Natuurdagboek

Ja! De eerste blauwborst!

Ja! De eerste blauwborst!

Blauwborst . Foto Koos Dijksterhuis
Blauwborst . Foto Koos Dijksterhuis

Vanuit het zuiden rukken ze op, evenals de fraaiste foto’s van ze op internet: blauwborstjes. Ooit waren zeldzaam, nu komen ze in vele rietvelden in Nederland voor, en zelfs in struiken en op akkers gaan ze soms broeden. Ze overwinterden in Spanje en Afrika en arriveren vanaf eind maart in Nederland.

Een paar keer per week toog ik naar een brede rietkraag waar ik elk jaar blauwborstjes zie. Waren ze er al? Nee, witte kwikstaarten kon ik krijgen, zingende tjiftjaffen, zwartkopjes, de eerste rietgorzen in hun gitzwarte zomermasker en een enkele roodborsttapuit, maar blauwborstjes, nee.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wachtervlinders in de nacht

Wachtervlinders in de nacht

Wachtervlinder. Foto Jeanette Essink
Wachtervlinder. Foto Jeanette Essink

Een wit vlekje op elke vleugel, met daarbij twee kleine stippen, als een teddybeer met losse oortjes. Voilà de wachtervlinder. Er zijn meer nachtvlinders met opvallend witte vleugelvlekjes, maar die worden pas later in de lente actief. De gamma-uil bijvoorbeeld, met vlekjes in de vorm van die Griekse letter. De wachtervlinder vliegt juist in de vroege lente veel.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vegan bloedzuring

Vegan bloedzuring

Bloedzuring. Foto Koos Dijksterhuis
Bloedzuring. Foto Koos Dijksterhuis

In het door de appelboom gedomineerde deel van mijn tuin is een bosje ontstaan. Geen tiny forest waarbij je een goed gevoel koopt door veel te veel bomen op een paar vierkante meter te proppen, maar een mini-woud. Bij een mini-woud krijg je waarschijnlijk lang niet zo’n zelfingenomen gevoel als bij een tiny forest. Zo klinkt slowfood beter dan slome voeding. Maar laat ik mij niet de bek openbreken over trendy taal in lifestyle en fashion!

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Gefopt

Gefopt

Grote fopwesp FotoA Jeanette Essink
Grote fopwesp. FotoA Jeanette Essink

Zit uw veter los? In de natuur wordt wat afgefopt, om niet te zeggen bedrogen. Dieren camoufleren zich om argeloze voorbijgangers te kunnen overvallen, of aan aanvallers te ontkomen. Sommige doen zich voor als een ander en kunnen daar zeer bekwaam in zijn. Er zijn rupsen die sprekend op een takje, sprinkhanen die op een blaadje lijken. En als u het insect op de foto op uw hand zou aantreffen, zou u waarschijnlijk schrikken en het beestje voor een wesp aanzien.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Spreeuwenpaar

Spreeuwenpaar

Spreeuw. Foto Koos Dijksterhuis
Spreeuw. Foto Koos Dijksterhuis

Sinds drie weken heb ik twee spreeuwen in mijn tuin. Vrouw en man. Het mannetje zit soms in de kersenboom te zingen. Beiden kijken graag vanuit de appelboom om zich heen. Samen landen ze op het gras om larven te zoeken, of tussen de opkomende bosplantjes om insecten en zaden te zoeken, zaden die uit de voerdinges voor mezen vallen.

Omdat er vorig jaar regelmatig een grote bonte specht in mijn appelboom rondhing, heb ik een grote-bonte-spechtenkast opgehangen. Dat is een joekel van een nestkast, met een vliegopening van vijf centimeter. Er zit een dun plankje achter. Het idee is dat spechten zelf een opening willen uithakken. Zo’n plankje lijkt me geen voorwaarde. Het zou betekenen dat ze de kast na een geslaagd seizoen pas opnieuw willen, nadat het plankje weer is aangebracht. Een plankje houdt wel andere holenbroeders buiten de deur, zoals spreeuwen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Gekoer in de tuin

Gekoer in de tuin

Turkse tortel Foto Koos Dijksterhuis
Turkse tortel. Foto Koos Dijksterhuis

In maart roert Schraalhans de allengs dunnere soep in de vogelwereld. De zaden en bessen van vorig jaar zijn op of bedorven, op klimop na. Insecten zijn er nog maar weinig. Aan de gevederde animo voor vogelvoer en kruimels merk ik dat er schaarste heerst.

