Vlinders zijn er niet veel in de winter, maar ze zijn er wel. Diverse nachtvlinders wisselen elkaar gedurende de donkere maanden af. Momenteel is de voorjaarsspanner op zijn retour, terwijl de voorjaarsboomspanner piekt.
Als zo’n spanner rust, vouwt ie zijn voorvleugels ontspannen over zijn achtervleugels en over elkaar. Er zigzagt een vage lijn dwars over die voorvleugels. Een gegolfde slinger van halve rondjes die elkaar telkens in een punt raken. …
’s Lands grootste gifbelt ligt er verlaten bij: Volgermeer, bij Broek in Waterland. Nadat deze illegale dumpplaats van chemisch afval van vooral Philips-Duphar in 1980 ontdekt werd door een ambtenaar, was het dertig jaar lang verboden gebied. De ambtenaar werd ontslagen, want problemen kun je beter niet ontdekken, anders moet je er iets aan doen! De vervuilers gingen vrijuit, het gebied is afgedekt met folie en aarde. …
Eén van de bloemen die nu bladrozetten vormt, is stinkende gouwe. Die soort begint pas in april te bloeien en houdt dat vervolgens de hele zomer vol tot in november. Stinkende gouwe is lid van de papaverfamilie en is zoals veel papavers omgeven met een magisch sfeertje. De vermeende geneeskracht van deze plant is enorm. De stengels bevatten dan ook een gelig, op melk lijkend sap, dat kenmerken van zeep heeft (reinigend!), maar ook allerlei gifstoffen bevat. Vergiften, medicijnen en drugs zijn vaak drie handen op één buik. …
De sneeuwklokjes bloeien wit, de krokussen paars, het speenkruid is bezig zijn botergele sterren te ontplooien, klein hoefblad staat in knop. Overal maken bladrozetten zich klaar voor hun nieuwe groeiseizoen. Stinkende gouwe bijvoorbeeld. En andere papaversoorten, fluitekruid, zuring en boterbloem.
Maar de lente die op een zachte voorjaarsdag ineens uit de bodem kringelt, ruik ik nog niet. Vooralsnog wordt alleen oog en oor de worst van lente voorgehouden. Ik zag ooievaars op een nest staan – die zijn er vroeg bij. Honderden ooievaars trekken niet eens meer weg uit Nederland, die blijven de hele winter en kúnnen er dus ook vroeg bij zijn. Dat geldt ook voor sommige tjiftjaffen en zwartkopjes die hier overwinteren, maar die heb ik nog niet gehoord, laat staan met een nest in de weer gezien. Tjiftjaffen kunnen nochtans elk moment uit Zuid-Europa arriveren. De eerste lepelaars druppelen al binnen, het wordt echt lente. …
Het is maart en dat zullen we horen! Om half zeven ’s morgens beginnen de zilvermeeuwen. Na de winter laten ze weten wie waar de scepter zwaait. Met klaaglijke zowel als tevreden klanken, gegrinnik en geklieuw laten ze van zich horen – zilvers bezigen een rijke woordenschat. Na de meeuwen zet een heggemus in. Vervolgens laten ook de koolmezen zich betuigd.
We maken een wandeling door een oud, gemengd bos bij Nijmegen. Als na een maartse bui de zon langs de wolken gluurt, barst het lentegekrakeel pas echt los. Vinken slaan, roodborstjes en winterkoninkjes verkondigen hun riedels. De merels zingen eindelijk uit volle borst en de zanglijsters nemen met heldere, luide en gevarieerde klanken het woord. Boomklevers proberen eroverheen te djiepen, een groenling knarst en bonte spechten roffelen en tjikken. Dan klinkt er “pieuw, pieuw, pieuw’, gevolgd door een zwaardere roffel die lang aanhoudt. Even later schalt er een schaterlach door het bos – een zwarte specht, één van de mooiste vogels van ons land. Helaas laat hij zich niet zien. …
De waterhoentjes die afgelopen herfst schuchter mijn tuin inslopen en de minste aanleiding aangrepen om hals over kop terug het water in te sjezen, zijn inmiddels dagelijks te gast. Ze zijn nauwelijks uit de tuin te krijgen en scharrelen opgewekt rond tot aan de achterdeur. Als ze alle door zangvogels gemorste zaden en door mij gestrooide kruimels, klokhuizen en kliekjes op hebben, vliegen ze de appelboom in om uit te rusten en uit te buiken. …
Meerkoeten zijn groter en plomper dan waterhoentjes, ze zijn gitzwart met rode oogjes, een witte bles en een lichtroze snavel. Ze maken dag en nacht schelle kefgeluiden, als ze in het water om ruimte wedijveren. Zoals veel groepsdieren zijn ze gebrand op een beetje privacy. Ze kunnen elkaar fanatiek te lijf gaan. Dan stevenen ze dreigend op elkaar af, met gestrekte nekken en opgezette vleugels. Komt het tot een handgemeen, dan proberen ze elkaar onder veel geklapwiek en geschetter te trappen en te knijpen. Hun handgemeen is dus een voetgevecht. …
De zilverreigers rukken op, vooral de grote. Grote zilverreigers zijn ongeveer even groot als blauwe reigers, maar hebben een langere hals en zijn helemaal wit. Op hun gele snavel na dan, en hun zwarte poten. Zilverreigers zijn nog niet zo algemeen als blauwe, maar vallen dankzij hun zilverwitte verschijning wel meer op. Soms staan er tien in een weiland, of langs een plas. Tot in de stad kom ik ze tegen. Ik kan geen autorit of treinreis maken, of ik zie grote zilverreigers. …
De lans die ik laatst brak voor eksters, riep nogal wat reacties op. Sommige lezers kwamen uit de kast als de haters die ik in het lansbrekende stukje milder probeerde te stemmen. Dat lukte bij hen blijkbaar niet. De meeste reacties waren instemmend, menigeen geniet van vogels inclusief eksters en sommigen genieten zelfs meer van eksters dan van andere vogels.
Terwijl ik dit stukje typ, zie ik in de verte het eksternest dat ik de afgelopen twee maanden gebouwd zag worden. De beide eksters sleepten week na week, dag na dag, uur na uur, tak na tak aan. Wat een ijver, wat een arbeidsethos! Daar zouden zelfs wij calvinisten een voorbeeld aan kunnen nemen. …
Eén van de mooiste paddestoelen van het land vind ik de berkenzwam. Het is een forse zwam die als een niervormig plateautje uit een berkenstam groeit. Berkenzwammen kunnen groot worden en zijn dat meestal ook. Dat doet ze oud lijken, maar ze zijn hooguit een jaar, dan rotten of schimmelen ze weg of worden ze opgegeten door zwamkevers. …