Trekjuffers

Trekjuffers

In augustus komen de Noordse winterjuffers na een zomerstop op gang. Nou ja, voor zover ze er zijn dan. Ze zijn zeldzaam en waren zelfs bijna helemaal uit Nederland verdwenen, maar komen de laatste jaren weer wat meer voor. Deze juffers brengen als volwassen juffers de winter door. En zijn daarbij niet honkvast. Integendeel, de Noordse zijn echte trekjuffers. In de herfst zweven ze uit hun leefgebied in het natte grensgebied tussen Zuidoost-Friesland, de Kop van Overijssel en de Noordoostpolder  naar drogere gronden in het noordoosten. In Friesland, Drenthe, Groningen, Twente en Duitsland brengen ze de winter door. Dat doen ze op een heideveld of een ruig grasveld tussen houtwallen. In de lente keren ze terug naar de Kuinderplas, de Wieden, de Weerribben en de Rottige Meente. Ze kunnen flink uit de koers raken, blijkt uit zomerwaarnemingen. Noordse winterjuffers zijn niet zo koersvast, ze laten zich meevoeren door de wind. Dit staat allemaal door Ronald van Seijen beschreven in het Friese natuurblad Twirre.

In de herfst waait er meestal een zuidwester, dat komt wel goed. In de lente krijgen de juffers paar- en eidrang als het mooi weer is. Oostenwinden brengen mooi weer mee. In de eitijd is het vrij vaak noordoostenwind. Maar soms wordt er uit het zuidoosten gewaaid en belanden de juffers waar ze niet moeten zijn. Dat wil zeggen, ze kunnen best een mooi meertje vinden  hun eitjes in te leggen. Bijvoorbeeld in midden-Friesland. Maar dan wordt het herfst en waaien ze met nageslacht en al naar het noordoosten. En komen ze te noordelijk uit voor droge heideveldjes of houtwallenweidjes. En gaan ze alsnog de pijp uit.

De ruimdenkende poelslak

De ruimdenkende poelslak

Poelslak, © K. Dijksterhuis

De twee bekendste en grootste zoetwaterslakken van Nederland zijn de posthoornslak en de poelslak. De poelslak heeft een slakkenhuis dat wel zes centimeter kan worden. Hij leeft in sloten, vijvers en vennen, in stilstaand water dus. Poelslakken hebben een long en komen regelmatig aan de wateroppervlakte hun longen volzuigen. Als je zo’n slak dan probeert te pakken, probeert hij zich gauw te laten zinken. Niet te diep, want dan zou hij weer helemaal naar boven moeten kruipen om te ademen en slakken zijn niet bijster snel. …

Lees Meer Lees Meer

Linde

Linde

Linde te Katlijk, © K. Dijksterhuis

Lindebomen kunnen dertig meter hoog worden. Dat is half zo hoog als sommige tropische woudreuzen, maar linden groeien niet in de tropen. Ze hebben slechts een half jaar groeiseizoen en waarom zouden ze zo hoog worden als andere bomen dat niet doen? Groeien heeft alleen zin als je ermee om licht kunt wedijveren.

Prachtige bomen, linden. …

Lees Meer Lees Meer

Schelpen uit het oosten

Schelpen uit het oosten

Korfmossel, © K. Dijksterhuis

In september 2004 reed ik op een warme dag langs Strand Horst, waar ik even pauzeerde voor een duik in het Veluwemeer. In het water vond ik schelpjes op de bodem. Lege schelpen van geribbelde tweekleppigen. Ze waren dikker en steviger dan zoetwaterschelpen meestal zijn. Het waren geen driehoeksmosselen of iets anders bekends. Ze hadden een donkergroene buitenkant en een glanzend lila binnenkant. Ik had ze nog nooit gezien. …

Lees Meer Lees Meer

Een dagje naar het strand

Een dagje naar het strand

Noordkromp, © Koos Dijksterhuis

Het is een warme dag, maar op het strand van Schiermonnikoog blaast een zachte zuidwestenwind het zweet van je rug. Heerlijk. Om negen uur ’s morgens fietsen mijn kinderen en ik met een bevriend gezin langs de waterlijn naar het oosten. In no time bereiken we de oostpunt die met laag water aanzienlijk oostelijker ligt dan bij hoog water.  Mijn vader leerde ons altijd dat je je alleen met oostenwind naar de Balg moest wagen, de kilometers uitgestrekte strandvlakte aan de oostpunt. Dan had je immers terug wind mee en kwam je niet voor lelijke verrassingen te staan. …

Lees Meer Lees Meer

Welk dikkopje?

