Kevers in de tent

Begin augustus kampeerden we in de Vogezen. Op achthonderd meter hoogte zetten we de tent op, met uitzicht over beboste hellingen. De tent stond op een weinig betreden pad, het enige vlakke terrein in de verre omtrek. De zon brandde, de grond was van steen en er gutste veel zweet van mijn rug voordat alle haringen erin stonden. Ondertussen zoemden dazen toe.
’s Avonds staken we een vuurtje aan. De dazen verdwenen, een dwergooruil floot zijn eindeloos herhaalde mono-toon. Het uiltje verplaatste zich soms, een enkele keer klonk het vlakbij. We zagen hem niet, al was het nog licht. Een zwarte specht lachte in het bos. Boven ons zweefden vier wespendieven over, roofvogels die in Noordoost-Frankrijk relatief veel voorkomen. …








