Pad in de hand

De padden gaan op pad. Ze komen tevoorschijn uit hun winterse schuilplaatsen. Zoals altijd in maart trekken ze naar het water om eieren af te zetten en bevruchten. Dan doen ze bij voorkeur in het water waar ze zelf als donderkopje uit een eitje zwommen.
Weinig dieren zijn in hun paartijd zo gericht op de geslachtsdaad als padden. Vooral ’s nachts stiefelen ze onstuitbaar voorwaarts naar de plas. Hop, hop, hop, daar gaan ze. Ze kijken rechts noch links, ze letten nergens op, ze denken maar aan één ding. Ze ploffen een weg op en over de oversteek doen ze in paddentempo wel even. Een drukke weg is een hindernis, waarvan het asfalt in één avond bespikkeld kan raken met geplette padden. …








