Natuurdagboek

Ossenhaas

Ossenhaas

Een stier, geen os. Foto Koos Dijksterhuis

Kerst zit er weer op. Ik vond het de prettigste kerstdagen van het hele jaar. Ik heb geen industrieel opgefokte kalkoen gegeten, laat staan de lever van een doodgemartelde gans. Foie gras heet zo’n uit zijn krachten gegroeide ganzenlever, om het gerecht chique te laten klinken. Voor hun bovenmaatse levers krijgen ganzen een slang door hun strot geduwd, waardoor het voer richting maag gepompt wordt. Geen gans zou zich vrijwillig zo ongans eten. Qua dierenleed kunt u beter iets ritueel geslachts eten dan foie gras. Ik heb nog nooit foie gras gegeten. Ik heb trouwens makkelijk praten, ik houd niet van lever, ik vind het vies. Ook wild wist ik deze kerst weer te vermijden. Wild smaakt naar lever.  …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De goeie ouwe kerstboom

De goeie ouwe kerstboom

De kerstboom is meestal een fijnspar, hoewel de blauwspar in opmars is. De blauwspar is duurder en chiquer – ook met hun kerstboom willen mensen zich onderscheiden van hun buren met een minder verfijnde smaak. De minder verfijnde smaak kiest gewoon voor fijnspar. Fijnsparren zijn de talrijkste sparren in onze sparrenbossen en tuinen. De op een na talrijkste spar in het bos is de Douglasspar, in de tuin de Servische spar, met een wit accent op de groene naalden.

Sparrenbossen in Nederland zijn jong en veel natuurbeheerders zouden de sparren het liefst vervangen door eiken en beuken. Toch zijn oudere sparrenbossen, en veel Nederlandse aanplant dateert van 50 tot 100 jaar geleden, uniek in hun schemerlicht, waardoor op de met naalden bedekte bodem alleen paddestoelen, varens en orchideeen het uithouden. Vaak zijn dat zeldzame paddestoelen, varens en orchideeen. Kuifmezen, zwarte mezen, goudhaantjes, kruisbekken en ransuilen zijn gek op naaldbos. Eekhoorns ook.

De spar is ideaal als kerstboom. Midden in de winter is geen plant of boom zo groen als de spar. Een spar ruikt lekker en heeft veel taken die je kunt versieren. Waarschijnlijk is de kerstboom terug te voeren op het Germaanse midwinterfeest. In de winter vonden Germanen zo’n groenblijver waarschijnlijk even hoopvol als wij nu. Pas in de negentiende eeuw accepteerden de kerken schoorvoetend de heidense en verderfelijke kerstboom. Gek genoeg begonnen juist nieuwe, orthodox protestante kerken daarmee. Misschien wilden zij met de kerstboom de katholieke kerk tarten. Want vooral katholieken waren anti-kerstboom. Tegenwoordig staat in de meeste kerken een kerstboom en neemt haast geen gelovige er nog aanstoot aan. Als iets veranderlijk is, is het de waarheid wel. Sinds wanneer de versierde boom met kaarsen wordt uitgedost, weet ik niet, maar sommige christenen tolereren de kerstboom niet alleen, maar omarmen hem als Het Licht. Sommigen zien in de driehoekige vorm van de fijnspar de heilige drieeenheid gesymboliseerd.

Dat ijkt me wat veel eer, maar fijnsparren zijn beslist uitzonderlijke bomen. Oud dat ze kunnen worden! De opgetuigde boom in huis is jong. Na gebruik kan hij in de tuingrond, mits er een kluit onder hangt. Ook dan geven twee weken in huis de boom trouwens meestal de genadeklap. Bij het aftuigen blijken de naalden wel erg los te zitten aan de takken voorheen wonderschoon. Ze worden met de ballen, lampjes en andere blingbling die als trouwringen om de takken klemmen, afgeschraapt. Het regent naalden. Oud zijn Nederlandse kerstbomen zelden, ook in het wild. Een sparrenbos van honderd jaar noemen we al oud. Nee, dan de fijnspar die door Zweedse biologen van de Universiteit van Umeå op leeftijd werd geschat. De spar staat in Midden-Zweden. Er zijn verschillende methoden om de leeftijd van een boom te bepalen. Door een rietje uit de stam te boren kun je de jaarringen tellen. Het dode hout uit een bejaarde stronk verklapt bovendien zijn ouderdom via de verschillende vormen van koolstof waaruit het bestaat. De Zweedse fijnspar verdubbelde in een klap het boomrecord: 9555 jaar oud. Daarmee is de boom waarschijnlijk het oudste levende wezen ter wereld. Het record werd 17 april 2008 bekend gemaakt in wetenschapsblad New Scientist. Niet de met een naaldenkruin getooide sparrenstam zelf is zo oud. Het gaat om de stronk, die bij fijnsparren blijkbaar zeer bedreven is in het telkens weer vormen van een nieuwe loot, een nieuwe boom. Wie had dat gedacht van die goeie ouwe kerstboom?

