Natuurdagboeken op dijksterhuis.net
Meer meeuw, minder koet

Meer meeuw, minder koet

© Koos Dijksterhuis, jonge Meerkoeten

De meerkoeten waren al weken druk met het verdedigen van hun nest. Iedere vermeende vijand werd met elan en woest geklapwiek weggejaagd. Eindelijk zwom de familie rond, met maar liefst zeven kuikens. De kleintjes peddelden langs de rietkraag. Vader en moeder koet doken hapjes op die ze de kuikens aanreikten. Met hun rode koppies pikten die kuikens het hapje uit de voerende snavelpunt. Als één van ons aan de oever verscheen, riep een ouder een korte, schelle klank, waarna de kuikens toesnelden en dicht om de roepende ouder dromden. Onze kinderen gooiden broodkruimels. De oudervogels pikten die op en zwommen ermee naar de kuikens.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De wonderlijke meikever

De wonderlijke meikever

© Jeanette Essink, meikever

Laatst vond ik een dode meikever. Ook zag ik een levende. Toen ik als kind toegaf nog nooit een meikever te hebben gezien, waren mijn ouders stomverbaasd. Ik was dan ook kind in de tijd dat Nederland met bulldozers werd platgewalst, met de lineaal werd strakgetrokken en met vergif werd gedesinfecteerd. Meikevers waren zeldzaam geworden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Muizenissen

Muizenissen

© Koos Dijksterhuis, Huismuis

De verhalen over muizen stromen binnen. Muizen blijken lollig te zijn, tot ze alles vergeven hebben met keutels en pies, tot ze kabels doorknagen, tot ze gaten in de pakken vruchtensap knabbelen. Muizen stinken, ik kan me de lucht heugen van de witte muizen die ik als kind vertroetelde. Muizen plassen steeds een beetje, want ze hebben geen blaas. Katten kunnen muizensporen dus goed ruiken. Torenvalken kunnen muizensporen zien, want ze zien de voor ons onzichtbare kleur van muizenpies: ultraviolet. Een valk als huisdier is illegaal. Een kat helpt, maar stinkt zelf even erg en roeit in één moeite door de tuinvogels uit.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kuinder varens

Kuinder varens

©Koos Dijksterhuis, Wijfjesvaren (voor), Mannetjesvaren (achter)

Wijfjesvarens en mannetjesvarens zijn heel gewone soorten varens. Verschillende soorten, dat wel. Ze kruisen nooit. Wijfjes doen het met wijfjes, mannetje met mannetjes. Varenkenner Piet Bremer laat me varens zien in het Kuinderbos. Een breed wandelpad lonkt, maar Piet schudt zijn hoofd. We springen over een droge sloot, laten takken niet in elkaars gezicht zwiepen en slaan ons erdoorheen. ‘Pas op voor teken’, zegt Piet. ‘Die zitten hier veel en zijn vaak besmet.’ Honderdtwintig kilometer ontwateringsgreppel sjouwde Piet in 1979 af op varens. Een paar jaar geleden deed hij het weer. In 2007 promoveerde hij in Wageningen op zijn Kuinder varens. Hij ontdekte er dertig van de veertig Nederlandse soorten, waaronder zeer zeldzame en vier soorten die nooit eerder in Nederland waren gevonden. En dan meteen tientallen of honderden exemplaren van verschillende zeldzaamheden door elkaar. Je mag dus wel zeggen dat het Kuinderbos het puikje van ’s lands varens is.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De eik, de rups en de dappere koolmees

De eik, de rups en de dappere koolmees

Koolmees voert jong, © Harvey van Diek

Het dreigde een armetierig broedseizoen te worden voor de mezen, maar dankzij de rupsenpiek komt het toch nog goed. Misschien wel juist door het koele voorjaar. De rupsenpiek vond steeds vroeger in het jaar plaats, omdat de bomen eerder hun blad ontvouwden. Zangvogels moesten hun jongen dus ook vroeger uitbroeden, maar dat lukte niet zo snel. Nu het groen een week later verscheen, konden zangvogels als vanouds de kost winnen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Hemelsblauwe laagvlieger

Hemelsblauwe laagvlieger

© Jeanette Essink

Zon, lente: vlinders. Misschien in uw buik, zeker langs bosranden, in tuinen, op open plekken en bloemenweiden.

