Natuurdagboek 2011
Moeras en plas bij Heerenveen

Moeras en plas bij Heerenveen

Boerenzwaluw, © K. Dijksterhuis

Regelmatig kom ik in natuurgebied het Katliker Skar, waar een vriend woont. Veel bekender is het natuurgebied Easterskar, waar zelfs een vogelkijkhut staat. Daar moet ik toch eens heen. Beide skarren zijn van It Fryske Gea. Skar is Fries voor schar, gemeenschappelijke weidegrond. Easterskar betekent Oosterschar. Het Katlijker Schar ligt ten oosten, het Oosterschar ten westen van Heerenveen. Er zijn plassen, rietlanden, drassige graslanden en moerasbosjes, samen 529 hectare. Er broeden roerdompen en blauwborstjes, er huizen aardbeivlinders en zilveren manen. Die zien wij allemaal niet. Ondanks de voorspelde regen is het zonnig en warm als we een tijd lang uit de vogelhut turen. We ontdekken steeds meer vogels. Het ritselt van de grauwe-ganzengezinnen. Een boerenzwaluw poseert vlakbij op een schutting. Rietgors, witte kwikstaart en waterhoen scharrelen op een drooggevallen modderplek tussen het riet. Ineens stuift het waterhoen woedend op de witte kwik af, die naar een graspol vlucht en beteuterd rondkijkt. Of kijkt hij niet beteuterd en maken wij mensen dat ervan omdat we zelf beteuterd zouden kijken? Een paartje wintertaling luiert links van de hut. Bruine kiekendieven vliegen over en weer, telkens lastig gevallen door kieviten die ook al de kraaien moeten verjagen. Kiekendiefvrouw ploft neer in het riet, daar zal het nest zijn. In de verte cirkelen twee ooievaars. Twee lepelaars struinen de rietkraag af. Lopend schudden ze hun hoofd zodat hun snavels heen en weer zwaaien en ze stekelbaarsjes of ander grut uit het water lepelen. Soms stort zich één van hen met flapperende vleugels voorover op iets wat voor ons onzichtbaar blijft.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Geblaat boven de Drentse A

Geblaat boven de Drentse A

Drentse A, © K. Dijksterhuis

Na het zonnige hemelvaartweekend trekt een zware onweersbui voorbij. Daarna is het beekdal van de Drentse A opgefrist en opgefleurd. In de windstilte komen azuurjuffers, lantaarntjes en weidebeekjuffers tot leven. Orchideeën, koekoeksbloemen en ratelaars gloeien in de avondzon. Het is zondag en we laten mountainbikers en wandelaars passeren. Ooit was dit gebied ‘opengesteld’. De boswachter vertelde me dat alleen zeer gemotiveerde natuurliefhebbers zich erin waagden. Je moest soms door de modder.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Eén dag vliegend dansen

Eén dag vliegend dansen

Eendagsvlieg, © K. Dijksterhuis

Op een windstille juni-avond staan of hangen zowat twee meter boven de drassige oever van een beek tientallen insecten te dansen. Ze deinen een halve meter op en een halve meter neer. Ze willen opvallen bij mogelijke geliefden voor een one-night-stand, ze hebben de dag van hun leven, het zijn eendagsvliegen. Ze hebben twee jaar onder water geleefd en zijn uit hun nimfenhuid ontsnapt. Nu hopen ze vliegend een vrouwtje te vinden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De zeilende zang van de boompieper

De zeilende zang van de boompieper

Boompieper, © Jeanette Essink

Als je nu door een afwisselend landschap van open veld, bomenrijen, houtwallen en bosranden wandelt, heb je nog kans op baltsende boompiepers. Boompiepers zien er saai uit, grijsbruin, een beetje gestreept, klein, onopvallend, maar hun baltsvlucht is prachtig. Boompiepers lijken sprekend op graspiepers en een leek zou ze zelfs voor huismus kunnen aanzien.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Orchideeën

