Op bezoek bij vrienden op het platteland. De kat slalomt langs onze enkels en springt op vriendins schoot. Ik had net een verdrietig bericht ontvangen van een lezeres, wier kat door een steenmarter was opgegeten. Er lag alleen nog een pluk haar. Je kunt je enorm aan een huisdier hechten en je in dat dier inleven. De dood van dat dier maakt je dan heel verdrietig. Ik vertel het verhaal en vriendin zegt meelevend ‘oh, wat zielig’. …
Dankzij de zonnige dagen van april en mei is de metaalvlinder er vroeg bij. In juni en juli vliegen de meeste metaalvlinders rond, maar massa’s zijn er nooit. Op de zandgronden zijn ze het algemeenst, op de klei zijn ze zeldzaam. Toch zijn ze aan te treffen op uiteenlopende graslanden met bloemen, van blauwgraslanden langs een beek tot aan open plekken in het bos. …
Onder mijn voet zit een eeltplekje. Geleidelijk groeit het. Ik denk altijd dat zulke dingen vanzelf overgaan. Na een paar maanden is het een boomknoest. Het doet pijn. Zou het een likdoorn zijn? Op naar een pedicure. Die ziet dat het een wrat is, met eelt eromheen. Met een esculaapmesje snijdt ze het eelt weg. Met de rest moet ik ter bevriezing naar de dokter. Maar eerst tijg ik naar Frankrijk, waar sommige bossen en bermen geelgroen kleuren van bloeiende wolfsmelk. …
Op onze ronde van Gallië doen we Montmorillon aan, een middeleeuws stadje, honderd kilometer bezuiden Tours.
Het is gebouwd op de rotsen langs de Gartempe, een ondiepe rivier. In het water liggen forellen. Van de oude, stenen brug werpen mannen hengels uit met levende visjes als aas.
Een grote gele kwikstaart gebruikt een dode tak als uitkijkpost. Telkens vliegt hij een eindje over water, om met een snavel vol insecten terug te keren. Hetzelfde doen de boeren- en de gierzwaluwen. In de namiddagzon zien we boven het water duizenden mugjes dwarrelen. Zwaluwen grijpen de een na de ander en verdwijnen in een open raam van een stokoud huis. Ze broeden binnen. …
Kanonnetten, mistnetten, klapnetten – in vogelvangtechnieken zijn onderzoekers bijna zo veelzijdig als jagers. Met één groot verschil: hun vangst mag, nee moet blijven leven. Met een ring om de poot krijgen de vogels hun vrijheid terug. Honderd jaar geleden werd in Nederland de eerste vogel geringd. Dat was een spreeuw te Nijkerk, waar het Vogeltrekstation vandaag feest viert. Inmiddels zijn 10,5 miljoen vogels geringd, alleen al in Nederland. …
Boktorren komen in Nederland wel eens in het nieuws, en dan steevast als plaag. Boktorren eten hout en worden daarom schadeljk gevonden en bestreden. Sommige eten levend, de meeste dood hout. Daar is niets mis mee, maar boktorren beschouwen ook zolderbalken en houten meubels als dood hout en geef ze eens ongelijk. Daar kunnen ze gangen in knagen. …
We zaten voor de tent, het werd donkerder en kouder. Er scharrelde iets. Een egel? Het scharrelde niet luid, een egel zou kunnen, of een eikelmuis, een eekhoorn misschien. Maar het scharrelde hier, het scharrelde daar, het scharrelde om ons heen. Het cirkelde dichterbij. Ik richtte de zaklamp en knipte hem aan. Twee gele ogen lichtten op in de nacht. Zoals de wolven in de Donald Duck. Maar wolven leven niet in het bos van Compiègne. Wel reeën, edelherten en aan de omgewoelde modder te oordelen ook zwijnen. En vast en zeker vossen, dassen, marters. De gele ogen keken van zo’n vier meter naar de zaklamp, knipperden even en zaten ineens meters verderop. Ik meende een stuk rug te zien, grauwgroenig, streperig, wat groter dan een kat. Een wilde kat, dacht ik meteen. Wilde katten zijn grauwgroenig en streperig en fors gebouwd. Alleen die ogen – katten hebben toch groene ogen? Nou ja, een wilde kat heeft misschien geen groene ogen, deze zeker niet. …
We logeerden bij landgenoten in Auvergne. Die vrienden hebben een huis, een gite, een boomgaard en een erf. Ze wonen in een gehucht van tien inwoners, bij het knusse plaatsje Bellenaves aan de spoorweg naar Clermont-Ferrand. In het gehucht is het rustig, er is helemaal niets te doen qua vertier, je snelt er naar het raam als je een auto hoort. In hun gite (www.hirondelles.nl) verwachten de vrienden wandelaars en fietsers. Een van hen heeft de omgeving tot op de decimeter verkend en stippelde veel wandel- en fietstochten uit. Veel ervan beginnen en eindigen op het eigen erf. Desgewenst laat hij zich inhuren als gids. …
We arriveren ’s avonds in het bos van Compiègne, net voor Parijs. Het plan is een nachtje in de tent, en de volgende dag uitgeslapen Parijs door. Uitgeslapen? Het kwik daalt diep, de botten worden beurs op de welvingen van de bosbodem, welvingen die in de nacht veranderen in kamelen. Ik glijd steeds van een bult in een kuil. Kamperen is leuk. Vooral in de morgenzon, met stokbrood en koffie, als de bloemen openen, de insecten zonnen en de vogels zingen. …
Waar in Frankrijk we vorige weken ook waren, overal zongen nachtegalen. In Nederland zingen ze nu ook, maar er zijn er gewoon minder van. In drassige bosjes met een dichte ondergroei van bijvoorbeeld brandnetels is de kans het grootst. In vochtige duinvalleien zingen nu zelfs meer nachtegalen dan dertig jaar geleden. De duinen zijn sindsdien in bos veranderd. Jong, weelderig bos op vochtige grond, daar houden nachtegalen van.
Wij zetten de tent op in het Forêt de Compiègne, tachtig kilometer ten noorden van Parijs. In de buurt van de tent zingt een nachtegaal. Dag en nacht. ’s Nachts zingen er wel meer, maar overdag alleen die ene. Zou het een spotvogel zijn, die een nachtegaal nadoet? Dan toch een orpheusspotvogel, want de gewone spotvogel herken ik. …