Natuurdagboeken op dijksterhuis.net
Waakzame libel

Waakzame libel

© Herman Bink, Platbuik

De eerste keer dat ik er één zag, woonde ik nog maar net aan de rand van de stad. In de binnenstad zag ik ze nooit. Op een kaal uitsteeksel van een door segrijnslakken net zolang ontgroende gouden regen tot alle leven eruit was, streek een prachtige, gele libel neer. Hij bleef zitten in de zon, ik kon hem van vlakbij bekijken. Typisch een platbuik, een soort korenbout, zoals een libellenfamilie heet. Zijn brede, platte buik is maar een centimeter of vier, vijf lang. Hij ziet eruit als een gedrongen krachtpatser. Een mannetje kan blauw worden, een beetje wazig, alsof zijn lijf dun bedauwd is.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Hottentottenvijgen

Hottentottenvijgen

© Koos Dijksterhuis, Kever Oxythynea funesta op middagbloem

Aan de kust van de Middellandse Zee sjouw ik over de rotsen. Er bloeien bloemen die wat weg hebben van enorme composieten. De bloemen dan. De bladeren doen meer denken aan vetplanten. Als dikke, vlezige punten wijzen ze omhoog. In het midden die bloemen – groot, van lichtgeel tot zuurstokroze. Ze zijn mij te roze, te groot, te protserig. Ze komen me heel bekend voor, maar waarvan? Er leven schijnboktorren op, groene glanskevers en van die naargeestige, slome kevers die je op zoveel bloemen ziet: Oxythynea funesta. Die hebben donkergrijze dekschilden met stippels. Dat trage maakt hen onaantrekkelijk. Ze lijken stil te zitten maar bewegen steeds. ze knagen, ze eten de bloemen. Funesta – wat een naam!

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Sint Jacob zonder mantel

Sint Jacob zonder mantel

Sint Jacobsvlinder, © Jeanette Essink

Waren april en mei rijk aan oranjetipjes, nu zie ik verrassend veel sint-Jacobsvlinders. En hoewel ze onder een familie van nachtvlinders worden geschaard, vliegen ze overdag. Zodat hun zwart-rode verschijning mooi te zien is. De nachtvlinderfamilie van sint Jacob is die van de beervlinders. Die familie bevat veel dagbrakers. Nachtvlinders onderscheiden zich van dagvlinders aan hun voelsprieten zonder knopjes. Dagvlinders hebben wel knopjes. Daarop is de sint-Jansvlinder een uitzondering. Die heeft knopjes als een dagvlinder en vliegt overdag, maar is toch nachtvlinder.

Nou ja.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Morgenster

Morgenster

Paarse puntster
© Janneke Vreugdenhil, Paarse puntster

Ecoloog Mark Ronda van de gemeente Groningen liet allerlei grasperken in de stad bezaaien met bloemenmengsels. Zelf is hij niet altijd even tevreden over het resultaat, omdat een soort niet opkwam of omdat de kleigrond te snel vergrast.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Het land van de schoolplaten

Het land van de schoolplaten

© Koos Dijksterhuis

Lenze Hofstee weet me telkens te verrassen met weer een nieuwe activiteit. De natuurwebsite waarneming.nl, de bescherming de Waddenzee; Lenze blijkt overal achter te zitten. Hij zit nooit vooraan. Lenze woont in één van de oudste en monumentaalste panden van Groningen, waar hij de wonderlijkste objecten verzamelt. Een replica van de schedel van een reuzenhert bijvoorbeeld, met een gewei van zo’n vier meter spanwijdte. Aan de wanden hangen oude schoolplaten, u kent ze wel, In sloot en plas van Koekkoek of Ter Walvischvaart van Jetses. Op de laatste richt iemand zijn geweer op een ijsbeer. Als kind vond ik dat zielig.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Groen dak

