Natuurdagboek

Spechtgeroffel

Spechtgeroffel

Grote bonte specht Foto Jeanette Essink ndb vrij10.1
Grote bonte specht. Foto Jeanette Essink

Nu de dagen lengen bij een temperatuur die voorheen pas in maart gehaald werd, krijgen sommige vogels het voorjaar in hun kop. Zelf hoorde ik al een paar keer een merel zingen. Het was steeds dezelfde merel, maar hij zong uit volle borst, het was geen oefenen, geen voorzichtig aftasten.

Jeroen Thijssen hoorde in Rotterdam afgelopen weekend een grote bonte specht roffelen. En “niet één keer maar vaker”, schrijft hij. Mocht u denken: Jeroen Thijssen, die naam komt me bekend voor, dan klopt dat, want Jeroen Thijssen schrijft in deze krant over eten en drinken. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Winterbij

Winterbij

Honingbij op helleborus. Foto Jeanette Essink
Honingbij op helleborus. Foto Jeanette Essink

Echt lente vind ik het niet, maar als ik de kranten mag geloven, is het extreem warm voor de tijd van het jaar. Met 13 graden is het een graad of tien warmer dan gemiddeld. Soms denk ik wel eens: zou het klimaat veranderen?
Boven 8 graden kunnen honingbijen gaan vliegen. Honingbijen overwinteren doorgaans in hun korf, waar ze met hun zoemende gefladder hun lijfjes en leefruimte warm houden.

Paul Norp uit De Steeg meldde een bij op de helleborus. Hellebori bloeien ’s winters, ze worden ook kerstroos genoemd of nieskruid. Handig voor wakkere bijen, zulke winterbloeiers. De bij van Norp was heel donker, zei hij. Het was waarschijnlijk een zwarte bij. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Langharig en lui – de hippies van de bomen

Langharig en lui – de hippies van de bomen

Luiaard. Foto Koos Dijksterhuis
Luiaard. Foto Koos Dijksterhuis

We zijn in Costa Rica geweest. Dat is een land vol natuur. De jaguars, quetzals en zeeschildpadden uit de brochure zagen we niet, maar toch zagen we veel meer dieren dan verwacht. Zoogdieren, vogels, slangen, leguanen, vogelspinnen, vlinders en de meest buitenissige insecten.

Qua zoogdieren vielen de vele luiaards op. Toen ik mijn moeder erover vertelde, verwarde zij de luiaard meteen met de veelvraat. Luiaards zijn Latijns-Amerikaanse planteneters en familieleden van de miereneters. Veelvraten zijn noordelijke vleeseters en familieleden van de dassen. Toch is haar associatie begrijpelijk, aangezien vraatzucht en luiheid twee van de zeven hoofdzonden zijn.
Ik geloof niet dat luiaards zich van hun leven in zonde bewust zijn. Ze hangen of zitten wat in een boomkruin te dommelen, en kunnen als ze eens de geest krijgen verrassend behendig klimmen met die lange nagels. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Roofvogel flitst door de tuin

Roofvogel flitst door de tuin

Sperwer m. op Turkse tortel. Foto Tonie Huiser
Sperwer m. op Turkse tortel. Foto Tonie Huiser

In de winter is er veel minder leven in de natuur, maar wat er aan leven is, valt extra op. Zo kan het gebeuren dat er plotseling een soort Harry Potter op zijn Nimbus langs het raam flitst, opschudding veroorzakend op het zich rond pinda’s en vetbollen verzamelde gevederte. De mussen, mezen en vinken zijn in één klap nergens meer te zien. De enige die nog te zien is, is de hijgende roofvogel met een klauw op een eveneens hijgende of zich al doodgeschrokken vogel. Een sperwer. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Drie koningen

Drie koningen

De winterkoning is de zanger en ratelaar in onze winterse bossen, parken en tuinen. Hij staat bekend als één van de kleinste vogeltjes, maar heeft de grootste mond. Hoewel hij van snavelpunt tot staart-einde net een fractie langer is dan de bladkoning, steekt de winterkoning zijn staartje omhoog en de bladkoning niet, zodat de winterkoning het kleinst lijkt.

Winterkoning, Bladkoning en Kwartelkoning.  Foto’s Harvey van Diek
Winterkoning, Bladkoning en Kwartelkoning.
Foto’s Harvey van Diek

Niet dat u winter- en bladkoning gauw samen in het vizier zult krijgen. De winterkoning laat zich vaak genoeg zien, die is het probleem niet, winterkoningen zijn één van onze talrijkste broedvogels. Naar schatting zijn er 500 à 600 duizend broedparen. Meer dan een miljoen vogels, nog afgezien van vrijgezellen. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zilveren reiger

Zilveren reiger

Grote zilverreiger met vis. Foto Jeanette Essink
Grote zilverreiger met vis. Foto Jeanette Essink

Zo’n sierlijke, witte zilverreiger verwacht je in Afrika of misschien in Spanje. Maar in winters Nederland? Ja hoor, deze tropische verrassing kun je nu in Hollandse weilanden, akkers en rietkragen aantreffen. Ze jagen op muizen en kikkers, ze vangen vis. En zullen ook kleine vogels opschrokken, als dat zo uitkomt.

