Metgezel wilde dolgraag een bijeneter zien. Ze was er al voor opuit getrokken. Bij haar woonplaats waren bijeneters gezien. Maar zij zag ze niet.
Op vogelkijk-websites stonden de bijeneters vermeld als “overvliegend”. Dat overvliegen gaat snel. Het heeft weinig zin je naar de exact vermelde plek te reppen. Als er “ter plaatse” bijstaat, heb je meer kans het begeerde object te betrappen, en als de vogel bijzonder genoeg is, krijg je er tientallen andere vogelaars gratis bij. …
’s Morgens ontpoppen ze uit hun cocon aan de voet van een populier. Ze lijken op een forse wesp, een hoornaar. Maar ze zijn zo vredelievend als wat. Désirée Alting bewijst het door het insect op haar hand te nemen. Daarna zet ze haar weer terug op de boom. …
Schietmot Limnephilus affinis. Foto Koos Dijksterhuis
In ons huisje op Schiermonnikoog treffen we niet alleen de gebruikelijke trillende trilspinnen en zieltogende pissebedden aan, die we na een woeste ronde met ragebol en motblik het huis uit jodelen. Nee, er huizen ditmaal twee soorten insecten waarvan ik niet begrijp wat ze er zoeken. Vooral ’s avonds verschijnen ze uit kieren en gordijnplooien: rode smalbokken en schietmotten. …
Mannetje huismus wacht op de kast. Foto Koos Dijksterhuis
Intussen is het tropisch warm, maar afgelopen week hebben wind en regen ons getart op Schiermonnikoog. De kruimels en klokhuizen vinden er gretig aftrek onder de zangvogels, die bij ons huisje drommen alsof het winter is.
Heggemussen, koolmezen en roodborstjes blijken gek te zijn op croissant, al staan ze nog zo bekend als insecteneters. De families putter en kneu eten liever zuringzaden op het beschutte grasveld. Een ringmus neemt een kijkje – ringmussen zijn schaars op Schier. Vorig jaar zag ik hier ringmussen nestelen, nu zie ik één ringmus die niet nestelt. …
Aziatisch lieveheersbeestje, larve & kever. Foto Koos Dijksterhuis
Ineens voel ik een prik op mijn hand. Door mijn ooghoek zie ik in een flits een beestje, voordat ik het van mijn hand wapper. Het valt op de grond en ik wil weten wie of wat mij heeft gestoken of gebeten. Ja, daar ligt het. Tot mijn verbazing blijkt het een larve te zijn van een lieveheersbeestje. …
Penseelkever Trichius zonatus. Foto Koos Dijksterhuis
Als ik iets over bijen wil weten, vraag ik het Huib Koel, de man achter de bijenradar. Ik ben niet de enige. Van de week kreeg hij foto’s gemaild van wat de afzender een “vreemde bij” noemde. Hij stuurde ze door naar mij. Het was een insect van het type dat ik eens fotografeerde op een margriet. Geen bij, maar een kever. …
Een kloek maakt zich breed over haar kuikentjes. Een tweede schuimt met haar kroost het erf af. De kippen schrapen, pikken, mompelen en scharrelen. Saskia Lemmens strooit wat voer. De kippen stuiven eropaf. Ook twee Turkse tortels strijken neer, en onder de kippen door hippen twaalf huismussen. Ernaast landen boerenzwaluwen bij een plas. Ze happen modder, om hun nest in de schuur mee te pleisteren. …
Kolibrievlinder op spoorbloem (rode valeriaan). Foto Co Fabery de Jonge
Vorige week kreeg ik ineens meerdere meldingen van kolibrievlinders. Uit Zeeland, Zuid-Holland, Friesland en Groningen. Het kan toeval zijn, maar kolibrievlinders komen uit Zuid-Europa en misschien bereiken ze ons land langs de kust. Dan komen ze eerst in Zeeland en dan… In het noorden worden ze nog minder gezien dan in het zuiden des lands. Maar als ze het noorden bereiken, worden ze ook weer vaker in de kuststrook gezien dan in het binnenland. Vorig jaar zag ik er nochtans een in mijn stadstuin, hij schuimde de klimop af waaruit hier en daar de bloem van een klimroos stak. Kolibrievlinders hangen trouwens vaak rond in tuinen. …
Met Jan Schoppers en René Aveskamp van de Vogelwerkgroep Arnhem loop ik mee langs meer dan vijftig nestkasten van spreeuwen, om te controleren hoe het gesteld is met hun tweede leg. Schoppers en Aveskamp zijn en doen het spreeuwenwerk voor Sovon Vogelonderzoek. …
Kleine parelmoervlinders. Foto’s Koos Dijksterhuis
We wandelen door de duinen. Er fladderen vlinders rond, ook typische duinvlinders. Rood-met-zwarte sint-jacobsvlinders zijn hier relatief veel, omdat er jacobskruiskruid groeit. Dat is de waardplant van de vlinders. Hun zwart-geel gestreepte rupsen vreten die planten volledig kaal. Alleen al voor die fraaie rupsen en hun nog fraaiere vlinders zou je jacobskruiskruid moeten koesteren.
In een bloemrijk duinvalleitje zien we icarusblauwtjes en sint-jansvlinders van klaver naar klaver fladderen. Blauwtjes zijn natuurlijk blauw, sint-jansvlinders zijn zwart met rood, net als sint-jacobsvlinders. De eerste hebben rode rondjes, de laatste hebben die ook maar bovendien een rode streep. Beide staan niet in het dagvlinderboek, omdat ze als nachtvlinder beschouwd worden, ook al vliegen ze overdag.
Er dwarrelen hooibeestjes en zandoogjes langs. En voor onze voeten strijkt een parelmoervlinder neer. Een kleintje. Het zal dus wel een kleine parelmoervlinder zijn. Of een duinparelmoervlinder? Het zwarte vlekkenpatroon op de oranje vleugels geeft niet meteen duidelijkheid. Maar gezien de grote witte vlekken op de onderkant van de vleugels en is het toch echt een kleine.
Kleine parelmoervlinders zijn echte zomervlinders. Juli en augustus zijn hun piekmaanden. Maar de eerste verschijnen in april al en de laatste blijven hangen tot oktober. Dan zijn er wel drie generaties gepasseerd. Vlinders leven niet lang. Kleine parelmoervlinders slurpen nectar uit viooltjes, slangenkruid en (daar istie weer) jacobskruiskruid, alledrie algemeen present in de duinen. Ze zetten hun eitjes alleen af op viooltjes, die door de parelmoerrupsen opgegeten worden. In de duinen zijn dat duinviooltjes. Mochten de vlinders eens de vleugels strekken en de duinen verlaten, wat ze soms doen, dan zullen ze ook andere viooltjes als babykamer gebruiken, maar geen Kaapse.