Natuurdagboek

Schim met een geel oog

Schim met een geel oog

Oehoe (m.) Foto Mark Zekhuis
Oehoe (m.) Foto Mark Zekhuis

Vogels kijken met Mark Zekhuis levert gegarandeerd leuke waarnemingen op. Hij is ecoloog bij Landschap Overijssel, zelfstandig natuuradviseur en vogelaar. In Overijssel houdt hij de stand bij van zeldzame vogels, waarover hij net een atlas gemaakt heeft. In de provincie inventariseert hij rode wouwen, wespendieven en oehoes: Europa’s grootste uilen.

We struinen door vier bossen in Salland, op zoek naar die oehoes. In Nederland nemen die rap toe. In 2023 waren er 84 territoria, dit jaar zijn er 105. De meeste oehoes wonen in Gelderland, gevolgd door Noord-Brabant. In Overijssel zijn vijftien broedparen geteld. Het eerste stel dat we opzoeken begon met een buizerdnest, dat uit elkaar begon te vallen. Oehoes bouwen geen eigen nest. Mark bevestigde in een naburige boom een hondenmand. Sindsdien broedden ze daarin. We vinden de mand maar zien geen oehoe.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een optocht van brandharen

Een optocht van brandharen

Dennenprocessierups. Foto Koos Dijksterhuis
Dennenprocessierups. Foto Koos Dijksterhuis

Slechts weinig heeft ons volk zo wakker geschud als de eikenprocessierups. Het einde der tijden leek nabij. Tegen corona konden we nog wc-papier inslaan, maar tegen de eikenprocessierups stonden we machteloos. Alle eiken kappen? Sommige plattelandsgemeenten voelden daar wel voor, maar dat was een sisyfusarbeid van wat heb ik jou daar. Gelukkig kwam de wolf, en was de eikenprocessiepaniek in één klap voorbij.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De hond liegt nooit, toch?

De hond liegt nooit, toch?

Hond haalt schouderklopje Foto Koos Dijksterhuis
Hond haalt schouderklopje. Foto Koos Dijksterhuis

‘Het heeft iets intens melancholisch dat dieren en mensen elkaar niet kunnen verstaan – er zit een existentiële eenzaamheid in’, (…) schrijft Robin Goudsmit in deze krant (23 november) in een interessante beschouwing. ‘Daar zitten we dan, met onze woorden, terwijl de rest van de wereld om ons heen kwettert, kwaakt en krijst.’

Zij praat tegen haar kat, de kat mauwt terug, maar elkaar echt verstaan is er niet bij. Ik zou om die reden graag een dag onze kat of liever nog hond zijn. Goudsmit vraagt zich af of we ooit de taal van de dieren zullen verstaan. ‘De’ dieren? Mij lijken de talen van apen en honden kansrijker dan die van duizendpoten en oesters. Apen zijn verwant, honden zijn sociale huisdieren, en evolueren al heel lang onder selectiedruk door mensen. Onze hond kent veel meer mensenwoorden dan ik hondenblafjes. Meer dan haar geblaf lees ik haar gedrag. Omgekeerd doet ze dat ook, met scheef, vorsend koppie. Goudsmit raadpleegt filosoof Jan Overwijk die erop wijst dat als dieren konden praten, wij ze niet zouden verstaan. Dat lijkt me ook – wij kunnen zonder cursus zelfs Duitse soortgenoten al niet verstaan.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Waterhoen maakt zich onzichtbaar

Waterhoen maakt zich onzichtbaar

Waterhoen tussen grote waternavels Foto Koos Dijksterhuis
Waterhoen tussen grote waternavels. Foto Koos Dijksterhuis

Ze worden vaak verward met meerkoeten, en ook waterhoenders horen bij de koetenfamilie. Meerkoeten zijn groter, hebben een neerwaarts staartje en een witte snavel met een wit schild op het voorhoofd. Waterhoenders hebben een opwaarts staartje en een rode snavel met gele punt. Ze hebben witte vleugelranden en een witte zoom langs hun staartje. Dat wipt op en neer, waarbij de witte rand duidelijk zichtbaar is: een omgekeerde V. Jonge waterhoentjes, die op hun eerste dag al achter hun moeder aanlopen en -zwemmen, raken dankzij die V de weg niet kwijt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Rode boomrat met waaierstaart en oorpluimpjes

Rode boomrat met waaierstaart en oorpluimpjes

Eekhoorn. Foto Koos Dijksterhuis
Eekhoorn. Foto Koos Dijksterhuis

In onze nieuwe woonomgeving zouden allerlei soorten zoogdieren voorkomen. Nu lopen we dagelijks vier uur door de velden en landgoederen bij Eelde, en alleen van reeën durf ik te beweren dat er veel zijn. Ik heb één steenmarter gezien, geen boommarter, en nooit martersporen of -poep. Ik heb geen vos of vossendrol gezien. Ik kwam sporadisch een haas tegen en geen konijn. In een beekje ligt een dammetje dat door bevers gebouwd zou kunnen zijn. Ik zag één keer een muskusrat zwemmen. Ottersporen heb ik niet gevonden, en één keer de pootafdrukken van een das. Ik zag twee keer een bruine rat, en vond een dode. Ik zag een wezel het pad oversteken. Van anderen hoorde ik dat ze hermelijnen zagen. Vleermuizen zie ik wel, van bos- en veldmuizen vind ik holletjes. Spitsmuizen heb ik nog niet gezien, ook niet dood. Wel zijn er molshopen en bij huis zien we soms egels. Er zwierf een wolf door Eelde, maar die zwierf gauw verder.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Witte reigers in de Delta