DELEN
Vogels bij de vetbol

Vogels bij de vetbol

Kauwtjes, foto Koos Dijksterhuis

Kauwtjes hebben de vetbol ontdekt. Ik vind kauwtjes leuk, maar tegen hun eetlust zijn vetbollen niet aan te slepen. In een dag is een bol weg. Dan blijft er zo’n stukgeragd netje achter van gifgroen plastic. Ik hang de vetbol aan een touwtje van twintig centimeter. Het touwtje knoop ik vast aan een twijg. Dat maakt het kauwtjes moeilijk. Hoewel je niet kunt weten, kauwtjes horen bij de slimste vogels die er zijn. Maar de kauwtjes blijven weg, de vetbol is aan de mezen. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
‘Tepiet, tepiet!’

‘Tepiet, tepiet!’

Scholekster, foto Janneke Vreugdenhil

Aan de waddenkust is het vertrouwde ‘tepiet, tepiet!’ van scholeksters te horen. De meeste van deze zwart-witte steltlopers groepen samen op het wad. Vooral bij vloed wachten ze schouder aan schouder tot het weer eb wordt. De koppen gaan in de veren, hoewel er ook altijd veel te ruzieën valt: ‘tepiet, tepiet!’ Maar sommige scholeksters zonderen zich met hun tweeën af. Ze scharrelen op de grasdijk en keuvelen wat af: ‘tepiet, tepiet!’ …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bofkont

Bofkont

Als kleine jongen had ik het geluk
Wat kerels van Martijn te leren kennen
Door hen liet ik me vorstelijk verwennen
Martijn wordt opgedoekt, maar what the fuck!
Ik stop nog lang niet met mijn missiewerk
Maar doe dat voortaan in de roomse kerk

DELEN
Fluitekruid

Fluitekruid

Fluitekruid, foto Koos Dijksterhuis

Regelmatig zie ik fluitekruid in bloei staan. Zo onderhand is het geen geen laat fluitekruid meer, maar vroeg. Een nieuwe lente, een nieuw gefluit. Het groeiseizoen groeit, zoals ook het vakantieseizoen langer wordt. Paardebloemen bloeien ook de hele winter door, evenals boterbloemen, koekoeksbloemen, madeliefjes en dovenetels. De eerste sneeuwklokjes zijn reeds in bloei betrapt, de eerste narcissen zelfs, en de wilgen tonen hun zilver behaarde katjes.

Fluitekruid beleeft zijn hoogtepunt in mei, als de bermen ervan wit kleuren. Vandaar misschien dat de plant in Friesland soms pinksterblom wordt genoemd. Zo gek is dat niet, want fluitekruid bloeit uitbundiger met Pinksteren dan de officiële pinksterbloem, die meestal rond Pasen zijn piek heeft. Al hangt het ervanaf hoe vroeg of laat Pasen vallen. Pinksterbloem is een kruisbloem, fluitekruid een schermbloem. De witte schermen zijn mooi en in trek bij veel insecten. Een geplukte bos fluitekruid verlept binnen een dag, maar ik heb mij eens door een liefhebster van de plant laten vertellen dat een veldboeket fluitekruid langer vitaal blijft, als het voor zonsopgang is geplukt. Het lijkt me een broodje aap, maar ik heb het nooit uitgeprobeerd. Ik heb een keer een uitgebloeide bloeischerm in mijn tuin uitgeschud. Zaadjes. Honderden fluitekruidjes staken de kop op.

