Mijn kinderen en ik zijn op pad. Dit stukje schreef ik eerder al. Ik wist dat het er met Oud & Nieuw niet van zou komen. Ik vind Oud & Nieuw een twijfelachtig feest. Er is weer een jaar voorbij, de vergankelijkheid klopt aan. Nog even bouwen we spanning op, de spanning die zich rond middernacht ontlaadt in omhelzingen maar vooral in veel lawaai. Ik vind lawaai een anticlimax. Samen spelletjes doen, Theo Maassen kijken en een glas heffen vind ik leuk. Maar dat geknal is niet aan mij besteed en al helemaal niet aan de dieren die vaak een scherper oor hebben dan mensen. Op oudejaarsnacht vliegen grote zwermen vogels op, niet alleen uilen, maar allerlei vogels. Vogels die nooit zomaar opvliegen van hun slaapplaats, die wel erg op stang gejaagd moeten zijn. Ik zie elk jaar jongens met rotjes naar eenden en meeuwen gooien. Lachen!
Het fijnstof en de chemicaliën die we met (sier)vuurwerk onbekommerd de lucht in blazen, zorgen voor een dichte smog. Het lijkt me niet gezond, al is het tijdelijk. De rode vlammen van calciumchloride en strontium, de groene van koper en barium, de witte van magnesium, de paarse van kalium… En de volgende dag is de wereld rood van de papiertjes.
Enfin, vuurwerk is een noodzakelijk kwaad, net als andermans auto en andermans kat; overlast waar je je bij neerlegt. Maar je kunt je eraan onttrekken in afgelegen streken. Dat doen wij nu.
Dat we de walsen van Strauss en het ski-springen moeten missen, nemen we voor lief. Ook accepteren we dat we niet dagenlang overgebleven oliebollen hoeven te kauwen.
Prettige avond gewenst en een groen en gelukkig 2014!
(Natuurdagboek Trouw 31 dec. 2013)