Witte reigers in de Delta

Kleine zilverreiger. Foto Koos Dijksterhuis
Kleine zilverreiger. Foto Koos Dijksterhuis

Sinds een jaar of twintig kun je overal witte reigers zien. In moerassen en plassen, op weilanden en akkers, aan de kust en in het binnenland. Dat zijn meestal grote zilverreigers. Alleen op de wadden, vooral op Schiermonnikoog, en in de Delta zijn kleine zilverreigers in de meerderheid.

In 1979 zag ik mijn eerste zilverreigers in Nederland: zowel een grote als een kleine. Kleine kende ik uit de mediterrane zoutmeren van Zuid-Frankrijk, grote uit de Neusiedlersee in Oostenrijk. Sindsdien rukten beide soorten op, vooral de grote. Die blijven in de winter in Nederland, de kleine trekken deels weg. Maar lang niet alle. Zeker in het relatief zachte zeeklimaat van Zeeland blijven er heel wat overwinteren. Mocht het ze te koud worden, dan kunnen ze zich warmen aan het geloosde koelwater van de kerncentrale bij Borssele. Daar staan er tientallen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wesp uit het oosten

Wesp uit het oosten

Oriëntaalse hoornaar. Foto Varja Dijksterhuis
Oriëntaalse hoornaar. Foto Varja Dijksterhuis

Sars, vogelgriep, covid; we hebben al wat onverlaten uit Azië gehaald, en er volgen er vast nog meer. Ook onder insecten vallen we in de prijzen uit het oosten. Op de asociale media komen plaatjes voorbij van gewone wespen en Europese hoornaars met een angstig: ‘Is dit de Aziatische hoornaar?’ (altijd ‘de’, nooit ‘een’), vaak gevolgd door de vraag of en hoe men zich daartegen moet verdedigen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Reeën op de vlucht

Reeën op de vlucht

Reeën. Foto Koos Dijksterhuis
Reeën. Foto Koos Dijksterhuis

Bijna dagelijks zie ik reeën. Soms één, meestal twee, drie of vier, soms wel twaalf. Ik ken de plekken waar ze zich vaak vertonen. Ik houd de hond aan de lijn. Als ik stilsta en de kijker op ze richt, willen ze evengoed wel op de vlucht slaan. In het open veld is dat een fraai schouwspel – gazelles over de savanne.

Er zijn hier veel met bomen omzoomde grasveldjes, waar reeën grazen. Soms zitten ze op de grond en steken hun koppen boven het lange gras uit. Zelfs op cultuurgrond leven ze – in wilgenbosje op een slootoever kunnen ze al jongen werpen. Hoewel ze tot de hertachtigen horen, zijn ze niet heel groot. Een Duitse dog is groter.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kleurrijke wintertalingen

Kleurrijke wintertalingen

Wintertalingen m+v. Foto Koos Dijksterhuis
Wintertalingen m+v. Foto Koos Dijksterhuis

Sinds een maand of twee zijn er weer wintertalingen in Nederland. Wintertalingen zijn eenden die mondjesmaat in Nederland broeden maar vooral in oktober en november uit Oost-Europa komen, om hier de winter door te brengen. Het gaat om naar schatting een kleine honderdduizend overwinteraars. In de trektijd is dat aantal minstens het dubbele.

Als je wintertalingen naast wilde eenden ziet, wat momenteel in iedere met riet of andere waterplanten omzoomde plas mogelijk is, valt op hoe klein ze zijn. Ze zijn half zo lang en half zo hoog. Wintertalingen zijn onze kleinste eendjes, op de vlies gevolgd door zomertalingen, die hier juist alleen ’s zomers zijn, in piepkleine aantallen vanwege ons ongastvrije landbouwlandschap. Wintertalingen slinken ook in aantal vanwege de intensivering van het landgebruik in hun broedgebieden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Brekebeentjes op dood hout

Brekebeentjes op dood hout

Helmmycena + hond. Foto Koos Dijksterhuis
Helmmycena + hond. Foto Koos Dijksterhuis

De meeste paddenstoelen zien er fraai uit. Op de basisschool moesten we van de juf ingrediënten verzamelen voor een herfsttafel. We gingen er met de klas een uurtje voor het bos in. We kwamen terug met herfstbladeren, eikels en dennenappels, maar vooral paddenstoelen.

Het was genoeg om van alle schoolbanken herfsttafels te maken, en we kregen de boodschap mee paddenstoelen voorlopig te laten staan. Ik vrees dat we het bosje waar we zochten volledig gestript hadden. Ik vond dat toen al spijtig: iets moois kon je toch beter laten staan? Veel zwammen zijn echter zo klein of schutkleurig, dat we ze over het hoofd moeten hebben gezien. Ik denk dat de helmmycena’s (foto) ontsnapten aan de verzamelwoede.

Lees Meer Lees Meer

DELEN