Wat ik gek genoeg ook nooit heb geprobeerd, is een fluitekruidstengel dichtknopen en insnijden, zodat je erop kunt fluiten. Dat moet een bezigheid zijn van vroegere generaties, ik ken niemand die fluitekruidfluitjes maakte. Vlierefluiten trouwens ook niet. Toch dankt fluitekruid zijn naam aan die toepassing en die naam blijft bestaan, ook al fluit niemand meer op het kruid.

DELEN
Vergrijzende kokmeeuw

Vergrijzende kokmeeuw

Kokmeeuw, foto Koos Dijksterhuis

Van 5 april tot 30 juni 2009 hing in een buitenwijk van Groningen de kokmeeuw 3.230.965 rond. Hij werd in de gaten gehouden door kokmeeuwenman Klaas van Dijk. De meeuw was als nestjong geringd op 22 juni 1979 door Jan Veen in het Lauwersmeer. In de buitenwijk beleefde de kokmeeuw zijn dertigste verjaardag. Vergrijzing is onder kokmeeuwen een jaarlijks terugkerend verschijnsel. Ik zag er al een paar met een grijs waas over hun witte winterkop. In de loop van de winter vergrijzen ze allemaal. Hun koppen worden steeds donkerder, tot ze de donkerbruine, bijna zwarte kap hebben waaraan ze hun tweede naam danken: kapmeeuw. Klaar voor het broedseizoen. Wat rokjesdag voor Martin Bril was, moet kapjesdag zijn voor kokmeeuwen. Na de paarvorming begint dat donkere weer te tanen, eind juni, juli. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Duisternis in Nova Zembla

Duisternis in Nova Zembla

Toendra, foto Koos Dijksterhuis

De televisieserie Frozen Planet heb ik nog niet gezien. De natuurseries van David Attenborough zijn onovertroffen, daar niet van. Ik kijk weinig tv, te weinig misschien. Jammer, want ik houd van de ijzige lucht, de huid prikkelende kou, het strijklicht van de Noordpool. Daarom leek de film Nova Zembla me wel wat. Naar de film ga ik best vaak. Maar zou dat niet weer zo’n overgeacteerde draak van een polderfilm zijn? Sylvain Ephimenco duwde me over de streep met zijn enthousiaste column. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kasten en holen

Kasten en holen

Hergebruikte nestkast met ringmusnest (gras) op koolmeesnest (mos) foto Koos Dijksterhuis

De zon schijnt en de wind ligt een middag. Meteen gaan mezen, merels, winterkoninkjes en roodborsten druk in de weer. Merels vormen stelletjes, ook mezen zijn verdacht vaak met hun tweeën. We lopen ten oosten van Groningen twee uur langs jonge bossen en oude weilanden, sloten en rietveldjes. Twee knobbelzwanen dobberen samen in een sloot, steken tegelijk hun halzen in het water en halen ze tegelijk weer op. Een meerkoet smikkelt van opgeduikelde waterpest. Een andere meerkoet peddelt met iets plantaardigs in de snavel vastberaden een kant op. Het lijkt wel of ie nestelt. Uit de bosrand verschijnen twee sperwers. De een is duidelijk groter dan de ander: het vrouwtje. Van veel roofvogels verschillen man en vrouw van formaat, maar bij sperwers en haviken is het grootteverschil het grootst. Heet voordeel is onder meer dat man en vrouw achter andere prooien kunnen aanjagen en elkaar dus niet beconcurreren. Man en vrouw sperwer trekken doorgaans zo weinig met elkaar op, dat ze wel andere soorten lijken. Dat deze twee nu samen vliegen en om elkaar dollen, maakt een wel heel lenteachtige indruk. Ze lijken te baltsen. Buitelend en stoeiend vliegen ze over de weilanden weg, tot ze als twee stipjes verdwijnen achter de losse kerktoren van Garrelsweer. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Storm op het strand

Storm op het strand

Stuifzand op Schier, foto Koos Dijksterhuis

De wind giert om het huisje, tuinstoelen waaien weg, een fiets valt om. Het geraas wordt overstemd door een ratelende hagelhoosbui. Alleen een donderslag kan daar nog overheen brullen, een donderslag bij loodgrijze hemel. De zware wolken drijven naar oost, in het westen priemt de zon door een kiertje blauw. Het licht strijkt over de zilveren ruggen van de brandganzen in de wei achter het huis. In de duinen lichten de oranje duindoornbessen op. Kramsvogels zwermen eruit, een enkele koperwiek volgt ze. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN