekalfje komt in mei (soms april of juni) ter wereld. Na een jaar moet het helemaal op eigen lopers staan, want dan kan de moeder een volgend kalf baren. Vanaf dat moment heet een jonge ree een jaarling. Pas na nog een jaar wordt het dier ‘jonge ree’ genoemd.

Het onderkoelde reetje in kwestie was naar schatting ruim anderhalf jaar oud. Het had ernstiger problemen dan jagerslatijn. De dierenambulance-medewerkers tilden haar op en namen haar in een grote, donkere mand mee naar een dierenopvang. De volgende dag belde geliefde die opvang op: ‘Hoe gaat het met de jaarling?’ ‘Die ging dood.’ ‘Ah nee, wat was de doodsoorzaak?’ ‘Weten we niet.’

Als het dier niet langs een pad had gelegen, maar op een plek waar geen hond komt, was ze waarschijnlijk stilletjes gestorven. Dan hadden kraaien, raven, buizerds en vossen haar opgegeten.

(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 30 januari ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *