Interview in Follow The Money (FTM), 21 juli 2017. Te lezen via deze link als je je gratis registreert met een account voor FTM; je kunt dan ook vervolgens een paar artikelen per maand lezen zonder betaald abonnement.
Het strand van Schiermonnikoog is het breedste en leegste van Nederland, Europa, de wereld, het heelal. Jeugdfoto: Koos Dijksterhuis, 4 jaar oud.
Natuurschrijver Koos Dijksterhuis vertelt in dit interview over zijn jeugd, zijn reizen, zijn bezorgdheid over onze aarde, maar bovenal over zijn liefde voor de natuur.
Opgenomen op 4 november 2021 in de Petrus en Pauluskerk te Loppersum.
Interviewer: Melson Zwerver
Camera: Peter Beereboom
Piano: Willem Jan Stuut
Fuut op het meerkoetennestm. Foto Koos Dijksterhuis
Wat hebben wilde eend, aalscholver, blauwe reiger, kuifeend en fuut gemeen, afgezien van dat ze watervogels zijn? Wel, het zijn de vijf soorten die ik afgelopen maanden op een meerkoetennest heb zien staan. De meerkoet zelf tel ik niet eens mee.
Niet op zomaar een meerkoetnest zag ik de vijf soorten watervogels staan, maar op één specifiek meerkoetennest. Het vormt een mini-eilandje in een stadsvijver. Er zijn meerdere stadsvijvers en bovendien sloten en plassen en in ieder water zag ik afgelopen lente wel een meerkoetennest. In de loop van de nazomer waren de meerkoeten klaar met broeden. Hun nesten zijn nu onbewoonde mini-eilandjes. Op dat ene na. …
In onze tuin blijft één jacobskruiskruid maar bloeien. De andere jacobskruiskruiden bloeiden allemaal in september uit. Voor de herfst-evening op 21 september waren hun gele bloemen getransformeerd in zaadpluis. Op die ene plant na. Hij bloeit nu al langer dan twee maanden.
Die ene plant brengt geen nieuwe bloemen tot bloei, maar de oude bloemen blijven geel. Ze vormen geen zaad. Zouden de afnemende daglengte en temperatuur daar de oorzaak van zijn? Zo koud was het trouwens niet, op twee of drie nachten na. …
De afgelopen maanden vind ik langs de wandelpaden rond Noorddijk bij Groningen snippers Triviant-kaartjes. Dat zijn speelkaarten met vragen in diverse categorieën. Triviant is een aardig spel voor wijsneuzen als ik. Het is een wedstrijdje in algemene ontwikkeling. Ik verlies vaak.
De Triviantkaartjesdichtheid neemt wel af. Ik raap ze nu op om ze in een vuilnisbak te gooien. Daar was eerst geen beginnen aan. Overal lagen ze, kilometers berm was bestrooid met stukjes speelkaart. Iemand moet er een boel tijd in gestoken hebben de kaartjes te verscheuren en verspreiden. Waarom toch? Kon hij of zij niet tegen zijn of haar verlies? Misschien waren de kaarten niet verscheurd, maar zijn ze door grasmaaiers versnipperd. Bijna dagelijks zie ik grasmaaiers gras maaien. …
In de herfst verdwijnen de meeste insecten. Ze trekken weg, gaan dood of verstoppen zich in holtes. Na de winter zullen ze zich weer vertonen en komt een nieuwe generatie uit overwinterende eitjes of larven. Maar sommige insecten keren de zaken om.
Verschillende vlinders maken van de nacht een dag en van de winter een zomer. Neem nou de wachtervlinder. Die leeft ’s winters als vlinder van september tot april. Alleen in de donkerste periode rond december houdt deze nachtvlinder zich bij dag en ontij schuil en wacht hij of zij geduldig af op beter weer. In de lente gaat de vlinder dood en leeft de soort voort als rups – in het holst van de nacht knaagt zo’n rups aan het blad van loofbomen als eik en Spaanse aak. Een andere rups en zelfs een soortgenoot wordt eventueel ook opgepeuzeld; kannibalisme is de wachtervlinderrups niet vreemd. Rond de kortste nacht houdt de rups zich koest in een cocon onder de grond, om zich in de herfst te verpoppen tot heuse vlinder. …
Hé wat bloeit daar? Het lijkt wel zomerfijnstraal. Dat straalt in de tuin ook nog fijn, al is het herfst. Zomerfijnstraal heeft bloemen als een kleine margriet, maar met een fijnere en regelmatiger krans van witte straalbloemen om het gele hart. Zomerfijnstraal houdt wel van een vochtige plek in voedselrijke grond, bijvoorbeeld op een oever. En een oever is de plaats waar we de bloemen zien op een wandeling bij Groningen.
Maar de blaadjes lijken smaller dan die van zomerfijnstraal en hun rand mist inkepingen. En die straalbloemenkrans is voor een fijnstraal toch wat aan de grove kant. Thuis maar eens bladeren met foto’s erbij. …
Er is ophef over de kroondomeinen, waar de koning en z’n vrinden ruim drie maanden per jaar zonder pottenkijkers willen kunnen jagen. Het gaat om zevenduizend hectare Veluwe.
W. Alexander te paard achter een hert aan, ik zie het niet voor me. Wel zie ik voor me dat hij bij een terreinwagen op een klapstoel zit te knallen op de dieren die door drijvers naar hem toe worden gejaagd. Biertje erbij, ‘pang!’ …
In een kort gemaaide wegberm vallen me vele paddenstoeltjes op in het gras. Ze dragen hun hoeden op breekbaar ogende steeltjes, zodat ik aan de paddenstoelenfamilie van mycena’s denk, ook wel breeksteeltjes genoemd. De hoeden hebben lichte ribbels, een deukje in de top en een subtiel waas van kaneelachtig poeder.
Op determinatiesites krijg ik als bijna zekere vaststelling de grijsbruine grasmycena met als tweede keus de stinkmycena. Die lijken er inderdaad op. De grasmycena ruikt een ietsepietsie naar radijs en een tikkeltje zurig, lees ik in een van mijn paddestoelenboeken. De stinkmycena ruikt sterker, en wel naar chloor. …
Lijsterbessen (boven) en meidoornbessen. Foto’s Koos Dijksterhuis
Ik loop soms een drie kilometer lange bosrand af, die vol bessen zit: lijsterbes, meidoorn, vlier, rode kornoelje, vogelkers en nog sleedoornpruimen en rozenbottels ook. In de herfst en winter wemelde het daar vaak van de koperwieken en merels, en soms ook van de vinken en groenlingen, maar nu niet.
Vorig jaar bleef het er de hele winter een saaie boel wat vogels betreft. Maar dat kwam misschien doordat het ook qua bessen een saaie boel was. Dat zal wel het gevolg geweest zijn van de droogte. Al is behalve water ook zon een stimulans voor de bessen. En bestuiving natuurlijk, vooral door insecten.