Orchideeën

Orchidee, © K. Dijksterhuis

In Aveyron, ten zuiden van de Franse regio Tarn, wandelen we langs landerijen, over heuvels, door bosjes en op de oever van de Aveyron. Er bloeien veel zomerbloemen, ook de orchideeën zijn vroeg. Gevlekte en aangebrande orchissen staan er in vol ornaat bij, evenals mannetjesorchissen. Prachtige bloemen met prachtige namen. De bokkenorchissen staan nog in knop maar de bijenorchissen zijn al uitgebloeid. Al die orchideeën groeien in de berm. Zulke bermen had Nederland ook, maar wij vonden orchideeën overbodig en spoten ze dood met vergif en mest. Tegenwoordig worden bermen van rijkswegen niet meer bemest. Die bermen worden daardoor fleuriger.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kamperen bij de boer

Kamperen bij de boer

Strand Bretagne; © K. Dijksterhuis

Heel Frankrijk blakert in de zon onder wolkenloos blauw. Heel Frankrijk? Nee, één dorpje in het uiterste westen blijft in de wolken. Bretagne. Er zijn menhirs, een onverstaanbare taal, appelwijn, een enorm eb-en-vloedverschil. Het is er woest, ledig, winderig en nat. Karel de Grote veroverde Noord, Oost en Zuid, maar Bretagne liet hij liggen. Maar het is Frankrijk, het ligt aan zee en het lijkt minder ver dan de Provence, dus zwermt Nederland ook naar die provincie uit. Daar blijkt het verder dan gedacht en blijft men om de eerste de beste rotshoek steken, in de buurt van de Mont-St.-Michel, waar men meteen een dag zoet is met parkeren en in de rij staan.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Het ganzendilemma

Het ganzendilemma

Grauwe gans, © K. Dijksterhuis

Vanwege het ganzenakkoord vragen lezers zich af, of ze hun lidmaatschap van Vogelbescherming moeten opzeggen. Vogelbescherming kreeg van de ledenraad met moeite het akkoord voor het ganzenakkoord. Want vogelbeschermers die akkoord gaan met het schieten van honderdduizend ganzen…? Directeur Fred Wouters zei in Trouw dat het een keus was tussen dit of nog veel meer ganzen schieten. In feite, zei Wouters, betekent dit akkoord de redding van een heleboel ganzen. Communicator Kees de Pater van Vogelbescherming vindt het daarom eerder reden om lid te worden dan om op te zeggen.

Vogelbescherming was tien jaar geleden zo blij met het verbod op ganzenjacht. Ganzen waren het succesverhaal. Aan dat succes gaan ze nu ten onder. In de winter grazen in Nederland tweemiljoen ganzen. Ze vreten gras, graan, bieten, maar toch vooral gras. We hebben over het Nederlandse platteland een biljartlaken uitgerold van monotoon Engels raaigras. Dat spuiten we zo vol drijfmest, dat het ’s winters blijft groeien. We maaien het in april al. Ganzen vinden dat niet erg, ze vinden dat korte, jonge gras het lekkerst. Grazend draaien ze elke drie minuten een drol – ze bemesten de wei, maar dat vindt een boer lastig, die moet immers van zijn mestoverschotten af? Dus beuren boeren compensatie voor ganzenvraat. We steken miljoenen euro’s per dag in schaalvergroting en intensivering van de landbouw. Een fractie daarvan is voor plattelandsontwikkeling. Daarvan gaat een deel naar agrarisch natuurbeheer. Dat gaat grotendeels op aan ganzencompensatie.

Ganzen zijn gevleugelde koeien. Ze vreten gras, ze poepen. Ze zijn er dankzij het gras voor de intensieve veeteelt. Vrijwel alle vogels worden door de moderne landbouw weggejaagd, maar ganzen profiteren er juist van. Er valt wat voor te zeggen om een deel ervan op te eten en dan minder kistkalveren, varkens of kippen te fokken.

