Lathyrusbij op brede lathyrus. Foto Koos Dijksterhuis
De lathyrus bloeit. De bloemen worden bezocht door bijen. Het blijken lathyrusbijen te zijn. Dat vond ik altijd zeer bevredigend – bloemen vinden met de bijbehorende bijen. Ik had dat in mijn vorige tuin met andoornbijen. Daar bloeiden veel andoorns, waarvan ik een stel heb meegenomen, dus ik verwacht ook in onze huidige tuin andoornbijtjes. Maar lathyrusbijen had ik nog nooit in de tuin. …
Van Adwin de Kluyver verscheen het boek De Eilanden van goed en kwaad (Het Spectrum, 26,99). Ik heb een zwak voor eilanden, en als auteur van Eilandgevoel ben ik natuurlijk benieuwd.
Mijn persoonlijke eilandentop-3 bevat minstens 5 eilanden. Het Griekse Samothraki, het Ierse Clear Island en uiteraard mijn geliefde Schiermonnikoog staan er zeker in, evenals Inishboffin (Ierland), Fair Isle (Schotland), Ko Chang (Thailand) en Ouessant in Bretagne. En laat ik Blasket, Dursey, Bere, Valentia, Inisheer, Inishmore, Achill, Arran, Omey en Clare niet vergeten. Allemaal in Ierland; op Inishmore en Achill werd The Banshees of Insherin gefilmd. Ierland is zelf een eiland, en wat voor eiland – je kon er geen stap zetten zonder op orchideeën te trappen. Die zijn inmiddels met EU-landbouwsubsidie teruggedrongen. …
In mijn vorige tuin bloeide Jacobskruiskruid, een wekenlange bron van gele pracht. Het is bovendien een vredig gonzende verzamelplaats van bijen en zweefvliegen. De plant doet het goed op stikstofrijke, warme plekken en breidt zich dus snel uit. Ook in mijn tuin. Daarom haalde ik ooit de zwart met geel gestreepte rupsen van Jacobsvlinders erbij. Die eten vrijwel alleen Jacobskruiskruid. Ze knagen de planten tot de grond af, en ontpoppen zich in de lente als prachtige zwart-rode vlinders. …
Mijn goede bekende Wouter Jan Strietman weet bij mijn oude en zijn huidige woonplaats Amersfoort een plek waar nachtzwaluwen te horen en zelfs te zien zijn. Vanaf een duin kun je een hei overzien. In de bosrand erachter of in de verspreide dennen zou een nachtzwaluw kunnen zingen.
Nachtzwaluwen hebben een ratelende zang: ‘rrrrrrrrrrrrr’. Over het aantal erren valt te twisten maar het zijn er veel meer. De zang klinkt zachter of luider wanneer de vogel zich omdraait. En valt stil als er gevlogen wordt. Dan klinken er wel piepjes maar de ratel stopt. Althans, voor zover ik weet. De keren dat ik nachtzwaluwen hoorde zongen ze alleen zittend. …
Wolf. Foto Leo Linnartz, St. ARK, www.wolveninnederland.nl
Als ik in Amersfoort ben, mijn geboortestad waar ik bijna achttien jaar woonde, zoek ik graag een bekende op. Vier jaar geleden verhuisde Wouter Jan Strietman naar de Keistad. We kennen elkaar van een reis naar Spitsbergen. Wouter Jan loopt vaak door de Treek, het landgoed waar ik jarenlang rondstruinde. Hij weet nachtzwaluwen te vinden. Nachtzwaluwen in de Treek – dat was ongekend.
Op mijn tiende groef ik een ondergrondse hut in de Treek. Door een spleet zag ik eekhoorns. Ik zag er reeën en zwarte spechten, een hermelijn, mijn eerste sperwer. Ik droomde van een sprookjesbos met wolven, een ideaal dat verder weg leek dan Omsk per trojka. …
Sommige soorten vlinders vliegen twee keer per jaar een tijdje rond. Het betreft dan verschillende generaties. Citroenvlinders bijvoorbeeld waren er in de lente en zijn er nu weer, maar waren er in juni even niet. Ook van landkaartjes vliegt nu de tweede generatie.
