Natuurdagboek

Spinnentijd

Spinnentijd

Kruisspin in web. Foto Koos Dijksterhuis
Kruisspin in web. Foto Koos Dijksterhuis

’s Morgens glinsteren spinnenwebben in de zon. Dit zijn de ochtenden van dauw. Wat maakt dauw die webben mooi. En zichtbaar. Overal webben. Dwars over paden en andere open plekken spinnen kruisspinnen ze. Ze zien er patent uit, een beetje spin spint dagelijks een nieuw. Als de spin het tijd vindt voor verhuizing, eet ze haar oude web op. Dat doet ze systematisch, in steeds kleinere cirkels, zoals ze het eerst ook maakte. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Stekelige plant met lange wortels

Stekelige plant met lange wortels

Blauwe zeedistel. Foto Koos Dijksterhuis
Blauwe zeedistel. Foto Koos Dijksterhuis

Blauwe zeedistels zijn algemeen op sommige drukke stranden. In Zandvoort zag ik ze naast de boulevard in het witte zand. Erop staan zou zere voeten hebben betekend, maar er niet op staan betekende dat ook, want het zand was zo heet, het brandde mijn voetzolen.

Algemeen als ze hier en daar zijn, in Zeeland en op de Waddeneilanden zijn ze zeldzaam, op Schiermonnikoog althans. Ooit woonde ik als kind een dialezing bij van de eilander natuurman annex onderwijzer Henk Koning. Koning vertoonde een fraaie plaat van een blauwe zeedistel. Hij vertelde er niet bij waar de zeedistels stonden, en aan de foto was het niet te zien. Een keer was het wel aan de foto te zien geweest, op de achtergrond stond een kilometerpaal, die een toeschouwer kennelijk had afgelezen. Even later waren de zeedistels weg. De blauwe takjes staan decoratief in bloemstukjes. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Rupsenmijn

Rupsenmijn

Mineermot in meidoorn. Foto Koos Dijksterhuis
Mineermot in meidoorn. Foto Koos Dijksterhuis

Dat rupsen bladeren eten, weet (bijna) iedereen. Er zijn rupsen die niet het hele blad tot de nerf kaalvreten, maar die de deklaag aan boven- en onderkant versmaden. Hoe dun een blad ook is, deze rupsjes weten zich tussen de deklagen door een weg te knagen. Daarbij graven ze holten in het blad of zelfs complete gangenstelsels. In deze holen, bladmijnen genoemd, leven de rupsjes met een beschermend bladerdak boven hun hoofd. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Parnassia

Parnassia

Parnassia. Foto Koos Dijksterhuis
Parnassia. Foto Koos Dijksterhuis

Nazomer – parnassiatijd! Van juli tot september bloeien deze prachtige bloemen. Op Schiermonnikoog kleuren ze nu de bermen van schelpenpaden, sommige duinvalleien en grote delen van het begroeide strand wit. Op lichtgroene, kaarsrechte standaardjes staan de ronde, witte knoppen en de bloemen van wit porselein, met eigele kransjes van meeldraadjes. Dat zijn honingpotjes waarop insecten op afkomen, vliegen vooral, en die kruisbestuiven de bloemen. De gele draadjes zijn lokkertjes, de vruchtbare meeldraden zijn groter, ze torenen boven de bloem uit. Het aantal vruchtbare meeldraden hangt af van de leeftijd van de bloem. Elke dag komt er één bij, en als er een zweefvlieg tegenaan botst breek hij af en laat ie zijn stuifmeel los. Als nummer vijf is afgebroken, komt de centrale stamper binnen bereik van zoetekauwende insecten en wordt de bloem bevrucht. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kevers in de tent

Kevers in de tent

Kever Nacerdes carniolica.  Foto Koos Dijksterhuis
Kever Nacerdes carniolica. Foto Koos Dijksterhuis

Begin augustus kampeerden we in de Vogezen. Op achthonderd meter hoogte zetten we de tent op, met uitzicht over beboste hellingen. De tent stond op een weinig betreden pad, het enige vlakke terrein in de verre omtrek. De zon brandde, de grond was van steen en er gutste veel zweet van mijn rug voordat alle haringen erin stonden. Ondertussen zoemden dazen toe.

’s Avonds staken we een vuurtje aan. De dazen verdwenen, een dwergooruil floot zijn eindeloos herhaalde mono-toon. Het uiltje verplaatste zich soms, een enkele keer klonk het vlakbij. We zagen hem niet, al was het nog licht. Een zwarte specht lachte in het bos. Boven ons zweefden vier wespendieven over, roofvogels die in Noordoost-Frankrijk relatief veel voorkomen. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Perzikkruid met bloedvlekken