Groen dak

© Koos Dijksterhuis, vegetatiedak met Ekster

Op de schuur leggen we sedummatten. De buren doen mee, zodat het hele schurenblokje een vegetatiedak krijgt. Het golfplaten dak kan het gemakkelijk dragen en de aanleg is simpel zat. De voordelen liegen er niet om: Het is mooi (1), het houdt water vast en voorkomt overlast (2), het isoleert (3), het is dus goed voor natuur en milieu (4) en het beschermt je dak (5). Liegen ze er echt niet om? 2 tot 4 lijken me evident, maar bewijzen kan niemand ze. 1 is een kwestie van smaak. En 5?. Je zou eerder vrezen voor aantasting. Als het klopt, scheelt dat op termijn kosten. Zeker op een plat dak met dakleer of folie, want dat spul lijdt onder de koperen ploert. Het is een golfplaten dakje, ach, maar kwaad kan het ook niet.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bastaardsatijnrups

Bastaardsatijnrups

© Koos Dijksterhuis, Bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea)

Op het strand van Schiermonnikoog kroop een prachtige rups door het mulle zand. Hij probeerde een kniehoog duintje te bedwingen. Iedere stap omhoog rolde hij met korrels en al weer terug. Hij was ver van de duinen, maar misschien kon hij doorworstelend binnen een dag of twee het helmgras of de zeeraket halen, even verderop. Dochter knielde en stak een helpende hand toe. De rups richtte zich kwaad op, dochter deinsde terug. Het was een bastaardsatijnrups, wiens lange haren behoorlijk kunnen irriteren. Niet dat dat erg is, als je maar van zo’n rups afblijft.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Slakken te land en te water

Slakken te land en te water

© Koos Dijksterhuis, Haarslakje (Trichia hispida)

Bert Jansen verzamelt van alles, maar vooral zeeschelpen, zoetwaterschelpen en landslakken. Bert neemt me mee op slakkenjacht. Hij heeft een zeef aan een stok gebonden en haalt deze slakkenval door een sloot. Ik zie niets, maar Bert ontdekt een riempje, een pisidium en een te water geraakt landslakje. Er is een loep nodig om de schoonheid van de schelpdieren op waarde te schatten. Met vijf millimeter doorsnee blijft het riempje deze middag één van de grotere vondsten. Een riempje is een plat, rond schijfje. De windingen zijn smal en doen het slakkenhuisje lijken op een strak opgerolde broekriem. Dat heb ik uit Berts boek Kruipende huisjes , zelf had ik het nog niet bedacht. Het zou het riempje zijn van een minikabouter met een wespentaille. Er zijn vele soorten kleine, platte horentjes, de bekendste is de vier centimeter grote posthoornslak die je soms ziet drijven. Maar de meeste zijn piepklein en lijken op elkaar.  ‘Valt mee hoor’, vindt Bert, ‘het riempje heeft als enige een navel, kijk maar.’ Ja zeg, door de loep wordt in het midden een kuiltje zichtbaar.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Boompieper op schoolreisje

Boompieper op schoolreisje

© Jeanette Essink, Boompieper

Het is schoolreistijd. Als er weer eens een intekenlijst op de klasdeur van onze zoon of dochter hangt, waarop een beroep wordt gedaan op ouders, schakelt mijn excuusmachine direct aan. Alsof de margedagen, ouderavonden, weekopeningen en -sluitingen niet al genoeg tijd kosten. Maar iemand moet het doen en je wilt je kind niet teleurstellen en de juf te vriendin houden. Ik maakte dus tijd toen juf me vroeg voor het schoolreisje. Andere ouders bleken jaloers! ‘Hoe kreeg je het voor elkaar dat je mee mocht?’ vroegen ze.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zangers in ’t riet

Zangers in ’t riet

‘Waar men zich tegenwoordig ook naar buiten begeeft, overal is leven en beweging, vroolijkheid en blijdschap’, zo begint het artikel ‘Van de zangers in ’t riet’, in het weekblad Natuurleven van 12 mei 1905, van redacteur J.J. Hof te Giethoorn. Vijf alinea’s lang bejubelt Hof de lente en de natuur, alvorens hij toekomt aan de zangers in het riet. ‘Het zijn vooral de rietzangers die men daar zoo ijverig bezig kan hooren. (…) Het is net of er een zangwedstrijd gehouden wordt, zoo ijverig zijn de verschillende mannetjes daarmee bezig.’

Lees Meer Lees Meer

DELEN