‘Als de natuur maar netjes wordt onderhouden, en hij er maar kan recreëren’, zegt Guido van Woerkom maandag in Trouw over de wandelaar. Misschien geldt dat voor wandelende leden van de ANWB, waarvan Van Woerkom directeur is. Hij stelt de mens voorop, de natuur is er als decor voor vrijetijdsbesteding. Tja, Van Woerkom is de baas van een autoclub die zich ook met toerisme bezighoudt. Zijn vereniging wil met auto’s naar de natuur kunnen. …
Cedar River, Foto TEP Resp Business Natural Assets
In 1889 had Seattle geen gemeentelijke waterdienst. Private bedrijfjes haalden water uit meren, waarin riolen uitkwamen. Er waren cholera- en tyfus-uitbraken geweest. Seattle stond bekend als de ongezondste stad van de VS. In 1889 brandde het stadscentrum af, omdat er geen bluswater was. De bevolking had er genoeg van en stemde bijna unaniem voor een waterdienst. Die kocht veel grond langs de bovenstroom van de Cedarrivier, waarmee de watervoorziening werd veiliggesteld. Er groeide bos, dat regenwater vasthield. In 1909 was Seattle de gezondste stad van de VS. In het beschermde buitengebied wordt niets geloosd, er is geen dure waterzuivering nodig. Zonder het bos was er voor dezelfde waterproductie een stuwdam en waterzuiveringsinstallatie nodig van 200 miljoen dollar, nog afgezien van onderhoudskosten. Drinkwater zou veel duurder worden. Dit vertelt de Amerikaanse econoom David Batker in het boek The Ecosystem Promise van Meindert Brouwer, over de economische waarde van natuur (€29,90, www.ecosystempromise.net). …
Met de winter voor de deur komen vetbollen, pindaslingers en andere attributen van het zaaddonorschap in beeld. Onder seizoens-immigranten als vinken, mezen, roodborstjes, merels, pestvogels, goudhaantjes en andere noorderlingen vinden ze aftrek. Tuinvogels voeren is een oud gebruik. De godfather van de natuurbeschrijving Jac. Thijsse riep zijn lezers in 1906 al toe op, lees ik in Trouws bespreking van ’s mans onlangs gebundelde brieven. ‘…zorg voor water!’, schreef hij. ‘De vogels moeten kunnen drinken en baden.’ Al mogen vogels van veel vogelvrienden ’s winters niet in bad, vanwege vermeend bevriezingsgevaar. Dat verbod geldt gek genoeg niet voor eenden, meerkoeten en meeuwen. Thijsse waarschuwde voor iets anders: ‘Natuurlijk mag er nooit een kat in den tuin komen’. …
De markt voor scheurkalenders is een groeimarkt. Kreeg ik vorig jaar de eerste editie van de Natuurscheurkalender, dit jaar krijg ik de tweede, en bovendien een Vogelscheurkalender. Het heeft wel wat, iedere dag een weetje of verhaaltje, maar na een vakantie moet je een heleboel inhalen. Scheurkalenders hangen op de w.c. Niet voor als het toiletpapier op is, maar opdat je tijdens de daad iets te lezen hebt. …
Voor de voordeur van vriendin stond een kniehoog, ijzeren paaltje. Het stond vriendin in de weg. Er stak een decimeters lange dwarsbalk uit. De niet zo mobiele buurvrouw kon zich stoten en dan zouden de aders spatten. Het was zo’n paaltje waar je een fiets onneembaar in kunt opsluiten. Met schuifslot. Het sleuteltje was weg, maar met dichtgeschoven stang leek het net echt. Ik zette er graag mijn fiets in, maar vriendin was onverbiddelijk: paaltje moest weg. Drie keer raden wie de ijzerzaag mocht bedienen.