Perzikkruid met bloedvlekken

Perzikkruid. Foto Koos Dijksterhuis
Perzikkruid. Foto Koos Dijksterhuis

Veel zomerbloemen hebben hun toptijd achter de rug, al blijven sommige doorbloeien. Koekoeksbloemen, kattenstaarten, walstro, wilgenroosje en vele anderen bloeien nog wat na. Maar er zijn er ook die nu pas hun piek hebben, parnassia bijvoorbeeld, en er zijn er die al een tijd pieken, en dat onvermoeibaar blijven doen. Munt bijvoorbeeld, leeuwentand en kamille. Perzikkruid is ook zo’n doorbloeier, een zeer algemeen plantje dat door de meeste tuiniers rücksichtslos verwijderd wordt. Toch heeft perzikkruid niet alleen een mooie naam, maar ook prachtige bloemen, die nog eens maandenlang te zien zijn ook. Nu is perzikkruid wel een plant van nieuwe, kale, omgewerkte grond, een pionier. En tuinen bestaan vaak uit oude grond die al dichtbegroeid is. Hoewel veel tuinen juist grotendeels uit onbegroeide, omgewerkte aarde bestaan, maar dan willen de tuiniers dat zo houden, omdat ze het er netjes vinden uitzien. Een spontaan opbloeiend perzikkruid zou er uitgerukt worden. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wit konijn

Wit konijn

Foto Koos Dijksterhuis
Foto Koos Dijksterhuis

Bij ons huisje op Schiermonnikoog verscheen afgelopen zomer een konijnengezin. Eén van de ouderkonijnen was een wild konijn, grijsbruin met een oranjebruin nekje. De andere ouder was wit met zwarte vlekjes. Dat konijn zag ik drie jaar geleden voor het eerst. Het was vast een ontsnapt huisdier. Zonder schutkleur en ervaring leek het me kansloos. Het zou wel door een buizerd of verwilderde kat gepakt worden, maar dat gebeurde niet. Het konijn wist zich in leven te houden en nu had het zowaar kleintjes. Ik telde vijf witte babykonijntjes, twee bruine en één zwart. Ze leefden onder een dichte rozenhaag, waarvandaan ze het grasveld op- en afgraasden. Eén wit babykonijntje waagde zich het verst van zijn familie en durfde om ons huisje heen te hippen. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kevers overspoelen dorp

Kevers overspoelen dorp

Zuringhaantjes, parend. Foto Jeanette Essink
Zuringhaantjes, parend. Foto Jeanette Essink

Het zal je maar gebeuren: het ene jaar (2012) woon je in het “leukste dorp van Nederland”, het jaar erop wordt je leukste dorp overspoeld door een glanzende tsunami van vretende en parende kevers. Uit alle dorpen des lands kozen de kevers uitgerekend Tuk voor hun massa-orgie. Tuk ligt tegen Steenwijk aan. Inwoners van Tuk zijn dus geen Tukkers, want Tukkers komen uit Twente.

De Tukse keverzee bestaat uit zuringhaantjes. Er zijn tweekleurige en groene zuringhaantjes en er zijn nog veel meer soorten bladhaantjes. Bladhaantjes zijn kleine, glimmende kevers die planten eten. Zuringhaantjes eten zuringplanten helemaal op, behalve de nerven. Ze lusten ook wel andere soorten planten. Misschien lusten ze ook maïs, want naar verluidt komt de keverplaag uit de aangrenzende maïsvelden. Als de insecten de maïs verlieten, omdat er niets meer te eten was, valt te vrezen voor de maïsoogst. Een veld waar alleen maar maïs staat, is zoals iedere monoculture kwetsbaar voor insectenplagen. Maar wellicht stortten de haantjes zich juist op zuring en melde en andere onkruiden tussen de maïs. Dan mag de maïsboer de haantjes wel dankbaar zijn! …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Berken(schild)wants

Berken(schild)wants

Berkenschildwants. Foto Jeanette Essink
Berkenschildwants. Foto Jeanette Essink

We zaten rond een vuur, er was een feestje. Iemand had brandhout meegebracht. Hij had een berk geveld en aan stukken gehakt. De gekloofde brokken legde hij bij het vuur.

Een vuur is dodelijk voor nachtvlinders en langpootmuggen die op het licht afkomen. Het is ook dodelijk voor oorwurmen, pissebedden en andere diertjes die zich in het brandhout veilig wanen. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bruinrood, steenrood, bloedrood

Bruinrood, steenrood, bloedrood

Steenrode heidelibellen, parend. Foto Jeanette Essink
Steenrode heidelibellen, parend. Foto Jeanette Essink

Als de nazomerzon op zand of steen schijnt, kan het daar heet worden. Er zijn libellen die daar graag opwarmen. De steenrode heidelibel is zo’n zonaanbidder. De bruinrode heidelibel doet qua zonaanbidding niet voor de steenrode onder. Beide heidelibellen zijn algemeen en zou u op de buitenmuur van uw huis kunnen aantreffen, zeker als er een vijver in de buurt is. Heide hoeft niet in de buurt te zijn, heidelibellen zijn overal. Beide soorten vliegen nu massaal rond. Ze lijken sprekend op elkaar. De mannen zijn rood, de vrouwen zijn geel, de jongen zijn bruin – denk niet dat rode heidelibellen altijd rood zijn. De verschillende soorten gedragen zich hetzelfde. Maar de steenrode heeft wat meer zwart op zijn snuit, zwart dat op een hangsnor lijkt. Er is ook nog een bloedrode heidelibel, maar die heeft geheel zwarte pootjes, terwijl die andere twee zwart-met-gele pootjes hebben. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN