Natuurdagboek

Hardlopers van katoen

Hardlopers van katoen

Natuur is er in Nederland om spelletjes te doen
Te fietsen of te wandelen of hard doorheen te lopen
Dan gaan de spieren los en de verstopte neuzen open
Te midden van de frisse lucht en het ontspannend groen

Op vrije dagen als de zon schijnt rent een legioen
De paden op, de lanen in, men moet het soms bekopen
Met ongemak, men zwikt een voet, wordt door een teek beslopen
Of er kleeft modder aan dat dure paartje hardloopschoen

Waar renners rennen zijn de vogels tijdig afgedropen
Behalve dan de buizerds, buizerds kennen geen fatsoen
(En renners hebben voorkeur voor des buizerds biotopen)
Want ziet zo’n beest een renner en hij viert het broedseizoen

Dan stort hij zich erop, de klauwen open om te stropen
En geeft hij de sportieveling van achter van katoen

 

 

(Aanvallende buizerds geïnventariseerd door Werkgroep Roofvogels,
18 aanvallen in 2012. www.werkgroeproofvogels.nl)

DELEN
Koud water bevriest sneller

Koud water bevriest sneller

Links warm water (vloeibaar), rechts koud water (bevroren) Foto Koos Dijksterhuis

Tijdens de vorst kan ik het drinkbakje voor de vogels wel blijven verversen; het bevriest onder mijn handen. Zoon zegt dat warm water geen zin heeft, dat warm water sneller bevriest. Dat hoorde hij op school. Het is een mythe, een onuitroeibare mythe, die iedereen gelooft.

Volgens juf bevriest warm water sneller, doordat er meer bacteriën inzitten, zei zoon. Dat is wél nieuw voor mij. Vroeger kwam het doordat warme water minder zuurstof bevatte, nu ligt het aan bacteriën. Weer wat geleerd!

Kokend water zou het snelst moeten bevriezen, maar bevat nauwelijks bacteriën. Zuurstof lijkt me reëler. Het zou kunnen dat warm water nadat het is afgekoeld, sneller hard wordt dan koud water. Maar het water moet wel eerst afkoelen tot 0 graden en hoe warmer het water, des te langer dat duurt. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Rotganzen op de dijk

Rotganzen op de dijk

Rotganzen, foto Koos Dijksterhuis

De namiddagzon spiegelt zich in het ijzige wad. Ik loop van oude naar nieuwe steiger, langs de dijk langs de polder van Schiermonnikoog. De dijk is een scherpe, rechte grens tussen één van de meest intensief bewerkte gronden van Nederland en één van de meest natuurlijke. Er zijn vogels die daarbij gedijen, ’s winters althans. Ganzen schuimen de weilanden af.

Rotganzen, brandganzen en grauwe ganzen. In gemengde groepen marcheren ze over het gras, met regelmaat keutels lossend. Soms vliegen ze op. Het wolkt even rond, de lucht vult zich met gegak van grauwe ganzen, gekef van brandganzen, gegorgel van rotganzen. Dan strijken ze weer neer. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vorstendom

Vorstendom

Na 33 jaar stopt Trix ermee
En dit keer krijgt Oranje niet te stellen
Met anarchistisch angehauchte rellen
We zijn met de Oranjes intevree

Het koningsnieuws wordt strak geredigeerd
We horen hooguit afgezwakte termen
Van wat de koningin achter de schermen
Beïnvloedt en bedisselt en regeert

We krijgen nu een soortement Dick Trom
Als koning Willem IV, dat kan beklemmen
Zou u voor eerste burger op hem stemmen?
Hij hoeft niet mooi te zijn, maar waarom dom?

We nemen afscheid van de koningin
En huldigen de nieuwe koning in

DELEN
Snoek stikt niet in prooi

Snoek stikt niet in prooi

Aalscholver + snoekbaars, Foto Grasduinen

In een Natuurbericht las ik over een gulzige snoek, die gestikt was in zijn te grote prooi. Die stak uit de opengesperde snoekenmuil. Deze krant nam het bericht over. Ik dacht meteen: wedden dat die prooi een snoekbaars is? En jawel, het bleek een snoekbaars. Soms haalt een vergelijkbaar bericht de krant over aalscholvers. Die rotten langzamer weg dan snoeken en worden vaker gevonden. Uit de opengesperde aalscholversnavel steekt de staart van een snoekbaars. Er staat bij dat de aalscholver te gulzig was, net als de snoek. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kwarteleitjes in camouflagekleuren

Kwarteleitjes in camouflagekleuren

Onze eigen wilde kwartel boven tarweveld, Foto Freek Verdonckt

Ooit kwarteleitjes gegeten? Ik wel, in de soep die ik met stokjes naar binnen werkte. Het was in Laos, waar de zachtaardige mensen vrijwel al het dierlijk leven door de soep roeren, van ratten tot boomkakkerlakken. De eitjes waren van Japanse kwartels, die in Oost-Azië voorkomen. Maar de eitjes kwamen van gehouden kwartels. Japanse kwartels worden ook in Nederland veel gehouden.

