Natuurdagboek

Klapekster is wintergast

Klapekster is wintergast

Klapekster Foto Koos Dijksterhuis
Klapekster. Foto Koos Dijksterhuis

Een klapekster is geen ekster maar een klauwier. Klauwieren zijn zangvogels die zich gedragen als roofvogels. In de zomer hebben we in Nederland de grauwe klauwier, in de winter de klapekster. Een klapekster heet ekster omdat hij ook zwartwit is, wat hij echter combineert met een grijze kruin, rug en stuit.

Klapeksters zijn tegenwoordig wintergasten uit vooral Scandinavië. In de tweede helft van de twintigste eeuw broedden ze nog bij ons. Hun aantal slonk gestaag tot in 1999 het laatste broedgeval werd vastgesteld. Hun verdwijning komt waarschijnlijk door verlies van leefgebied en prooienaanbod.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Klevers en kruipers

Klevers en kruipers

Boomklever Foto Koos Dijksterhuis
Boomklever. Foto Koos Dijksterhuis

Kunt u een boomklever en een boomkruiper uit elkaar houden? Beide vogelsoorten leven in bomen en kunnen tegen de stam op klauteren. Daar houden de overeenkomsten op. Ze lijken niet op elkaar, behalve dan in hun naam.

Boomklevers zijn groter, dikker en zwaarder dan boomkruipers. Klevers hebben een lange, rechte, dikke snavel. Kruipers hebben een dun, krom snaveltje. Klevers hebben een grijze rug, een oranje buik en kont en een zwart maskertje. Het enige witte is hun keel. Kruipers zijn wit met bruin. Klevers hangen soms aan de onderkant van een tak en kunnen ook met hun kop naar onder gericht langs een stam afdalen, terwijl kruipers zelden naar beneden kruipen en dan nog in de achteruit.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Fraai gemengd bos op maagdelijke grond

Fraai gemengd bos op maagdelijke grond

Hond in Kuinderbos. Foto Koos Dijksterhuis
Hond in Kuinderbos. Foto Koos Dijksterhuis

Hond en ik bezoeken het Kuinderbos in de Noordoostpolder. Het is een gemengd bos van ruim twee bij een halve kilometer. Er ligt een pak sneeuw en daarin zijn reeënsporen te zien. Hond begint meteen te snuffelen. Ze steekt haar neus kort in iedere reeënprent.

Ik zeg steeds: ‘hierlangs!’ en daar geeft ze goed gehoor aan. Ze snapt ook wel dat de lange riem niet dwars door een boom gaat. Ze is hier volgens de bordjes welkom, mits aangelijnd. Maar anders hield ik haar ook aan de lijn, want ze zou te veel haar eigen gang gaan…

Daarbij zijn de wandelpaden avontuurlijk genoeg. Ik probeer ieder zijpad dat we inslaan te onthouden maar raak de kluts kwijt. Qua navigatie laat mijn telefoon het afweten. Ik ben toch al meer van het ouderwetse kaartlezen, maar waar vind je nog een actuele detailkaart met behalve alle paden ook hoogspanningsleidingen en hoogtelijnen?

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Tuinvogels voor het raam

Tuinvogels voor het raam

Grote bonte specht aan de vetbol Foto Koos Dijksterhuis
Grote bonte specht aan de vetbol. Foto Koos Dijksterhuis

Vandaag mogen we nog meedoen aan de tuinvogeltelling. Terwijl ik dit typ zie ik pal voor het raam een merelvrouwtje in de vetbol pikken. Die heb ik op een ijzerdaad gespiest, een ijzerdraad in de leilinde, uit de tijd dat die nog geleid werd. De merel had als voorgangers een merelmannetje, een koolmees, een pimpelmees, een vink en een grote bonte specht.

Die vetbol hangt dus niet. De merels kunnen er vanaf een dikke, besneeuwde tak goed bij. Hoewel de merelman zich niet door hangplekken laat afschrikken – hij fladdert als een kolibrie voor de pot vogelpindakaas aan de gevel.

De koolmees peurt larven uit de buis met vogelvoer. Dat zijn gedroogde maden van zwarte vliegen. Ze lijken op meelwormen maar zijn kalkrijker. We voeren ze aan de kippen, en het wilde tuingevogelte mag meeëten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een onderkoelde jaarling

Een onderkoelde jaarling

Ree met jas Foto Marijke Wempe
Ree met jas. Foto Marijke Wempe

Onze overbuurman, Edwin Struik, stuurde een berichtje: zijn hond had een jonge ree gevonden. We wandelen regelmatig samen, maar nu liep hij alleen met zijn hond. Mijn geliefde wandelde ook alleen met de hond. Ze was net thuis, toen buurmans berichtje kwam.

Ze had haar jas nog aan, ruilde de hond in voor de fiets en haastte zich over de ijzelgladde paden naar de vindplaats. Buurman was een eindje doorgelopen omdat zijn hond bleef blaffen. Zo had hij het reetje ook ontdekt: dankzij de hond die op een meter afstand van het arme dier bleef staan blaffen.