Welk dikkopje?

Kommavlinder Schiermonnikoog, © K. Dijksterhuis

Ik dacht dat het vlindertje een groot dikkopje was. Een vermoeid groot dikkopje met versleten vleugels. Ik stapte op Schiermonnikoog door een duinvallei met zeggen, grassen en bloemen, omzoomd door bramen, duindoorns en jonge berkjes. Dat leek me een uitstekend leefgebied voor grote dikkopjes. Juli is bovendien de vliegmaand bij uitstek voor deze fraaie vlinders. En hij zat op een braambloempje, waarvan dikkopjes de nectar onweerstaanbaar vinden. …

Lees Meer Lees Meer

De schoonheid van knopige kriel

De schoonheid van knopige kriel

Krielparnassia Duin- en Kruidberg, © K. Dijksterhuis

Sierlijke vetmuur keerde terug in de Noordoostpolder, na het afplaggen en maaien van wegbermen. Het is een klein plantje met piepkleine bloemen. Mooi zijn die bloemen beslist, al dringt hun schoonheid niet zomaar tot het blote oog door. Daar is een loupe bij nodig, of een vergrotende foto. Sierlijk mogen de bloemen heten, maar het predikaat ‘vet’ vind ik een overstatement. Sierlijke vetmuur heeft nog een naam, en die heeft mijn voorkeur: krielparnassia. Kriel is een onderschatte term voor klein en parnassia staat in mijn bloemen top-10. Krielparnassia betekent: bloemen van ontroerende schoonheid, een schoonheid waarvoor je op je knieën moet en heel goed moet kijken. …

Lees Meer Lees Meer

Afvalrace

Afvalrace

Wegwerpfolders, © Meint Mulder

‘Diepvrieskippen, stapt uit uw verpakking!’ stond begin jaren tachtig op de wand van een punk-café. Het heeft niet geholpen. Gedragsverandering is alleen haalbaar, als je het gewenste gedrag heel aanlokkelijk maakt en het ongewenste afstraft. Als je geen wegwerpverpakkingen op straat of in de natuur wilt, moet je ze niet gratis weggeven. De wereld gaat ten onder aan onverwoestbaar afval. Plastic zakjes, nylon visnetten, plastic flessen. …

Lees Meer Lees Meer

De bramen, hun sluipers, de slak, de lijster en zijn smidse

De bramen, hun sluipers, de slak, de lijster en zijn smidse

Zanglijster, © Jeanette Essink

Achter ons huisje op Schiermonnikoog is de avond vredig. De stilte wordt benadrukt door verre scholeksters boven het wad. En vooral door een zanglijster in de bosrand. Die zanglijster heeft het hier goed. Er zijn katten noch sperwers, maar wel veel, ontzettend veel segrijnslakken. Die slakken vreten alle heesters kaal, maar laten de bramen ongemoeid. Die bramen woekeren als bankiers, sinds de vereniging van zomerhuiseigenaren het plan uitvoerde van de camouflerende bosjes twee meter te kappen. Zodat de houthakmachines erlangs kunnen. De oplossing is het probleem. De in veertig jaar gegroeide bosrand lag ineens open. Het fijnstof uit de gierinjectors op de aangrenzende velden kon onbelemmerd binnenwaaien, de zon scheen vrolijk de bosjes in. De vruchtbare polderklei barstte uit elkaar van de braamstruiken. Hun naam ten spijt broeden de braamsluipers er sindsdien niet meer. …

Lees Meer Lees Meer