Kreeg ik afgelopen winter opmerkelijk weinig vogelbezoek in mijn tuin, nu wordt het met de dag drukker. Dat komt door de stijgende vraag misschien ook door een dalend aanbod. Als buurtgenoten na de winter geen zaden en water meer serveren, verdringen de vogels zich bij mij.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Van akkerviooltje tot zijdebij

Van akkerviooltje tot zijdebij

Koekoekshommel (staat in boekje) op knoopkruid (niet) Foto Koos Dijksterhuis
Koekoekshommel (staat in boekje) op knoopkruid (niet) Foto Koos Dijksterhuis

Regelmatig sturen lezers mij een zelf opgetekend verhaal uit de natuur. Soms krijg ik zelfs een complete bundel pennenvruchten, vaak uit eigen tuin. Het zijn vaak mooie verhalen, die getuigen van opmerkzaamheid en liefde voor de natuur.

Die boekjes worden meestal zelf gemaakt en verspreid. Dat verspreiden blijkt niet vanzelf te gaan. De hoop is dan dat ik ze aanprijs in mijn Natuurdagboek. Dat doe ik hooguit als inhoud én stijl me aangenaam verrassen, en zelfs dan nog zelden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wieren en wouden

Wieren en wouden

Kleine zeeëik aangespoeld Foto Koos Dijksterhuis
Kleine zeeëik aangespoeld. Foto Koos Dijksterhuis

Afgelopen zomer maakte ik een strandwandeling met de Strandwerkgroep Neeltje Jans, om in kaart te brengen wat er zoal voor kustleven aanspoelde. Een verslag van die gedenkwaardige tocht over dat vroegere werkeiland van de Zeeuwse deltawerken bewaar ik voor mijn boek over schelpen, dat in de maak is. Schelpen waren een van de soortgroepen die de Strandwerkgroep noteerde. Daarnaast vonden we vier soorten krabben, allerlei mosdiertjes, hydroïdpoliepen en wieren.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Dreigende meerkoet

Dreigende meerkoet

Dreigende meerkoet. Foto Koos Dijksterhuis
Meerkoet dreigend. Foto Koos Dijksterhuis

Vannacht werd ik wakker uit een droom. Ik droomde dat ik wakker werd van het schelle gepiep van een vrachtwagen die achteruit indraait. Ooit woonde ik op een van de meest troosteloze plekke van het noordelijk halfrond, met uitzicht op een grijze vlakte van dakleer met aluminium schoorsteenpijpjes – het dak van een in de jaren ’70 gebouwd winkelcentrum. Tussen 6 en 7 uur ’s morgens kwamen de vrachtwagens hun food en nonfood brengen. Een wekker had ik niet nodig.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Blad van de aronskelk

Blad van de aronskelk

Italiaanse aronskelk. Foto Koos Dijksterhuis
Italiaanse aronskelk. Foto Koos Dijksterhuis

Allerlei stinsenplanten steken in maart de kop op. Vele van hen zullen na hun bloei weer verdwijnen, maar aronskelken blijven. Stinsenplanten zijn ooit voor de sier op landgoederen geplant en daarvandaan verwilderd.

Gevlekte en Italiaanse aronskelken zijn verwilderd in parken en bossen, bijvoorbeeld in de Hollandse duinen. Ook in tuinen staan ze wel, waaronder mijn tuin. De bladeren zijn nu zichtbaar, in april volgen de witte bloemen. Daar zit een rottingsluchtje aan dat mensen niet, maar vliegen wel bekoort. Ze passeren een trechter van haartjes en blijven een tijdje gevangen zitten in de kelk, en lijken hun opsluiting niet vervelend te vinden – ze zitten er beschut en het ruikt er heerlijk naar bederf. Als na maximaal een dag de bloemkelk begint te verwelken, worden de vliegen weer vrijgelaten. Ze laten zich dan net zo makkelijk door een andere aronskelk gevangennemen, en brengen een lading stuifmeel van de vorige mee. Na de bevruchting maakt het blad plaats voor trossen oranjerode bessen, die op stengels staan. De bessen zien er best lekker uit, maar zijn giftig.

Lees Meer Lees Meer

DELEN