Natuurdagboek

Jan van Gent aan dek

Jan van Gent aan dek

Jan van Gent aan dek. Foto Koos Dijksterhuis
Jan van Gent aan dek. Foto Koos Dijksterhuis

Gisteren schreef ik over de Jan van Gent met een stuk visnet om de snavel. Die zou vogelgriep overleefd hebben, schreef ik, en kwam vervolgens door dat visnet aan zijn eind.

Hoe weet ik dat ie aan zijn eind komt? Dat weet ik niet, maar ik vermoed het. Hoe weet ik of ie vogelgriep overleefde? Omdat ie leeft, nadat de pandemie zorgde voor duizenden dode Jan van Genten. Ze spoelden in 2022 massaal aan. Ook op Schiermonnikoog vond ik ze. Bass Rock, het eilandje bij Edinburgh, zag jarenlang wit van de grootste kolonie Jan van Genten, met naar schatting 150.000 vogels, maar is ziet nu weer overwegend grijs.

Of die vogel zelf vogelgriep had? Ja. Dat zie ik op de foto. Jan van Genten hebben blauw omrande ogen met een lichtblauwe iris. Als ze een infectie met vogelgriep te boven zijn gekomen, is die iris zwart. Deze ontdekking werd een half jaar geleden gedaan door de Britse Vogelbescherming.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Meeuwen en een Jan

Meeuwen en een Jan

Jan van Gent met visnet. Foto Koos Dijksterhuis
Jan van Gent met visnet. Foto Koos Dijksterhuis

Het had gestormd uit het noordwesten en op de Noordzee betekent dat twee dingen: zeevogels waaien richting Nederland en het water wordt opgezweept richting Nederland. Golven dus. Om 8 uur staken wij van wal in Lauwersoog. Wij voeren langs Schiermonnikoog en Engelsmanplaat en kwamen een flink eind ten noorden van Ameland uit. De wind waaide al veel minder maar de golven rolden soms over het dek van het naar makreel en kabeljauw ruikende motorschip De Dageraad. Een excursie van Birding Holland.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Honingbij tankt bij

Honingbij tankt bij

Honingbij. Foto Koos Dijksterhuis
Honingbij. Foto Koos Dijksterhuis

Zolang het warm is, vliegen er honingbijen. Die moeten dan wel af en toe nectar of andere zoete brandstof kunnen innemen. Vliegen kost energie. Bijen worden er warm van, zeker honingbijen, want die dragen een bontje. Ze zijn er op maartse lentedagen altijd snel bij en kunnen de winter overleven. Met hun gefladder houden ze hun winterverblijf in een holle boom, een kast of korf op temperatuur. Als u een minuut zo snel mogelijk als een pinguïn met uw armen klapwiekt, krijgt u het waarschijnlijk warm en wordt u moe. Maar hoe snel u ook klapwiekt, u haalt het niet bij een honingbij. Die slaat, lees ik op internet, per seconde 230 keer haar of zijn vleugels uit.

Nu, in de nazomer, sterven er veel bijen. Zo blijven er minder over die op de wintervoedselvoorraad aangewezen zijn. De mannetjes, die zelf geen bal uitvoeren maar zoals bij de meeste diersoorten een nauwelijks bredere functieomschrijving hebben dan die van zaaddonor, worden na de paringsvlucht verstoten. De werksters jagen de achterblijvers het nest uit, zo nodig met hun angel.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Losgewoelde strandschelpen

Losgewoelde strandschelpen

Grote strandschelpen. Foto Koos Dijksterhuis
Grote strandschelpen. Foto Koos Dijksterhuis

Op het strand van Schiermonnikoog is duidelijk te merken dat het enige tijd ervoor hard heeft gewaaid vanuit het noordwesten. De vloedlijn ligt vol drijvende objecten als de skeletten van zeeklitten, de skeletten van inktvissen, eierkapsels van roggen en het nodige plastic. Tegelijk liggen er veel door woeste baren losgewoelde zeeanemonen, goudkammetjes en zandkokerwormen, strand- en breedpootkrabben, en ook verse schelpdieren. Die laatste leven (in hun specifieke geval leefden) kennelijk niet ver van de kust in zee en spoelen nu aan.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Spreeuwen zijn niet uit hun humeur te krijgen

Spreeuwen zijn niet uit hun humeur te krijgen

Spreeuwendans Foto Erik Hijweege
Spreeuwendans. Foto Erik Hijweege

Dreigende wolken boven een weids landschap, dat beschouwen we vaak als typisch Hollands. Wel, wolkenluchten zijn buiten Holland zeker zo Hollands, tot in Friesland aan toe! Daar toog fotograaf Erik Hijweege een winter lang door het land om grillige wolken vast te leggen. Hij beperkte zich tot de grilligste aller wolkformaties: spreeuwenwolken.

Hijweege stelt die foto’s tentoon in het charmante Natuurmuseum te Leeuwarden, samen met de spreeuwenparafernalia uit het museale rariteitenkabinet. De tentoonstelling wordt aanstaande vrijdagmiddag geopend om 4 uur. Als lezer van mijn Natuurdagboek bent u welkom bij de opening, als u zichtenminste vandaag aanmeldt met een mailtje naar opening@natuurmuseumfryslan.nl

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Watersalamanders leven op het land

Watersalamanders leven op het land

Kleine watersalamander. Foto Koos Dijksterhuis
Kleine watersalamander. Foto Koos Dijksterhuis

Kleine watersalamanders doen hun naam deels eer aan, maar anderdeels juist niet. Het zijn kleine diertjes; een volwassen kikker is vaak langer zeker zwaarder. Maar ik kom ze meestal op het droge tegen. Kleine watersalamanders gaan alleen in de paartijd te water, van maart tot mei of juni.

