Natuurdagboek

Merelzang

Merelzang

Merel. Foto Koos Dijksterhuis
Merel. Foto Koos Dijksterhuis

Precies een week geleden lag ik ’s morgens om zeven uur in bed en hoorde ik door het open raam mijn eerste merel dit jaar. Hij begon aarzelend wat te neuriën en mompelen, om gaandeweg herkenbaarder te klinken.

Dat het mijn eerste waarneming is, wil niet zeggen dat het ’s lands eerste is, integendeel. Op de permafrost van Groningen hobbelt de lente op alle fronten achter de rest des lands aan. Maar ik had nog maar één melding gekregen: een paar dagen voor mijn merel kwam er een mailtje van lezeres Bertha Barelds, met de mededeling dat ze zaterdag 27 januari een merel had horen zingen op de markt in Hoogeveen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Dure ganzen

Dure ganzen

Brandganzen. Foto Koos Dijksterhuis
Brandganzen. Foto Koos Dijksterhuis

Ganzen vliegen over op weg van of naar hun graasgronden. Dat zijn vaak weilanden, waar alleen Engels raaigras groeit, eiwitrijke kost voor koeien. Ook ganzen zijn er gek op; ganzen zijn de koeien onder de vogels.

Een derde van ons land bestaat uit raaigras. We maken het landschap onweerstaanbaar voor ganzen. Geen wonder dat er ongeveer twee miljoen bij ons overwinteren. Kolganzen, grauwe ganzen en brandganzen zijn de talrijkste.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Curriculum

Curriculum

Sinds 1993 leef ik van schrijf- en redactiewerk. Sinds 1997 doe ik dat als zelfstandig journalist, redacteur, tekstschrijver. Ik schrijf het liefst over natuur, landbouw, milieu en wetenschap en heb ervaring met vele genres.

Een greep uit mijn werkzaamheden:

  • Natuurdagboek Koos Dijksterhuis in dagblad Trouw
  • Interviews, reportages, achtergrondverhalen, nieuwsberichten, recensies, boeken, columns.
  • Teksten voor folders, brochures, websites, jaarverslagen, tentoonstellingen, onderwijsmateriaal.
  • Redactie- & correctiewerk van alle soorten tekst.
  • Plezierverzen voor bundels, websites en online-abonnees.
  • Vertaalwerk Engels > Nederlands.

Redactiewerk:

  • Redactie wetenschapsrubriek Zuiderlicht in maandblad Internationale Samenwerking (2001-2009).
  • Redactie enkele rubrieken in tijdschrift Vogels van de Vogelbescherming (1999-2010).
  • Redactie wekelijks TV-programma Adamsappel, op TV-Noord / TV-Drenthe, over onderzoek & wetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen (2002-2003).
  • Redactie kwartaalblad De Kleine Aarde (1994-1997).
  • Voorlichtingsmedewerker PATA-project voor landbouwontwikkeling in Noordwest- Pakistan (1990-1992).

Publicaties in onder meer:

NRC-Handelsblad
VolkskrantTrouwNieuwsblad & Dagblad v/h NoordenIntermediairNieuwsblad Stromen (Novem), Agrarisch Dagblad, Tijdschrift voor de Leefomgeving (Arcadis/Heidemij), MilieumagazineVogels (Vogelbescherming)Natuur & Milieu, Literair tijdschrift de Tweede Ronde (Van Oorschot), Vogelvrije Fietser (Fietsersbond)Triakel (Academisch Ziekenhuis Groningen / UMCG), MilieudefensieKleine AardeOnze Wereld, Bijeen, Universiteitskrant GroningenOp PadVice VersaGezond Bouwen & WonenKatholiek NieuwsbladFriesland PostIt Fryske Gea.

Teksten voor onder meer:

Rijksuniversiteit GroningenOnderzoeksinstituut AlterraAlgemene Spaarbank NederlandDHV ConsultantsUitgeverij RoodbontProvincie GroningenAdviesbureau EcoplanAll Over Tours Reisbureau, Towns & Development, Duikbond Groningen, Uitgeverij Uniepers Abcoude, Stichting Mensa Groningen, Nederlands Bureau Brandweerexamens,Stichting Natuur & MilieuVereniging MilieudefensieCentrum Ontwikkelingssamenwerking GroningenStichting Max Havelaar Utrecht.

DELEN
Vuurzwammen

Vuurzwammen

Bruinzwarte vuurzwammen. Foto Koos Dijksterhuis
Bruinzwarte vuurzwammen. Foto Koos Dijksterhuis

Veel schimmels ruimen takken, bladeren en boomstronken op. Saprofyten worden ze genoemd. Sapro is wetenschapsgrieks voor rot, en fyt betekent plant. Saprofyten zijn geen rotte planten, maar laten planten rotten. De rottende plant heeft daar geen last van; die is toch al dood. Saprofyten zijn dus geen parasieten.

Parasieten zijn wezens die op of in andere wezens leven, en ten koste van die wezens. Veel soorten schimmels parasiteren op planten en bomen. Sommige, zoals meeldauw, laten hun gastheer leven. Meeldauw leeft van de sappen uit groene planten, en sterft als die planten doodgaan. Zulke parasieten noemt men biotrofe parasieten. Andere, zoals de bruinzwarte vuurzwam, parasiteren op levende gastheren, die daar dood van gaan. Zulke parasieten heten necrotroof. Als de gastheerplant dood is, leeft een necrotrofe parasiet verder als saprofyt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zondags pak met witte wangen

Zondags pak met witte wangen

Aalscholver. Foto Koos Dijksterhuis
Aalscholver. Foto Koos Dijksterhuis

Ruim een week geleden zag ik aalscholvers in hun donkere winterjas op sneeuw zitten. Nu zie ik aalscholvers in hun broedkleed in de zon hun vleugels drogen. Het kan verkeren.

Zodra de dagen gaan lengen, breekt in de natuur een nieuw seizoen aan. In januari zijn daar allerlei tekenen van. Bolgewassen priemen uit de grond, de eerste sneeuwklokjes en krokussen winterjasmijn en toverhazelaar kleuren geel, de ronde blaadjes van speenkruid bedekken de bodem.

Koolmezen zingen, huismussen tjilpen, reigers maken zich op voor het broedseizoen en dat doen aalscholvers ook. Hun broedkleed verschikt in voorkomen van hun wintertenue door witte vlekken op de dijen en een grotendeels witte kop.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wie een grote lijster hoort boft maar

Wie een grote lijster hoort boft maar

Grote lijster. Foto Koos Dijksterhuis
Grote lijster. Foto Koos Dijksterhuis

Eén van de vroegste lentebodes, en misschien wel de mooiste, is de grote lijster. Er zijn wellicht eerdere waarnemingen gedaan, maar de eerste die mij dit jaar gemeld werd, is gehoord door Benny Klazenga. Hij verdient daarmee het predicaat Bofkont van de week.

Niet dat grote lijsters nu in ons land verschijnen – er zijn meer overwinteraars dan broedvogels. Die komen uit bijvoorbeeld Zweden, waar grote lijsters bij dorpen en boerderijen algemeen zijn. Nee, ze zijn er al wel, maar ze beginnen pas te zingen als het broedseizoen begint. Het kan ook andersom zijn: dat het broedseizoen begint als de grote lijsters zingen. Afgelopen week brak er een lenteachtig zonnetje door en begonnen ze.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vink of roodborst, wat maakt ’t uit?

Vink of roodborst, wat maakt ’t uit?

Vink. Foto Koos Dijksterhuis
Vink. Foto Koos Dijksterhuis

Afgelopen weekend werden Gaza en Oekraïne uit de media gedrukt door de tuinvogeltelling. Met dat jaarlijkse evenement kweekt Vogelbescherming Nederland animo voor en wellicht ook kennis over vogels. Dat laatste is broodnodiger dan het strooien van kruimels.

Het onbenul waarmee in Nederland over natuur gesproken wordt, belooft weinig goeds voor die natuur. Dat het aan soortenkennis ontbreekt, à la – je kunt niet alles weten. Wel overschatten sommigen hun vogelkennis. Ik zie op de (a)sociale media regelmatig een foto van een vink, met de vraag: welke vogel is dit? Daar komt toch een variatie aan antwoorden op! Roodborst, goudvink, koperwiek, groenling… Terwijl de vink een van de tien meest gevinkte soorten van de tuinvogeltelling is. Je vraagt je af: hoe betrouwbaar is die telling?

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Cèt-tie!

Cèt-tie!

Cettis zanger. Foto Adri de Groot
Cettis zanger. Foto Adri de Groot

De eerste keer dat ik Cetti’s zangers zag en vooral hoorde, was op Mallorca. Ik stond om vijf uur op, sloop weg om vrouw en dochter niet te wekken, en toog naar een moerasgebied, waar de vogels reeds voor zonsopgang een enorm kabaal maakten.

De zangers zongen een rock-‘n-roll-riedel die me deed denken aan die van de rietgors, maar dan veel luider. Ongelofelijk hoe die vogeltjes tekeer gingen. Ze verstopten zich in de wilgen die in het riet groeiden. Cetti’s zangers zien er onopvallend uit: kleine bruine vogels. Ze lijken op kleine karekieten, eveneens onopvallende rietvogels die geen moment hun snavel houden. Niet alleen mensen overschreeuwen hun onopvallendheid met een grote bek.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Rond het wak

Rond het wak

Wilde eenden op ijs. Foto Koos Dijksterhuis
Wilde eenden op ijs. Foto Koos Dijksterhuis

Toen de wateren vorige week andermaal onder een deksel van ijs zaten, verzamelden vogels zich in en rond de wakken. Het was een dunne ijslaag, sterk genoeg voor eenden, maar te dun voor schaatsers. Was ik de week ervoor nog over één nacht ijs gegaan, nu bleef ik aan (de besneeuwde) wal.

Het ijs was ook besneeuwd en in de lage winterzon fonkelde het fraai. Eenden die op de rand zaten of stonden, spiegelden zich in het water. Als ze met vele zijn, kunnen eenden een wak met hun warmte en beweging open houden, maar dat is misschien te koud of vermoeiend. In de zomer slapen ze vaak op steigers of eilandjes. Slapen doen ze kennelijk liever op het droge, dan wel op het ijs. Dat ze daar geen koude buik of bevroren vliezen van krijgen, is een klein wonder. In hun vliezen zijn de bloedvaten als warmtewisselaars verstrengeld. Ze geven elkaar de warmte af die daardoor niet in het ijs verdwijnt. Ze vriezen daardoor niet vast. Slapend in een wak zouden ze wel vast kunnen vriezen – een goede reden om zichzelf op het ijs te hijsen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wilde boerenganzen

Wilde boerenganzen

Boerenganzen. Foto Koos Dijksterhuis
Boerenganzen. Foto Koos Dijksterhuis

Op sneeuw hebben ze een goede schutkleur, de soepganzen die ten oosten van de stad Groningen in het wild weten te overleven. Ze zijn wit, waarmee ze zich onderscheiden van hun voorouders de grauwe gans. Grauwe ganzen zijn grijsbruin met een opmerkelijk contrast tussen licht- en donkergrijze delen; de kwalificatie ’grauwe’ dekt de lading niet. Boerenganzen hebben überhaupt geen kleur, behalve hun oranje snavel en poten. Maar sommige hebben nog, of weer een wild kleurtje opgedaan. Waarschijnlijk hebben die een gemengd ouder of grootouderpaar van grauwe en boerengans. Zulke hybride ganzen worden park- of soepganzen genoemd.

Lees Meer Lees Meer

DELEN