Vooral boven bloemenweiden maakt u kans kleine blauwe vlinders te zien fladderen. Blauwtjes. Er zijn verschillende soorten blauwtjes, maar de algemeenste is het Icarusblauwtje. Icarusblauwtjes horen tot de blauwste blauwtjes. Alleen het Adonisblauwtje is nog blauwer. De Icarusmannetjes hebben hemelsblauwe vleugels, met een dun wit en nog dunner zwart zoompje. Van boven dan, de onderkant is grijsbruin met vlekken. Op de foto staat het mannetje rechts. Het vrouwtje is van boven bruin met oranje vlekjes.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Waterplanten van schoon water

Waterplanten van schoon water

Waterdrieblad, © Jeanette Essink

Sommige waterplanten duiken ´s winters onder op de bodem. In de lente duiken ze weer op. In onze sloot was van de ene dag op de andere meters wateroppervlak bedekt onder de drijvende bladeren van de watergentiaan. Dat zijn mini-uitvoeringen van waterleliebladeren. De watergentiaan bedekte in één klap vijf vierkante meter. Het enkelvoud gentiaan is correct, want watergentianen houden van een weids gebaar. Meters drijfblad blijkt herleidbaar te zijn tot één waterplant. Na een week of vier bloeien de gentiaantjes nog niet.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Muis!

Muis!

Huismuis, © Koos Dijksterhuis

Er schoot een muis door de kamer. ‘s Avonds laat, de buitendeur stond open. Was er een spitsmuis, veldmuis of bosmuis naar binnen geglipt? Het diertje flitste van dekking naar dekking. Achter een plan of het gordijn, onder de piano. Hij loerde naar me van achter de prullebak. Hij had geen mini-oortjes, zoals een veldmuis. Geen heel lange staart, zoals een bosmuis. Hij trok geen lange neus, zoals een spitsmuis. Twee oogjes glinsterden. Ik bleef kijken. Een muis verstart bij de aanblik van een kat of slang. Verstarde hij ook bij mijn aanblik? Ik zat zelf verstard. Hij niet, hij rende weg en sprong in een doos wijn. Haha, nu had ik hem! Ik hoorde hem scharrelen in de doos. Ik pakte fles na fles uit de doos. De muis hield zich koest. Hij kon niet ongezien ontsnappen. De doos raakte leeg en muis bleek weg. Muizen kunnen zich wegtoveren. Maar ze keren terug. Ik wilde net het licht uit doen, toen er twee rond renden. Ze verloren met de minuut hun angst voor die starende sul.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Twee Kanaries in Europa

Twee Kanaries in Europa

Corsicaanse Citroenkanarie, © Koos Dijksterhuis

Als je Nederland verlaat, kun je al gauw het snelle liedje horen van een Europese kanarie. Die vogels zingen vaak vanuit de top van een conifeer. Zowel qua zangpost als lied lijken ze op heggemussen. Qua verschijning lijken ze op sijzen en groenlingen: groengele zangvogels met een kort, stomp snaveltje. Zaadeters dus, zoals alle vinkachtigen. Ze broeden van Portugal tot in Rusland, maar een strookje lage landen vermijden ze. In het zuidoosten van Nederland broeden ze mondjesmaat. Ik kom ze vooral op vakantie tegen, zoals laatst op Corsica. Soms zagen we er een, altijd nadat we hem eerst hoorden. Vanuit boomtoppen maakten ze korte baltsvluchten. Tijdens dat gefladder bleven ze zingen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Ratelende padden

Ratelende padden

Rugstreeppad met getraliede schalebijter Carabus clathratus, © Meint Mulder

Meint Mulder mailde me weer eens één van zijn buitenissige waarnemingen. Op een Brabants heideveld vond hij een rugstreeppad, die aangevallen werd door een forse loopkever: de getraliede schallebijter. Die kevers zijn zeldzaam maar komen op Brabantse heiden voor. Ze eten kleine ongewervelde dieren en aas, maar deze pad werd levend gepakt. De rugstreep is ook niet algemeen. Ik ken ze van Schiermonnikoog, waar ze zich in de duinen nachtenlang laten horen. Ze kwaken niet, ze ratelen. ‘Rrrrrrr’, klinkt het, en ‘rrrrrr’, luidt het antwoord. Waarschijnlijk roepen mannetjes de vrouwtjes op. Komt allen tezamen, jubelend van vreugde.

Lees Meer Lees Meer

DELEN