De lentegeneratie van het landkaartje vloog van april tot eind juni, de zomergeneratie vliegt van begin juli tot in september. De twee wisselen elkaar dus naadloos af, zonder generatiekloof. Opmerkelijk is dat de beide generaties er heel anders uitzien. Beide generaties vind ik prachtig. Landkaartjes zijn in het voorjaar oranje met zwarte vlekjes, ze lijken dan op een kleine vos of op een parelmoervlinder. In de zomer zijn ze wat groter en hebben ze meer het uiterlijk van een kleine ijsvogelvlinder: zwartbruin met witte banden. Ze hebben dan echter ook oranje slingers, die ijsvogelvlinders missen. …
Iedere lente en (na)zomer raak ik meermaals vertederd van het gesnurk van een duttende houtduif in een boomkruin. In het mooie boek De houtduif (Atlas Contact, €23,99) van Hay Wijnhoven lees ik dat het geen gesnurk is, maar een geluid dat houtduiven maken als ze bezig zijn met een nest. Hij noemt het de ‘nestgrom’, en ik had kunnen bedenken dat het communicatie betrof, want waarom zouden houtduiven alleen in het broedseizoen snurken?
Dat broedseizoen duurt ruwweg van eind december tot half oktober, en in die tijd zijn houtduivenpaartjes aan de lopende band aan het nestelen, leggen en opvoeden. Telkens twee jongen, en na een heel seizoen moeten dat er genoeg zijn om de verliezen aan wind, gaai, buizerd, havik, auto, kat en jager te compenseren. …
Voor scholeksters zit het broedseizoen erop. Sinds februari waren ze bezig met territoria zoeken, partners verleiden, territoria verdedigen, eieren uitbroeden, territoria verdedigen, kuikens begeleiden, territoria verdedigen.
Het broedseizoen mag er dan opzitten, de territoria worden nog steeds verdedigd, getuige het kabaal dat de scholeksters half juli nog maken. Scholeksters schoppen branie. Een vocaal aanloopje dat als een triller klinkt mondt uit in een met schelle stem verkondigd: ‘tepiet!’ Op Schiermonnikoog zijn nog heel wat ‘schollies’ en daar hoor ik ze dag en vooral nacht door het open raam. …
Henk Strietman stuurde mij de foto. Ik ken Henk van twee reizen naar Spitsbergen, die ik met Trouwlezers maakte, en sindsdien gaan we weleens samen op stap. Ik heb in Nederland nog maar één keer dassen in het wild gezien, hoewel ik vaak genoeg op strategische plekken heb gewacht tot het aardedonker was.
Maar ja, een das laat zich niet bestellen. Hoewel, als ik Henks verslagje las… Iedere avond tussen half tien en kwart voor tien kwam de das uit een bosje, om een weiland over te steken. Henk nam er bijna elke avond een kijkje.
Ik had iets te doen in de buurt, dus op naar Henk en zijn das. Nu bieden in het verleden behaalde resultaten geen garantie voor de toekomst. Maar dat hoort erbij, dat maakt het zelfs spannend: zien we hem of zien we hem niet? Meestal niet, maar altijd laat zich wel iets zien: reeën, uilen, houtsnippen… …
In een moerasgebiedje bij ons dorp zie ik meerdere eenden peddelen met pullen. Ze lijken op gewone wilde eenden of parkeenden (die twee zijn dezelfde soort), maar dat zijn het niet. Zo laat in het broedseizoen is de kans groot dat het krakeenden zijn, en dat zijn het.
Krakeendvrouwtjes lijken sterk op wilde eendenvrouwtjes, maar hun ‘heupvlekje’ (door ornithologen spiegel genoemd) is wit, niet blauw. Verder hebben ze een oranje snavel met een donkere streep erover. De jonkies van beide soorten zien er eender uit en even koddig. …