Ik hurkte en was meteen roze en geel van het stoepkrijt waarmee de buurkinderen de tegels hadden ingekleurd. Zagend schampte ik mijn knokkels langs de grond, de vuurdoorn erboven stak venijnige doorns in mijn kleren en vel. Het simpele, maar inspannende en langdurige karweitje werd een meditatieve oefening. Eindeloos dezelfde beweging. Ik dacht: kom, ik maak mijn geest leeg, wat nog tegenviel. …
Onze twee konijnen zijn dag en nacht buiten. Alleen tijdens een wolkbreuk, urenlange neerslag of zeer lage gevoelstemperaturen trekken ze zich terug in hun nachthok met hooi. Als we ze binnen houden, kwijnen ze weg. Op het gras komen ze tot leven: ze sjezen rond, springen met vier poten tegelijk omhoog, beklimmen een ren, reikhalzen naar lage takken, knabbelen eens hier, graven eens daar. Als bioloog zou je een konijn geen menselijke eigenschap als ‘vreugde’ mogen toedichten, maar ik zie aanstekelijke vrolijkheid. …
We hebben konijnen en cavia’s. Er staat een hek om het gras, ruim drie bij vijf meter. De cavia’s schuilen het liefst in donkere hoekjes, maar het gras lonkt. Cavia’s zijn graasmachines. Als je ze tegen hun wil vast houdt, grazen ze vanuit de hand, zodra ze gras ruiken. Alles op de neus. Ook zonder konijnen zouden de beide cavia’s het gras kort kunnen houden. …
Hangmatspin Gongylidium sp., Foto Koos Dijksterhuis
Schitterend, zo’n spinnetje. Kogelrond lijf, transparant rode pootjes. De lage zon schijnt er doorheen, zodat het lijkt of ze licht geven. Het is een hangmatspinnetje. Dat is geen spinnensoort, maar een spinnenfamilie met duizenden soorten. Daarvan komen er in Nederland een stuk of driehonderd voor. Die kunnen nog veel kleiner zijn dan dit kaboutertje van een halve centimeter, ze kunnen ook drie keer zo groot zijn. Qua vorm zijn ze al even divers als qua omvang. Maar de meeste zijn donker van kleur en als webdesigners delen ze elkaars voorkeur. Al die hangmatspinnen bouwen webben als hangmatten. Op zachte, zonnige herfstmorgens glinsteren die hangmatjes in het gras, in de bosjes, in een heg. Honderden, duizenden webben, vaak voorzien van wat verticale vangdraden. Er is voor een insect geen doorkomen meer aan. De dauwdruppels die aan de draden hangen, laten de webben fonkelen. …
Asfalt kan Amelisweerd redden, aldus Simon Klingen woensdag in Trouw. Ik steigerde, maar al lezende kreeg ik begrip voor Klingen. Een strook eiken opofferen en met compensatiegeld en de opbrengst van het eikenhout het landgoed verfraaien. Het blijft een zwaktebod, zoiets als: we schieten olifanten dood om met de opbrengst van jachtrechten en ivoor andere olifanten te beschermen. Zolang we ons belastinggeld liever aan snelwegen dan aan natuur besteden, is zo’n zwaktebod het hoogst haalbare. …
Vanuit de duinen dringt langs de Brouwersvaart een groene wig Haarlem binnen: het Houtmanpad. Groene wiggen zijn fijn voor wandelaars en fietsers die de stad uit willen. En voor dieren die de stad in willen. Hoewel je groene wiggen ook fuiken kunt noemen, die dieren de stad inlokken, wat die dieren helemaal niet willen. Toch is het leuk dat er libellen, vlinders, kikkers, ijsvogels en egels in de stad te zien zijn.
In Haarlem volg je uit het centrum de tijdloos ogende Brouwersvaart. Vaart en pad persen zich door een troosteloze tunnel onder de westelijke randweg. Eindelijk rust, denk je, voor je ligt een schilderachtig jaagpad met houten bruggetjes: het Houtmanpad. Dan ben je al over de helft naar de Korte Zijlweg, die voor het Brouwerskolkpark langs ronkt. Maar het stukje jaagpad is er nog, een vergeten hoekje. Het is een smal pad langs een oever met bomen, langs een dappere boerderij, over steile bruggetjes, ‘kwakels’ genoemd. Die houden de stroom fietsers binnen de perken. Wie op wil schieten, fietst wel langs de Zijlweg. …