Natuurdagboek
De roffel en de roep van de specht

Eind december was er al ergens een merelnest met kuikens. Begin december roffelden de grote bonte spechten. Reeds voor Sinterklaas bloeiden de sneeuwklokjes en rond de jaarwisseling narcissen en speenkruid. Ik keek gretig rond maar hoorde noch zag deze vroege voorjaarsverschijnselen. Op de Groninger toendra waren de merels zo zwijgzaam als de Groninger boeren. De sneeuwklokjes bleven tot januari groen, en van narcis en speenkruid heb ik alleen blaadjes gevonden. …
Hazelaar

Zoals zoveel planten, kwamen ook els en hazelaar vroeg in bloei. In december werden de vroegste bloeiers gevonden. Ze haalden de kranten, met foto’s van elzen- en hazelaarkatjes.
Die foto’s lieten soms katjes zijn die nog niet bloeiden. In de herfst hangen er al katjes. In de winter bloeien ze, de laatste jaren vaak in december al. Ze hebben mannelijke en vrouwelijke bloemen. De hangende katjes zijn mannelijk. De katjes zijn geelbruin. Bij de els staan de vrouwelijke bloemen verrassend genoeg overeind. Ze zijn eerst rossig, maar groeien uit tot groene kegeltjes. Op den duur worden ze houtig – de bekende elzenproppen. …
Jong riet

Nu de winter maar niet voorbij het herfst-stadium wil raken, blijft gras groeien. Het groeit niet hard, althans, onbemest gras groeit niet hard, maar toch. Ik zie het aan het verschil met het door onze cavia’s en konijnen begraasde deel. Ze gaan naar buiten als het maar even kan, omdat die beesten zichtbaar opleven van bewegingsruimte en buitenlucht. Vooral de cavia’s zijn graasmachientjes. Zodra ze buiten zijn beginnen ze te knabbelen en ze onderbreken hun geknaag alleen voor gezamenlijke sprintjes naar het caviahuisje. Bijvoorbeeld als een kat of ekster nadert. …
Tuinvogels tellen

Zondag droeg ik een verhaaltje voor in Vroege Vogels. Het programma stond in het teken van tuinvogels. Of specifieker: van de tuinvogeltelling van gastheer Vogelbescherming. De presentatoren vroegen me of ik had geteld. Oeps, nee, glad vergeten, maar ik zal het vanmiddag doen. Aldus deed ik. De specht, de mezen, roodborstjes en duiven van zaterdag lieten zich niet zien. De eenden en meerkoeten die vanuit het aangrenzende water vaak mijn tuin beknabbelen waren nergens te bekennen. …
Kersenbloesem in de winter

Midden in de winter bloeit er een prunus alsof het lente is en de meikersen in aantocht zijn. Ik kende de winterjasmijn, de mahonia en nog een paar winterbloeiers, maar deze niet. Prompt zie ik ze vaker, gek is dat, hoe je iets jarenlang over het hoofd kunt zien. Het is een Japanse sierkers. Dat schijnt in Japan een geliefde tuinboom te zijn. Eind negentiende eeuw nam iemand er een paar mee naar Nederland. …
Kattenkwaad

Vogels zijn populair, zelfs in de stenigste tuintjes zie ik nestkasten en vetbollen hangen. Zelf heb ik ze ook opgehangen. Het is leuk om vanuit de huiskamer vogels in de tuin te zien. Mijn tuin is in trek bij vogels. Het is een mini-natuurgebiedje. Een natuurtuin vergt minder werk dan een strakke tuin zonder onkruid. Veel mensen hebben een hekel aan tuinwerk, maar verkiezen tegels. Iedere ontgroende tuin maakt het land wat bleker.
De meeste mensen hebben behalve een tuin ook een kat. Ik denk wel eens dat ik in mijn wilde tuin met nestkastjes en vetbollen kattenvoer kweek. In bijna de helft van onze 7 miljoen huishoudens woont een kat. In 2005 waren er 3,3 miljoen huiskatten. In 1997 waren dat er 2,2 miljoen. In acht jaar tijd anderhalf keer zoveel katten. Hoeveel zouden er nu zijn, zeven jaar later? Misschien wel vier miljoen. Het leeuwedeel van de katten loopt buiten. Katten kunnen volgens hun baasjes niet binnen blijven, dat is zielig. Alleen voor dure raskatten is dat niet zielig. Baasjes vinden zelfs een kattebelletje dat vogels waarschuwt zielig. …
Tafeleenden

In stadsvijvers en grachten komen ze ook wel, maar liever dobberen ze op grotere plassen, met weelderig begroeide oevers. Tafeleenden duiken daar naar dierlijke en plantaardige hapjes. Soms grondelen ze ook, net als wilde eenden. Dan strekken ze onder water hun nek naar de bodem, waarbij hun staart als een dobber uit het water steekt. Ze zijn vaak in gezelschap van kuifeenden, wilde eenden, smienten, futen en meerkoeten. Tafeleenden zijn herkenbaar aan hun oranje kop en zilvergrijze rug. De woerden tenminste. De vrouwtjes zijn bruin, ze hebben een saai verenkleed dat niet opvalt tussen de oeverplanten waarin ze broeden. …
(Zang)vogels ruiken

Vogels kunnen ruiken. Wist u dat of kijkt u daarvan op? Het is al eeuwen bekend. Niet dat vogels een even fijne neus hebben als zoogdieren. De meeste kunnen uitstekend zien en horen, hun reuk is minder ontwikkeld. Toch is het voor stormvogels en albatrossen handig om snel te ontdekken dat ergens op zee een dode vis drijft. Die vogels ruiken dat, hun reukorgaan ligt als een buisje op de snavel. Van gieren is bekend dat ze rottend vlees ruiken. Kiwi’s zijn bijna blind en vangen regenwormen op de geur. Hun neus zit aan de snavelpunt. …
Boterbuik

Het land is grijs, het water is zwart, de lucht is grauw. Grote zaagbekken brengen kleur in winters Nederland. Zaagbekken zijn fraai uitgedoste eenden, met lange, dunne, rode snavels. Die snavels zijn getand. Zaagbekken duiken naar vis, ze zwemmen onder water achter vis aan. Dan is zo’n zaagbek handig. Die geeft grip op de glibberige spiering. De grote zaagbek is iets groter dan een wilde eend. De woerd heeft een glanzend donkergroene rug en kop en natuurlijk die rode snavel, en een witte buik, gebroken wit. Aan die kleur dankt hij zijn bijnaam boterbuik. Grote zagers, zoals vogelaars zeggen, broeden in de taiga van Finland, Zweden en Rusland, tot ver achter de Oeral. In het stille, uitgestrekte naaldwoud leggen ze hun eieren in boomholten. Ook door nestkasten laten ze zich wel bekoren. Als er maar water in de buurt is, water met veel vis. De taiga wordt doorsneden door rivieren die koele, donkere meren voeden. …