Als het in deze tijd van het jaar zonnig nazomerweer is, laten fitissen en tjiftjaffen nog wel eens hun lied horen, alsof het lente is. Dat de daglengte rond de herfstevening gelijk is aan die rond de evening in maart, geeft ze misschien een lentegevoel… …
Toen ik een keukenla opentrok, fladderde er een nachtvlinder uit. Hij of zij botste tegen me op en plofte neer op het aanrecht, waar hij (m/v) roerloos bleef zitten. Of hij nou in of vlakbij de la had gezeten, hij was waarschijnlijk plotseling gewekt uit een diepe slaap. Hij reageerde niet op mijn nadering met het fototoestel. Zat hij weer in te dommelen? …
Het mag dan zomers warm zijn geweest, de herfst staat voor de deur en veel vogels trekken weg. Sommige arriveren uit het Noorden om bij ons te overwinteren en andere trekken door van Noord naar Zuid.
Ik hoef maar uit het raam naar boven te kijken of ik zie huis- en boerenzwaluwen en spreeuwen overkomen. De zwaluwen vliegen zwenkend om insecten te vangen, de spreeuwen hebben een vaste koers. Maar of ze nou koers houden of zwalken, allemaal vliegen ze naar het zuidwesten. …
Een vriendin van me die ik een bezoek bracht zei dat de hop in haar tuin bloeide en dat ik daar wel een stukje over zou schrijven. Toen ik foto’s van de hop nam, sloot zij weddenschappen af met haar kinderen. ‘Wedden dat ie erover gaat schrijven?’
Ik laat haar winnen. Ik zou haar kinderen wel willen laten winnen, maar dat kan niet. Ze zouden immers nooit weten of ik niet alsnog over die hop begin? Je kunt niet bewijzen dat iets nooit gebeurt of dat iets niet bestaat. Daarom is het ietsisme ook zo populair. …
Ik loop door het gras en jaag een kleine vlinder op, die op het raam gaat zitten. Gauw pak ik de camera, om van binnenuit een close-up te kieken. Daarop is te zien dat het vlindertje even verwonderd naar de camera loert als ik naar haar. Het is een vrouwtje van het kroosvlindertje. Een kroosvlindermannetje zou grotendeels wit zijn. Beide seksen hebben een rij donkere vlekjes langs de rand van de achtervleugel. …
Als kind al vond ik ze schitterend: passiebloemen. Destijds werd ‘passie’ nog met hartstocht geassocieerd, met een enorme liefde en onbedwingbaar verlangen. Tegenwoordig is de betekenis afgezwakt tot zoiets als hobby.
De passie van de passieflora verwijst naar ouderwetse hartstocht noch naar hedendaagse hobby’s, maar naar de lijdensweg van Christus. Kennelijk wordt liefde ook met lijden geassocieerd, maar misschien geldt dat vooral voor onbeantwoorde liefde. De bloem zou de kruisiging uitbeelden. Dat werd ontdekt door de Spaanse veroveraars van Latijns-Amerika, die de paar inheemse bewoners die ze niet vermoordden of met dodelijke ziekten besmetten, dwongen het christelijk geloof aan te nemen. Aan de hand van de passiebloem legden priesters uit dat Christus vijf wonden had (de gele meeldraden), maar aan slechts drie spijkers hing (de paarse stampers) en tien discipelen had (de bloemblaadjes), aangezien Judas en Petrus niet meer meetelden. Zijn doornenkroon bevatte zoals iedereen weet 72 doornen. Dat kwam overeen met de 72 paarse kroonblaadjes. …
Op het strand belanden in de nazomer na een storm soms veel strandkrabben. Strandkrabben rennen zijwaarts weg voor gevaar, en verstoppen zich onder stenen of graven zich in. Mocht een meeuw, een andere vogel, een hond of een mens ze benaderen, dan heffen ze hun geopende scharen dreigend op.
Veel aangespoelde strandkrabben zijn of lijken dood. Vele zijn geen overleden krabben, maar slechts hun uitgetrokken harnassen. Strandkrabben groeien, en passen van tijd tot tijd niet meer in hun schaal. Die trekken ze dan uit, door het van zich af te duwen, terwijl ze een nieuw pantser boetseren. Daar verwerken ze een deel van de oude binnenkant in; dat scheelt weer materiaalkosten. …
In deze tijd van het jaar bereikt het aantal atalanta’s een hoogtepunt. Atalanta’s lijken nog niet ernstig te lijden onder de kaalslag door verharding en vergif die ons land teistert. Waar nog bloemen bloeien en brandnetels groeien, verdringen de prachtige vlinders zich.
Bij mij in de tuin bloeien drie vlinderstruiken en enkele koninginnenkruiden. Beide zijn zeer in trek bij atalanta’s. Ook op de laatste bloemen van de wilde kamperfoelie en de eerste van de klimop strijken ze neer. Drank genoeg! Naast mijn huis laat ik brandnetels staan, zodat atalanta’s een plek hebben om eitjes af te zetten. …
In de nazomer drukken altijd verschillende gebeurtenissen me met mijn neus op het feit dat de herfst voor de deur staat. De eerste vallende eikels, nog groen, geven een schok: is het alweer zover? Ook de eerste bloeiende herfsttijloos, al lila, geeft zo’n schok. …
‘Afgelopen zomer heb ik in Utrecht enorme planten waargenomen’, mailde Karin Fokken. ‘Ik heb ze nooit eerder gezien maar deze reuzen zijn in 1 zomer uit de grond geschoten.’ Er zaten twee foto’s bij van kleine bomen met enorme bladeren. Het leken wel houtige zonnebloemen. Ik had ze eerder gezien, maar welke soort was het ook alweer?
Gelukkig had ik net een nieuwe aanwinst van de natuurboeken-uitgeverij KNNV binnen: de Basisgids Bomen en struiken van Arie van den Bremer. Daarin staan geen ingewikkelde sleutels vol vaktermen, maar vooral veel foto’s. Het is een prettig boek voor iemand als ik, die bij de zoveelste heester vol bessen algauw denkt: geen meidoorn, vogelkers of lijsterbes, maar wat dan wel? Meelbes, appelbes? Ze staan allemaal in het boek, niet op familie gerangschikt maar ogenschijnlijk door elkaar, zodat ik gedwongen ben flink te bladeren. Dat is geen straf, want het is geen dikke pil, en het is een mooi boek waarin ik bladerend op ideeën kom: Oh ja, sporkehout, toch eens op letten. …