Wouters en De Pater zeggen dat er al veel ganzen geschoten worden, met provinciale ontheffing. Dat is waar, de poeliers liggen ’s winters vol spotgoedkoop ganzenvlees. In het ganzenakkoord wordt de jacht ’s winters gestaakt. De groei is al uit de winterse ganzenmassa. Maar nu neemt het zomerse ganzenaantal toe. Deels zijn dat nazaten van vleugellamme brandganzen die ’s winters met hagel waren aangeschoten en niet weg konden. Het zijn vooral grauwe ganzen, die zich na jaren afwezigheid in Nederland vestigden, toen de Oostvaardersplassen ontstonden. Ze zwermden uit. Ze eten riet en houden plassen open, maar in de huidige aantallen verwoesten ze de rietmoerassen.

Provincies en boeren willen grootschalige bestrijding. Vogelbescherming wil meer schadecompensatie. Volgens het bereikte ganzenakkoord wordt het zomeraantal wilde grauwe ganzen in vijf jaar gehalveerd tot 100 duizend. Daarna moeten de broedgebieden afgerasterd zijn. Dan kunnen de pullen niet meer uit het moeras om zich op akkers en weiden vol te vreten. Dan gaan ze dood van de honger.

Zijn er eens vogels die het voor de wind gaat, maken we daar weer een probleem van. We verpesten ons landschap zodat alleen ganzen er gedijen, en dan gaan we over die ganzen klagen en schieten we ze dood. Dat worden vijf zomers met geknal, geronk in poenerige SUV’s, geblaf van jachthonden, gebanjer door de velden.

Had Vogelbescherming uit het overleg moeten stappen om principieel met krachtige onderkaak ‘neen!’ te zeggen? Volgens De Pater zou het dan voor zowel zomer- als winterganzen slechter uitpakken. Boeren zouden het probleem zelf blijven regelen – zij geven hun land niet weg aan ganzen.

Voor of tegen? Ik weet het niet. Ik weet dat ik blij ben dat ik niet in de schoenen sta van Wouters of De Pater. Die moesten een keuze maken en moeten die nu verdedigen. Zij mogen niet twijfelen. Ik wel. Maar ik blijf lid.

DELEN
Wantsen in streepjespak

Wantsen in streepjespak

Pyjamawants Graphosoma lineatum Bellenaves© K. Dijksterhuis

Als het regent, schuilen ze onder de bloem of in spleten in de bast van een naburige boom. Daar vliegen ze heen vanaf de bloem waarop ze zitten. Ze lopen niet graag over de grond, deze rood-zwart gestreepte wantsen. Hun outfit heeft ze de bijnaam pyjamawants bezorgd, die inmiddels hun officiële Nederlandse naam is. Gevangeniswants is ook een fraaie naam van ze. Als het officieel wordt, gaat het bij insecten trouwens om de Latijnse naam: Graphosoma lineatum.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De mooiste juffers

De mooiste juffers

Bosbeekjuffer, © K. Dijksterhuis

Schoon water dat niet zo snel mogelijk wordt afgevoerd, maar mag slingeren en traag kabbelen langs rietkragen en andere waterplanten, dat hebben we niet veel meer in Nederland. Aan zulk water leven de mooiste juffers. De mooiste? Nou ja, ik kan het niet bewijzen, maar ik vind beekjuffers wel één van de mooiste juffers. Pardon: twee van de. Weidebeekjuffers, met die schaduw op hun vleugels, zwermen soms met tientallen bij een beek. Bosbeekjuffers, met nog meer schaduw op hun vleugels, zijn een stuk minder talrijk. Ze zijn slechts te vinden langs enkele bosbeken in het zuidoosten van Nederland: Achterhoek, Noord-Brabant, Limburg.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Witte puist met bruine inhoud

Witte puist met bruine inhoud

boompuisten, © K. Dijksterhuis

In de lente vind ik soms een witte klodder aan een boomstam. Een klodder zo groot als een ei. Hij lijkt te druipen, maar blijft op de plaats hangen. Ik heb met de kinderen gepicknickt en we maken een ommetje. Daar hangt zo’n klodder. Twee zelfs. Zoon kijkt ernaar met een mengeling van afgrijzen en fascinatie, en in een vlaag van overmoed prikt hij erin. Zijn vinger doorboort de witte korst. Eronder zit een bruine massa. ‘Eeuw!’ roept hij, zijn vinger snel terugtrekkend.

Lees Meer Lees Meer

DELEN