Drieste meerkoeten

De meerkoeten krijgen het voorjaar in hun zwart fluwelen koppies. Er zijn nog wintergroepen die gezamenlijk grazige oevers afstruinen. Ze stappen langzaam rond, alles wat eetbaar zou kunnen zijn oppikkend. Tot een fietser, wandelaar, hond of roofvogel aanleiding vormt om allemaal naar het water te hollen op die malle hoge poten.
De meerkoeten met gierende lentehormonen verlaten de groepen en vormen stelletjes. Van groepsdier veranderen ze in fanatiek beoefenaar van burenruzies. Op de oever of in het water bewegen ze zich voort in lage houding, de nek gestrekt, de kop vooruit, de snavel in de aanslag. De vijand, soms slechts in de verte zichtbaar, is een andere meerkoet. De dreiging wordt kracht bijgezet met angstaanjagende kreten: hoog en schel. Mocht dat niet volstaan, dan worden de vleugels gebold. …





