Als de dagen lengen, is dat aan de natuur te merken. De eerste bolgewassen komen in bloei en de eerste vogels fluiten. Vorige week hoorde en zag ik in hartje Amsterdam twee merels zingen. Geen generale repetitie, geen voorzichtig geneurie, nee, ze zongen uit volle borst. …
Eén van de algemeenste bloemen die spontaan tussen de tegels en planten opkomen, in mijn tuin dan toch, is Robertskruid. Door nog eerder tot bloei te komen dan de sneeuwklokjes, krokussen en narcissen, speelt Robert dit jaar wel helemaal baas boven baas.
Blij verrast ben ik met de kleine, felroze bloem. Hij staat in een beschut hoekje tussen twee muren; dat zal wel meespelen. Maar toch, daar staan ook speenkruid en bosanemoon en die houden zich nog verre van bloeien. In mijn tuin dan, in het zuiden des lands bloeit al speenkruid. Maar Robertskruid hoort pas in april te gaan bloeien. …
Uit de Tuinvogeltelling blijkt (maandag) dat de merel nog wel in de top-10 staat, maar niet langer in de top-3. Die bestaat uit de pimpelmees op 3, de koolmees op 2 en, verrassend genoeg, de huismus op 1.
De spreeuw is na een korte come-back weer uit de top-10 gezakt. Huismus en spreeuw wedijverden in de jaren zeventig en tachtig om de eerste en tweede plek in ’s lands ranglijst van talrijkste broedvogel, steevast gevolgd door de merel. De spreeuw heeft sindsdien een achteruitgang van naar schatting 60 tot 80 procent doorgemaakt en ook de huismus is achteruitgehold, maar weet als echte huis-, tuin- en keukenvogel kennelijk toch zijn tuintoppositie te bewaren. …
Stormmeeuwen staan vaak op gras of zand te trappelen. Ze trappelen niet van ongeduld, ze maken een geduldige en soezerige indruk, alsof ze in trance zijn. Zilvermeeuwen en kokmeeuwen trappelen ook. Ik vind het een vertederend gezicht.
Stormmeeuwen zien eruit als kleine zilvermeeuwen, met een vriendelijker blik. Maar ondertussen! Stormmeeuwen zijn gewiekste eierdieven. Ik zag ze eens bij een broedkolonie sterns ogenschijnlijk verveeld rondhangen. Als er een zilvermeeuw naderde, stortten de sterns op die vijand. Dan vloog de stormmeeuw laag toe, om bliksemsnel een onbewaakt ei te pakken. De sterns hadden niets in de gaten. …
Ze zijn misschien wel de leukste lijsters. Altijd in oktober zijn ze er ineens weer. Ze zwermen over, ze laten hun hoge piepjes horen – mijn middelbare oren spitsen zich dan gretig, en ze wemelen door bossen en bosjes, vooral in de duinen, en helemaal als daar bessen zijn. Duindoornbessen zijn geliefd, maar ook meidoorn-, kardinaals- en vlierbessen gaan erin. …
Op Schiermonnikoog zag ik afgelopen weekend tientallen fazanten, op hoge duinen, en vooral in het dorp. Zoveel fazanten heb ik nog nooit op Schiermonnikoog gezien.
Fazanten zijn kleurrijke vogels. De hanen althans zijn goudkleurig, met een groen-rode kop en een fraaie staart. Veel hanen hebben een witte halsband maar niet allemaal. In de balts- en broedtijd maken ze kokhalzende geluiden, voor het geval hun in de zon schitterende verenkleed niet genoeg opvalt. Die balts- en broedtijd beschouwen ze als begonnen – ik hoorde meerdere hanen kokhalzen. …
Als ik een grote bonte specht zit te bekijken, versteent die zo beweeglijke vogel plotseling. De specht scharrelt al twee dagen door de houtsingel om ons huisje op Schiermonnikoog. Hij klimt langs de stammen van elzen, eiken, iepen en esdoorns, hakt hier, timmert daar, landt even op een paaltje, hangt ondersteboven aan een dode tak en vliegt dan weer een eindje naar een volgende stam.
Het huisje lijkt wel een vogelkijkhut. Zelfs als de hagel oorverdovend op het dak ratelt, blijven de mezen uit het pindanetje snoepen. Brandganzen vliegen keffend over, dwars door de stenenregen. …
Fluweelpootjes op een paaltje Foto Koos Dijksterhuis
Veel paddenstoelen zijn er niet in de winter, al vind ik hun verrotte resten en soms de lege, zwarte geworden hulzen van parelstuifzwammen. Maar sommige soorten keren tijdens vorstvrije, regenachtige dagen terug, zoals judasoren en fopzwammen, of houden stug vol, zoals berkenzwammen en trilzwammen. En natuurlijk zijn er de winterharde, vorstbestendige fluweelpootjes. Die kom ik tegen als ik door de regen boodschappen heb gedaan. …
Voor het raam in ons huisje op Schiermonnikoog hang ik een zakje pinda’s, een vetbol en een bakje zaad. Ook strooi ik wat zaad op de grond. De koolmezen zijn er zoals altijd verrassend snel bij. Ik zit nog niet aan de binnenkant van het raam, of de eerste melden zich.
Vervolgens dienen zich de pimpelmezen aan, huiverig voor de grotere koolmezen. Na enkele dagen worden ze wat vrijpostiger en hangen er soms een koolmees en een pimpelmees tegelijk aan de pinda’s. Een trio houtduiven waggelt door het gras naderbij, driftig pikkend. Kennelijk zijn er in het gras zaadjes te vinden. Ze deinzen terug voor de stoeptegels, niet beseffende dat ze daardoor het strooigoed mislopen. …
Hoewel het herfstwezens zijn, zie ik aardsterren vaak in de winter. Ze hebben zich dan al uitgeleefd – hun sporenbollen zijn leeg, hun kraag verloedert. Kraag? Jazeker, sommige aardsterren hebben een kraag als een Gouden-eeuwse notabele. Als sterren liggen die kragen op de aarde. …