Holbewoner

Met een fles water besprenkel ik het stukje tuin waar ik zevenblad verwijderd en lupines en stokrozen gezaaid heb. Tot mijn verrassing is er midden in het gewiede perkje een hol.
Het is een hol met een kraag van opgewoelde aarde. De opening meet vier centimeter in doorsnee. Wie zou erin wonen? Ik luister, gluur en ruik. Niets.
In de vijf jaar dat ik hier woon heb ik diverse zoogdieren als commensaal gehad, nog afgezien van twee cavia’s en twee tamme konijnen. Soms drong een dier het huis binnen, maar meestal bleven ze in de tuin. Eén van de zichtbaarste bewoners was een mol. Die zag ik nooit, maar hij was zichtbaar vanwege zijn hopen. Dan prijkte er ’s morgens een verse molshoop op het gras, tussen de planten of in het konijnenhok. Veel mensen, ook natuurliefhebbers die ik ken, gaan door het lint van molshopen, ze vangen en verdrinken mollen, slaan hen dood, zetten klemmen of strooien gif. Ik niet, ik houd wel van een beetje reliëf. …