Geliefde moest nog even goed zoeken, voor ze de ree vond. Het dier had een schutkleur en hield zich roerloos. Het vluchtte niet toen ze voorzichtig naderde en even voelde – ijskoud. Ze drapeerde haar jas over de ree, zodat alleen haar kop onbedekt bleef. Die vertoonde geen aanzet van een gewei, het was een jonge reegeit. Voorbijgangers vertelden haar dat ze eerder die dag een ree hadden gezien, die door een achterpoot zakte.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De poetswas van aalscholvers

De poetswas van aalscholvers

Aalscholver droogt vleugels Foto Koos Dijksterhuis
Aalscholver droogt vleugels. Foto Koos Dijksterhuis

Vorige week schreef ik over aalscholvers. Die spreiden na een duik vaak hun vleugels, om ze te drogen. Andere watervogels, eenden bijvoorbeeld, doen dat niet. Die schudden de druppels van zich af, en klaar. Tot voor kort werd daarom verondersteld dat aalscholvers geen goede, waterafstotende stuitklierwas hadden, om zich mee te poetsen.

Ik noemde dat in mijn Natuurdagboek en lezer Bert Vos reageerde alert. Hij had in de nieuwsbrief van het Vlaamse Natuurpunt gelezen dat dat niet klopte. Aalscholvers drogen weliswaar hun vleugels, maar niet uit gebrek aan poetswas.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De witte walvis

De witte walvis

Beluga. Foto Oceanwide
Beluga. Foto Oceanwide

Sinds vorige week hangt er een beluga rond voor de kust van Noord-Holland. Menige vogelaar toog erheen om die bezienswaardigheid af te vinken. Vogelaars zien vaak ook graag zoogdieren, vooral roofdieren en walvissen. Een beluga is een kleine, witte walvis. Klein voor een walvis althans, want ze worden toch wel vier meter lang.

Beluga’s leven in de arctische oceaan. Ik heb ze een paar keer gezien op Trouwlezersreizen naar Spitsbergen. Ze zijn heel wit; zo wit als ijsschotsen, wat in die streken een prima schutkleur kan zijn.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Winterbloeier met toverkracht

Winterbloeier met toverkracht

Toverhazelaar. Foto Koos Dijksterhuis
Toverhazelaar. Foto Koos Dijksterhuis

Het is elke winter weer een aparte gewaarwording als ik in de vrieskou een toverhazelaar zie bloeien. Toverhazelaars zijn echte winterbloeiers en net als veel andere in de winter bloeiende struiken, hebben ze gele bloemen. Dat geldt ook voor winterjasmijn en de iets later bloeiende forsythia. Al die drie struiken bloeien op het kale hout en laten pas na de bloemen hun bladeren verschijnen. Alle drie zijn het gekweekte sierheesters voor in parken en tuinen.

Geel is de kleur van veel vroege bloemen, zeker als die insecten willen lokken voor hun bestuiving. Aardhommels, honingbijen en diverse soorten vliegen kunnen al in de winter actief worden en houden wel van geel.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Geroosterde gans

Geroosterde gans

Brandgans dood in rooster.Foto Koos Dijksterhuis
Brandgans dood in rooster.Foto Koos Dijksterhuis

Brandganzen zijn bonte, middelgrote ganzen. Hun kleuren zijn zwart, wit en grijs. In grote groepen grazen ze de moderne turboweilanden af. Waggelend scharrelen ze hun kostje bij elkaar. Natuurbeheerders willen tegenwoordig in hun terreinen grazers, maar brandganzen vertikken het om taaie, vergeelde graspollen te eten, laat staan brandnetels. Nee, ze eten het liefst de jonge grasjes in de weilanden. Dankzij klimaatverandering, stikstof en drijfmest groeit het gras ’s winters door. Hoe meer dat begraasd wordt, des te jonger de grasjes. Zo houden brandganzen hun voedsel zelf op smaak.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Het tedere voorspel van de woeste aalscholver

Het tedere voorspel van de woeste aalscholver

Aalscholver op ijs. Foto Koos Dijksterhuis
Aalscholver op ijs. Foto Koos Dijksterhuis

De eerste aalscholvers ruien naar hun fraaie zomerkleed. Aalscholvers zijn zwart met groene glans. Hun snavel en keel zijn lichtgeel, daartussen blozen donkergele wangetjes. In januari beginnen sommige mannetjes te ruien. Dan krijgen ze een witte kop, al dan niet dooraderd met toefjes grijs, en twee witte dijen. Op hun achterhoofd prijkt een borstelige hanenkam. Punkers zijn het. Sommige mannetjes trekken pas later hun broedkleed aan. Van januari tot juni zijn ze bezig met eieren en jongen. Maar eerst met een partner.

Lees Meer Lees Meer

DELEN