Nog even en ze gaan in winterslaap, en nu leven ze te land. In niet aangeharkte tuinen in de buurt van water zijn ze gemakkelijk te vinden. Maar je moet er oog voor hebben. Ze gedragen zich heel anders dan de volstrekt niet aan salamanders verwante muurhagedissen. Hagedissen zijn reptielen, salamanders amfibieën. Een salamander en een hagedis zijn zo verwant als een mens en een merel. Muurhagedissen zijn in Zuid-Europese landen algemeen. Ze rennen over muren en rotsen, af en toe een roerloze pauze inlassend. Ze houden meer van zon en warmte dan van water en koelte.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een rat tussen de duiven

Een rat tussen de duiven

Bruine rat Basel. Foto Koos Dijksterhuis
Bruine rat Basel. Foto Koos Dijksterhuis

Zoon en ik arriveren per nachttrein hondsvroeg in Bazel. Daar zien we een plein, deels bedekt door een tijdelijk terras op een houten vlonder, een decimeter boven het wegdek. De tent is nog dicht, maar waar mensen waren, is afval, zelfs in dat propere Zwitserland. Op de stenen liggen etensresten en zonnepitten, waar tientallen stadsduiven zich aan tegoed doen. En een rat: een bruine rat.

Bruine ratten (Rattus norvegicus) kunnen dertig centimeter lang worden, nog afgezien van hun staart, maar halen meestal de twintig centimeter nog niet. Als mensen ratten zien, denken ze vaak dat het muizen zijn, omdat ze denken dat ratten agressieve monsters van een halve meter zijn. Maar ratten zijn kleiner en zeker zo bang voor mensen als mensen voor hen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Unhappy meal

Unhappy meal

Ballon op het strand. Foto Koos Dijksterhuis
Ballon op het strand.
Foto Koos Dijksterhuis

Al jaren ruim ik op strandwandelingen afval op. Het aantal flesjes is gekelderd sinds er statiegeld is ingevoerd. Wat er nog wel heel veel ligt: plastic draden uit visnetten, ballonnen en peuken. Er schijnt veel minder (plastic) afval in zee te belanden dan gedacht. Dat komt niet doordat er minder plastic wordt weggegooid, maar omdat het in rivieren blijft hangen. In de Donaudelta in Roemenië kun je aan de duizenden petflessen in de boomkruinen zien hoe hoog het water heeft gestaan. Daar wordt geen statiegeld geheven.

Draden uit visnetten zijn afkomstig van spooknetten: netten die vissers verloren of moedwillig los kapten en die als killers door de zeeën zweven, uit elkaar vallen en werkelijk overal op en onder het zand zitten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
(Kriel)parnassia

(Kriel)parnassia

Krielparnassia. Foto Koos Dijksterhuis
Krielparnassia. Foto Koos Dijksterhuis

Als ik in de nazomer in natuurgebieden aan de kust ben, kijk ik altijd uit naar parnassia. Op Schiermonnikoog zijn er duizenden. Ze hebben vaak gezelschap van stijve en rode ogentroost, strandduizendguldenkruid en andere zeldzame soorten, die op Schier juist algemeen zijn. Dat komt doordat er veel duinvalleien zijn, waar brandschoon en kalkrijk kwelwater opborrelt.

In mijn plantaardige top-10 staan naar schatting honderd soorten, maar Parnassia haalt de top-3 en staat waarschijnlijk bovenaan. Minder opvallend is krielparnassia. Dat zou je een miniatuur-uitvoering van parnassia kunnen noemen, vandaar die naam, die eigenlijk niet klopt. Parnassia hoort bij de kardinaalsmutsen, en krielparnassia bij de anjers. Sierlijke vetmuur is een andere naam van het plantje.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Ogentroostrijk

Ogentroostrijk

Stijve + rode ogentroost. Foto Koos Dijksterhuis
Stijve + rode ogentroost. Foto Koos Dijksterhuis

Hoewel het groei- en bloeiseizoen ruim voorbij zijn piek is, zijn er nog vele doorgroeiers en -bloeiers. Echte nazomerbloeiers zijn stijve en rode ogentroost. Dat zijn kleine familieleden van de bremrapen – parasitaire planten die niet zelf suikers produceren maar ze uit de wortels van andere planten stelen. De ogentroosten tappen suikers af van grassen, maar hebben zelf ook bladgroen en dus energie om suikers te maken. Ze worden daarom halfparasieten genoemd.

Rode zowel als stijve ogentroost kunnen allebei goed tegen een wat zoute bodem. Die bodem is bij voorkeur vochtig en niet al te ruig begroeid. Beide ogentroosten kunnen tegen betreding en begrazing. Rode ogentroost zelfs zo goed op begraasde grond, dat ik, als ik het plantje vind rondkijk of er geen paarden of koeien in de buurt zijn. Zout en vochtig – rode ogentroost komt relatief veel voor in de Delta, op de Wadden en in het Lauwersmeer.

Lees Meer Lees Meer

DELEN