Zoon en ik zoeken bij Cadzand-Bad naar de haaientanden waar deze badplaats bekend om staat. In het dorp zijn haaientanden van chocola te koop en er staat een reuzenhaaientand als standbeeld. Het is een monument ter nagedachtenis geworden, want de bijna 50 miljoen jaar oude bodemlaag met de haaientanden is rigoureus bedolven onder dikke lagen opgespoten zand. We vinden er niet één. Wonderlijk dat een badplaats één van zijn toeristische trekpleisters om zeep helpt. …
Zoon en ik zijn in Cadzand-Bad en zoeken langs het strand de veldjes schelpengruis af. Het is eb, het strand is vrij breed, we lopen door het leeggestroomde Zwin tot de slenk. We hopen op fossiele haaientanden, waar Cadzand beroemd om is, en op exotische schelpen, zoals tolhorens, schaalhorens en mantels. …
Als ik vanuit Zeeuws-Vlaanderen de grens naar West-Vlaanderen oversteek, verandert het landschap meteen. Is het Zeeuws-Vlaamse landschap al iets minder aangeharkt dan de rest van Nederland, het West-Vlaamse landschap in België is een verademing na het steriele Nederland.
De weg is gezoomd met populieren en slingert langs stokoude hoeves door graslanden met vleeskoeien. Oude dijken geven reliëf aan die weilanden – glooiingen die in Nederland zouden worden platgewalst. Kleine hoogteverschillen zorgen voor verschillen op de meter: wat vochtiger onderaan, wat droger bovenop, koeler op de noord-, zonniger op de zuidzijde. Dat uit zich in andere bloemen en insecten. Oneffenheden geven bovendien dekking aan vogels en kleine zoogdieren, die er holletjes in kunnen graven. …
Op Schiermonnikoog laat ik mijn groep Trouwlezers mijn lievelingsplekken zien. Daar zijn enkele vochtige duinvalleien bij. Daar groeit de halve Rode Lijst aan zeldzame planten, de valleien horen tot de botanische hoogtepunten van Nederland of zelfs Europa. Schoongefilterd, kalkrijk water welt er op.
De orchideeën zijn allemaal uitgebloeid. Alleen een enkele dophei, tormentil en koekoeksbloem staat te bloeien alsof de herfst nog lang op zich laat wachten. Maar het is volop herfst en dat betekent paddestoelen. Er zijn diverse soorten vuurrode zwammetjes die van deze duinvalleien houden. Ik hoef me niet te beperken tot: kom in de lente terug, dan zul je eens wat zien, we knielen op het mos rond een groep felrode zwammen die het korte gras kleur geven. …
De wind is na een stormachtige dag gaan liggen en met de veertien Trouwlezers fiets ik door de polder van Schiermonnikoog naar de Oude Steiger. Het is vloed. De steiger lijkt te drijven op een bladstille Waddenzee. Zo stil zie je de Waddenzee niet vaak…
Op het slikdepot hippen tapuiten, graspiepers en kneuen. Altijd iets te halen daar – zaden en insecten. Futen en eidereenden liggen op het water. De futen duiken soms onder, de eiders houden zich roerloos als reuzendobbers. …
In het Schokkerbos bij Schokland werd in 2012 het eerste valse essenvlieskelkje van Nederland gevonden op het steeltje van een levend essenblad, tijdens een excursie van de Mycologische Vereniging Flevoland. Essenvlieskelkjes groeiden tot dan toe alleen op dode twijgjes en bladsteeltjes. De paddestoelenkenners verbaasden zich over de groeiplaats en legden het fraaie witte zwammetje onder de microscoop. Wat bleek? Er zaten haakjes aan de sporenzakjes. Gewone essenvlieskelkjes hebben daar geen haakjes. Het was een nieuwe soort: vals essenvlieskelkje. …
Eén van de mij meest aansprekende zwammen in het gidsje over Schiermonnikoger paddestoelen van Erik Jansen en Thijs de Boer is het zandtulpje.
De naam alleen al: zandtulpje.
Het is een kleine paddestoel die meestal half in en onder het zand groeit, en als een bloemkelkje met zijn tulpenblaadjes naar buiten steekt. Zandtulpjes houden niet van een stabiele, betrouwbare omgeving. Ze gedijen juist waar zand wegwaait en opstuift, waar zoet en zout water elkaar verdringen, waar weinig planten en paddestoelen het redden. Ik heb ze in mijn hele Schiermonnikoogse deeltijdleven nog nooit gezien. Erik wou mij wel eens meenemen maar het kwam er nooit van. Het kan ook alleen maar in de herfst. Ik ben met een groep Trouwlezers op Schier en Erik meldt dat hij in de buurt van paal 7 zandtulpjes heeft gevonden. En dat hij ze later in de week wel aan me wil laten zien. Dan is de Trouwreis achter de rug en heb ik tijd, maar dan krijgen de Trouwlezers de zeldzame zandzwammetjes niet te zien. …
De Nederlandse merels gingen afgelopen jaar grotendeels dood aan het usutuvirus. Hopelijk blijven sommige in leven, die resistent zijn en komen ze de klap te boven. Intussen vallen de merels uit Scandinavië ons land binnen. In mijn tuin zie ik er eerst één, dan nog één en prompt vechten ze elkaar de tent uit. Hoe weinig merels er ook zijn, zelf vinden ze de ander algauw te veel. Net mensen! …
Planken Wambuis, stelde Koos van Zomeren voor, daar liep hij wel eens met de hond, een ronde van zowat twee uur. Planken Wambuis op de Veluwe herinnerde ik me uit mijn kindertijd vooral van het pannekoekenhuis dat nu een restaurant is. Wij hadden geen auto maar onze tantes wel. Met tante Gre reden we naar de Hoge Veluwe, met tante Go naar Plankenwambuis. Een wambuis van planken leek mij toen oncomfortabel en dat lijkt het me nog steeds. …
Een onderwijzer op de School met de Bijbel had het weleens over fuchsia’s. Fuchsia spreek je uit als fuksia, maar de onderwijzer zei foeksia. Ik vond dat bespottelijk, ik vond alles van die onderwijzer bespottelijk of zelfs afgrijselijk. De man was van het type dat duizend strafregels uitdeelde als je uit het raam naar een specht keek. Uit het raam naar spechten kijken was veel leuker dan breuken en naamwoordelijke delen van gezegdes. Ik keek zelfs verlangend naar buiten als er geen specht was. Ik heb tienduizenden strafregels geschreven en bracht het schooljaar grotendeels door in de hoek en onder de bel. Wat haatte ik hem. Toen ik later Bordewijk las, gaf ik hem met terugwerkende kracht de bijnaam Bint. …