Een vrolijke voordracht met film, plaatjes en muziek over de spreeuw, in boekhandel Van der Meer te Noordwijk, zondag 25 september tijdens de vogelmiddag. 15:00 uur, gratis toegang; wel van te voren aanmelden in de winkel of via www.hetcultuurcafe.nl met meer informatie over deze middag.
Hoewel hun bloeitijd officieel al ruim een maand voorbij is, gaat muurpeper buiten boekje door nog steeds te bloeien. Muurpeper is een vetplantje, kan goed tegen zonnebrand en staat vaak op hete, droge, schaduwloze plaatsen.
De kanariegele vetplantjes met hun dikke, groene stengels groeien tussen straatstenen, op kaal zand, op platte daken en uit muren en kades. Steen en zand kunnen zo heet worden dat er een ei op te bakken is, maar muurpeper vindt het prima. Muurpeper houdt wel van een beetje klimaatverandering, zou je kunnen zeggen. Zelfs een jaarlijkse overstroming met zout zeewater krijgt muurpeper niet weg. In dat vette blad houdt de plant drinkwater vast voor slechtere tijden. …
Gelukkig kunnen spinnen niet bijten. Dat wil zeggen: ons niet. Een huisspin – die grote zwarte die op harige poten door de kamer rent – bijt niet, de dunne trilspinnen – die het plafond en de wanden met rommelig rag behangen – bijten niet, en de dikke ronde kruisspin in haar web voor het raam bijt al evenmin. Gelukkig maar, want verder bijten ze van alles. Spinnen zijn niet kieskeurig. Trilspinnen moeten in huis maar afwachten wat ze te eten krijgen. Soms vergrijpen ze zich dan maar aan een soortgenoot, het eigen nageslacht desnoods. …
Nog even is het zomer. Aan het Hollandse strand is het weer dringen geblazen, maar boven zee hebben grote sterns de ruimte. Krassend wieken ze voorbij, vaak twee aan twee: ouder met jong. Ze lijken op kokmeeuwen maar zijn ranker, witter en wendbaarder. Ik sta tot mijn middel in zee en heb eersterangs uitzicht. …
Bladwesplarven in synchroon ballet. Foto Marcel Mooij
Een bladwesp is herkenbaar aan zijn voor een wesp dikke taille. De bladwesp die ik zag bleek een Tenthredo omissa te zijn. Een vrouwtje, gezien haar puntige achterlijf dat het vermogen tot eitjes leggen verraadt. Bladwespen hebben geen angel, ze kunnen niet steken. Bladwespen leggen hun vleugels vaak plat over hun achterlijf. Deze deed dat niet, maar de wesp fladderde van haar dille-bloem naar een andere dille, in de buurt van een wilde peen. Op die peen zat nog een bladwesp met platgelegde vleugels. …
Hoewel ik geen schokkende ontdekking deed, beleefde ik een geval van serendipiteit. Dat lastig uitspreekbare woord komt uit een oud, Perzisch sprookje over het eiland Serendip. Serendipiteit wil zeggen dat je iets ontdekt als onbedoeld bij-effect van een zoektocht naar iets anders. Penicilline is zo’n toevallige ontdekking. En alchemisten vonden van alles, terwijl ze het recept voor goud zochten. …
Het is weer tijd voor de houtpantserjuffers. Als ik eind augustus of begin september in de tuin zit, neemt er altijd wel een houtpantserjuffer plaats op mijn been, een blaadje, een twijgje of ander groen in de buurt. Dit keer valt een geknakt rozentakje in de prijzen.
Houtpantserjuffers zijn metaalgroene juffers met een lang, slank lijf. Elk van de vier vleugels heeft een geel pterosigma, wat Grieks is voor vleugelvlekje. De juffers komen voor in de buurt van stilstaand en traag stromend water, ook in woonwijken. Ze leggen hun eitjes niet in het water, maar onder de bast van takken die boven het water hangen. Ik woon aan het water. Achter in de tuin hangen bomen en struiken boven de oever. Aan hun houtige legplek danken deze pantserjuffers hun naam. …
Rommelend in de tuin kom ik onder ieder stuk hout en iedere steen duizendpoten tegen. Ook onder de deurmat zie ik ze en zelfs onder een perzikenpit van gisteren zitten er al twee. De meeste zijn jong: ze zijn nog klein, hebben minder poten dan een volwassen duizendpoot en zijn nog niet zo mooi roodbruin. Klein of groot, allemaal rennen ze weg naar het donker. …
Zwevende meeuwen steken prachtig af tegen een blauwe hemel. Van onderaf lijken ze, beschenen door de lage zon, verlichte geesten. Ze zijn voorzien van een zilveren stralenkrans. Het zijn dan ook zilvermeeuwen. Statig glijden ze over. Eenmaal vechtend om een vuilniszak blijken ze minder sereen dan ze er zwevend uitzien. Dus kom, we laten ze nog even zweven. …
Merknamen mag ik niet noemen, maar de witte reus is behalve zeeppoeder ook een insect. Een zweefvlieg om precies te zijn. Witte reuzen zijn één van de drie zwevende reuzen die in Nederland niet bijster zeldzaam zijn.
De witte reus ziet er bol en glad uit en heeft een witte band over zijn glanzend zwarte achterlijf. De hommelreus kan daarop lijken maar is behaard. Dan is er nog een stadsreus, die wat slanker en zwart-geel gestreept is. Stadsreuzen hangen vaak rond in stadsparken en –tuinen, de andere twee houden meer van bosranden. …