Japanse kwartels zie je net als onze eigen kwartels zelden, want kwartels zijn schuw en hebben een goede schutkleur. Ook hun eieren hebben een goede schutkleur. Kwarteleieren zijn beige met donkere vlekken. Kwartels leggen eieren op de grond en op die grond zijn hun eitjes vrijwel onzichtbaar. Nu legt de ene Japanse kwartel eieren met meer vlekken dan de andere. Wat voor het ene ei de perfecte camouflage is, is dat voor het andere ei niet. Het hangt maar net af hoe lichtbruin of vlekkerig de ondergrond en achtergrond van de eitjes is. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Aangevallen door reuzenuil

Aangevallen door reuzenuil

Dode oehoe onder hoogspanningsleiding, Foto Koos Dijksterhuis

In enkele kranten stond hetzelfde berichtje over een oehoe in het Lauwersmeer die mensen zou aanvallen. Een oehoe is de grootste uil van Europa, in dierentuinen zijn het stoïcijnse reuzen met een meneer-de-uil-hoofddeksel van twee platte ‘oortjes’. Dat zijn veren die op een hoogleraarspetje lijken, vandaar de wijsheid van de uil. Oehoes lijken met hun grote ogen dwars door je heen te kijken.

Een oehoe kan een spanwijdte halen van één meter tachtig. Ik heb eens een oehoe bij volle maan over me heen zien vliegen. Of zien, het was meer voelen. En ik hoorde hem. Niet zijn vleugels, uilen vliegen geruisloos, maar zijn donkere ‘oeh’. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Uitglijden in het wit

Uitglijden in het wit

Afdruk van eend, Foto Koos Dijksterhuis

Toen ik gistermorgen onder mijn dekbed uitkwam, bleek de buitenwereld juist onder de wol te zijn gekropen. Er lag een wit pak en er stoof poedersneeuw rond het huis. Toen ik de voordeur opentrok, bleef een kaarsrechte wal van opgstoven sneeuw staan. Ik had de sneeuwschep klaarstaan, maar aarzelde. Niet omdat ruimen zinloos zou zijn, daar het bleef sneeuwen en waaien. Ik houd wel van zinloos graafwerk. Maar vooral omdat ik maagdelijke sneeuw zo mooi vind. Miljoenen zeshoekige, -kantige of –puntige kristallen die samen een smetteloos, onbetast tapijt leggen. Als kind was ik teleurgesteld als de eerste krantenbezorger of auto de sneeuw stuk maakte. Gebroken wit. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Steltlopers in slenk en strand

Steltlopers in slenk en strand

Restant eindereend, Foto Koos Dijksterhuis

We volgen de grote slenk door de kwelder. De slenk slingert met vloed van Waddenzee naar Noordzee en met eb weer terug. Hij verspert de weg naar Willemsduin. We volgen de westoever naar het Noordzeestrand bij paal 12. De slenk loopt leeg, het wordt eb. Tussen witte oevers van ijs peuren steltlopers in het bevriezende slijk. Tureluurs, wulpen, watersnippen en bonte strandlopers. De slenk reikt tot ver op het strand. Het strand is hier begroeid als een soort toendra. Die wordt van het zandstrand gescheiden door jonge duintjes. Witte duintjes van zand met ijskristallen en blonde kuiven van winters helmgras.

Het zandige deel van het Oosterstrand is honderden meters breed. We lopen langs de waterlijn terug naar het westen. Zelfs op een druilerige dinsdag in november of februari kom je hier altijd wel een wandelaar tegen. Maar nu niet. Het is ook vreselijk koud. De zuidoosterbries bijt in onze wangen. Wel rijdt er soms een fourwheeldrive-auto. Sinds Schiermonnikoog Nationaal Park is, mogen er auto’s op het strand.

Terreinwagens, vrieskou noch wij met onze bivakmutsen lijken de drieteenstrandlopers te deren, die onbekommerd voor de branding heen en weer rollen. Ze wroeten fanatiek in het natte zand, er moet van alles te eten zijn. Een drieteenmeeuw vliegt over. Beide drieteenvogels missen de vierde, achterwaartse teen.

Over zee vliegen linies rotganzen en eidereenden. Twee eiderwoerden liggen dood op het strand. De een is verstrikt in een stuk nylon visnet, van de ander is alleen de kop en wervelkolom over. Ook vinden we twee dode zeekoeten, zonder nylon.

We naderen een groep waadvogels. Het blijken zo’n zestig zilverplevieren te zijn. In de vlucht laten ze hun gitzwarte okselvlekken zien.

DELEN