Zaaddonor

Twee dagen ga ik naar ons huisje op Schiermonnikoog. Ik neem vogelzaad mee. Dat hang ik voor het raam in zo’n plastic cilinder. De volgende ochtend vinden twee kool- en twee pimpelmezen de onverwachte lekkernij.
Tijdens mijn ontbijt kijk ik naar de mezen. Ik denk niet dat ze naar mij kijken. Ze zien me alleen als ik dichtbij het raam beweeg. Dan trekken ze zich even een meter terug. Ook de vogels die de door de mezen gemorste korrels opruimen, zien me pas als ik beweeg. De eerste die verschijnt is een fazantenhaan. Nietsvermoedend laat hij zich van een meter afstand fotograferen. Ik beweeg alleen als hij niet kijkt. Hij kijkt niet als hij me recht aankijkt, want zijn ogen staan aan de zijkanten van zijn kop. Als ik me terugtrek ziet hij dat en sprint hij geschrokken weg. …








