Waakzame libel

De eerste keer dat ik er één zag, woonde ik nog maar net aan de rand van de stad. In de binnenstad zag ik ze nooit. Op een kaal uitsteeksel van een door segrijnslakken net zolang ontgroende gouden regen tot alle leven eruit was, streek een prachtige, gele libel neer. Hij bleef zitten in de zon, ik kon hem van vlakbij bekijken. Typisch een platbuik, een soort korenbout, zoals een libellenfamilie heet. Zijn brede, platte buik is maar een centimeter of vier, vijf lang. Hij ziet eruit als een gedrongen krachtpatser. Een mannetje kan blauw worden, een beetje wazig, alsof zijn lijf dun bedauwd is. …