Kleine zilverreigers zijn ’s winters geneigd tot wegtrekken, maar grote zilverreigers zijn wintervast. Sinds 1978 broeden beide soorten in Nederland. De kleine zilverreiger rukte op uit Zuid-Frankrijk, de grote uit Oostenrijk, waar niet alleen Alpen zijn, maar ook agrarisch laagland met moerassen en een vogelrijk meer: de Neusiedlersee. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zwammen van gelatine

Zwammen van gelatine

Eikentrilzwam. Foto Jeanette Essink
Eikentrilzwam. Foto Jeanette Essink

’s Winters zijn er veel minder paddestoelen dan in de nazomer en herfst. Paddstoelen willen vochtig herfstweer. Maar sommige zwammen kunnen goed tegen vriesdroogte. Ze trekken zich dan tijdelijk terug, ze drogen in als abrikozen en zwellen in de regen weer op tot trillerige gelatine. Dat zijn trilzwammen. Soms zijn ze een beetje doorzichtig, altijd zien ze er gelei-achtig uit. Ze leven op dode takken.

De gele trilzwam, zwarte trilzwam en eikentrilzwam zijn er ook buiten de winter, maar aangezien er in de winter weinig andere zwammen zijn, vallen ze op. Dan zit er bovendien geen blad in de weg, dus vallen ze extra op. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Weg!

Weg!

Mijn kinderen en ik zijn op pad. Dit stukje schreef ik eerder al. Ik wist dat het er met Oud & Nieuw niet van zou komen. Ik vind Oud & Nieuw een twijfelachtig feest. Er is weer een jaar voorbij, de vergankelijkheid klopt aan. Nog even bouwen we spanning op, de spanning die zich rond middernacht ontlaadt in omhelzingen maar vooral in veel lawaai. Ik vind lawaai een anticlimax. Samen spelletjes doen, Theo Maassen kijken en een glas heffen vind ik leuk. Maar dat geknal is niet aan mij besteed en al helemaal niet aan de dieren die vaak een scherper oor hebben dan mensen. Op oudejaarsnacht vliegen grote zwermen vogels op, niet alleen uilen, maar allerlei vogels. Vogels die nooit zomaar opvliegen van hun slaapplaats, die wel erg op stang gejaagd moeten zijn. Ik zie elk jaar jongens met rotjes naar eenden en meeuwen gooien. Lachen!

Het fijnstof en de chemicaliën die we met (sier)vuurwerk onbekommerd de lucht in blazen, zorgen voor een dichte smog. Het lijkt me niet gezond, al is het tijdelijk. De rode vlammen van calciumchloride en strontium, de groene van koper en barium, de witte van magnesium, de paarse van kalium… En de volgende dag is de wereld rood van de papiertjes.

Enfin, vuurwerk is een noodzakelijk kwaad, net als andermans auto en andermans kat; overlast waar je je bij neerlegt. Maar je kunt je eraan onttrekken in afgelegen streken. Dat doen wij nu.

Dat we de walsen van Strauss en het ski-springen moeten missen, nemen we voor lief. Ook accepteren we dat we niet dagenlang overgebleven oliebollen hoeven te kauwen.

Prettige avond gewenst en een groen en gelukkig 2014!

(Natuurdagboek Trouw 31 dec. 2013)

DELEN
Dezelfde kuifeenden of andere

Dezelfde kuifeenden of andere

Kuifeenden m. v.  Foto Koos Dijksterhuis
Kuifeenden m. v. Foto Koos Dijksterhuis

De kuifeenden zijn weer terug in de vijver achter mijn huis. Ze bereiden hun nieuwe gezinsleven voor. Ze broeden hier ergens, ze verstoppen hun nest goed in ruige oevervegetatie. Wilde eenden verstoppen hun nest al aardig, maar kuifeenden…
In de herfst trekken kuifeenden naar Frankrijk of Engeland, terwijl Scandinavische, Finse en Russische kuifeenden bij ons overwinteren. Dat is althans de lezing die de boeken geven. Van ‘mijn’ kuifeenden geloof ik dat niet. Ze waren een tijdje weg en waarom zouden ze in december al terug zijn uit Frankrijk? Misschien hingen ze een tijdje rond op het Paterswoldse Meer, of misschien op het IJsselmeer, bij hun duizenden soortgenoten uit noord en oost. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Sterren van haarmos

Sterren van haarmos

Haarmos. Foto Koos Dijksterhuis
Haarmos. Foto Koos Dijksterhuis

Je zou toch zweren dat het sterremos is, op de foto? Maar het is haarmos, gewoon haarmos. Iedere keer moet ik me ervan overtuigen. Haarmos en sterremos zijn beide algemene bladmossen. Ze zijn prachtig, ze maken van rottende boomstronken iriserend groene kussens. Haarmos ziet er nog meer uit als een verzameling sterretjes dan sterremos, dat is het verwarrende. Als je bij haarmos één zo’n klein, smal blaadje uit het sterretje trekt, blijkt er een haartje aan te blijven hangen, een transparant kabouterfrutseltje. Dat is de haar waarnaar haarmos is genoemd.
Gezien de fantasie waarmee sommige mossen hun Nederlandse naam kregen, had haarmos wel wat tot de verbeelding sprekender gekund. Haarmos is naamsgewijs ook nog te verwarren met baardmos. Baardmossen echter kunnen niet tegen vervuilde lucht en zijn in Nederland dus zeldzaam geworden. Ze komen weer schoorvoetend terug, maar hangen en staan niet, en vallen hoe dan ook niet bijster op. Kunnen baardmossen in Amerika meters lang uit boomtakken hangen, Nederland kent zulke Sinterklaasbaardmossen niet, hier halen ze hooguit millimeters. Stoppelbaardmos. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN