Vaak loop ik langs een bosje, waarvan ik vorig jaar dacht: ideaal voor grauwe klauwieren. Klauwieren zijn een familie van zangvogels die leven alsof ze roofvogels zijn. Ze hebben zelfs een kromme snavelpunt. Maar ze zingen wel, zij het binnensmonds.
Grauwe klauwieren zijn er alleen ’s zomers. Ze waren bijna verdwenen. In 2002 bereikte hun aantal een dieptepunt van vijftig paar, bijna allemaal in het Bargerveen aan de Duitse grens in Zuidoost-Drenthe. Sindsdien herstellen ze zich op mysterieuze wijze. …
Op een boomrijke oever van het Noord-Willemskanaal viel mijn oog op allerlei insecten. Ik zag behalve wat onopvallende vliegjes twee parende langpootmuggen, een schorpioenvlieg, meerdere oeverlibellen, een paar bonte zandoogjes, een zwartpootsoldaatje en een enkele juffers.
Juffers zijn kleine libellen die, als ze zitten, hun vleugels boven hun rug opklappen. Er zijn vier heel algemene blauwe juffers in Nederland: azuurjuffer, lantaarntje, variabele juffer en watersnuffel. Ik dacht meteen: het zal wel een van deze vier zijn, al was hun blauw nogal licht. Nadere inspectie bracht uitkomst. Ik zag hoe dik en blauw hun pootjes waren: blauwe breedscheenjuffers dus. …
De rode beuk in onze tuin is ons er een. Het is een naar schatting 130 tot 150 jaar oude twaalfapostelenboom. Lieden van stand plantten in die tijd twaalf beukennootjes in een kring. De boompjes die daaruit ontsproten vergroeiden met elkaar. Op een meter of twee, drie hoogte vertakten hun stammen zich weer.
Het is een reus van ik schat 25 meter hoog en twintig meter breed, op een stam van drie meter in de rondte. Hij staat pal naast het huis. Toen we het huis bekeken, zei de makelaar op geruststellende toon dat ie niet beschermd was en dus gekapt kon worden. We piekerden er niet over hem te kappen, we vonden de boom juist een pluspunt. …
Hybride Canadese x gr. gans + eend. Foto Koos Dijksterhuis
Vogels trekken buiten het broedseizoen vaak op met andere soorten: vinken en kepen, groenlingen en sijzen, kieviten en goudplevieren, kanoeten en bonte strandlopers, kramsvogels en koperwieken, oever- en huiszwaluwen.
Bij zoogdieren is dat minder gebruikelijk, al mengen verschillende soorten grazers zich wel op hun graasgronden. Verrassend eigenlijk – wij mensen zouden dat nooit doen, zelfs niet met de zo sterk aan ons verwante (mens)apen, tenzij we ze uitbuiten voor toeristische foto’s of kunstjes in een circus. Maar voet van gelijkheid optrekken met bavianen, chimpansees of gibbons? Uitgesloten. We zouden andere primaten niet verstaan, we verstaan zelfs de meeste mensen niet. Het wordt tijd weer eens in tongen de spreken! …
Ik hoorde meerdere verhalen over dode jonge koolmezen. Wat is er aan de hand? Zonder autopsie blijft dat gissen. Het is niet ongewoon dat (enkele) meesjes doodgaan. Maar de sterfte lijkt hoog te zijn.
Frouke Hut uit Haren stuurde me een filmpje van een pop, Liesje genaamd, die zich in de tuin heeft geïnstalleerd, en door een koolmees wordt geknipt. Dat kan maar één keer, want poppenhaar groeit niet aan. Dat weet ieder kind dat ooit kappertje speelde met Barbie. …
Zomaar bloemenzaad strooien, tussen de planten in de tuin of op het gras, leidt zelden tot het gewenste resultaat. De concurrentie is te groot of de grasmat te dicht… Vorig jaar, we waren net verhuisd, pakten we het anders aan. Daar waar de grasmat dun leek, zetten we kant en klare wilde planten neer: Sint-Janskruid, slangenkruid, blauwe knoop, moeras- en bosandoorn. Die bloeiden allemaal tot in of na de zomer. Het idee was dat ze zich zouden uitzaaien of anderszins uitbreiden. …
Heideringelrupsen leven op de hei. Kluwens heideringelrupsen zou ik niet op de oude steiger te Schiermonnikoog en de aangrenzende strook kwelder verwachten. Geen hei te zien daar. En toch is dat de plek waar we mijn dochter en ik ze aantreffen. Dochter ziet ze het eerst en waarschuwt me er niet op te staan. Maar er komen fietsers aan, op weg naar de jachthaven. Het risico voor de rupsen lijkt ons groot. We duwen de rupsen op een blad en verhuizen ze een meter van het weggetjes af. Daar zijn meer van die wriemelende rupsenclusters te vinden. …
De grote karekiet is een grotere uitvoering van de kleine karekiet. Beide karekieten zingen krasserig hun naam: ‘karrrekarrrekietkiet’, maar de grote zingt luider en lager. In moerassen, plassen en zelfs stadsvijvers en sloten kun je in Europa grote karekieten horen en, met enig geduld, ook zien. Ze zijn algemeen, behalve in Nederland, waar we er een nationale sport van hebben gemaakt om zelfs de algemeenste soorten naar de afgrond te duwen. Op de rand van die afrond slaan we alarm en maken we een reddingsplan. Als die redding minder agrarische export vereist, blijft het bij plannen, vergaderingen, voorlichtingsborden, persberichten en brochures. De grote karekiet heeft slechts indirect te lijden onder de intensieve landbouw. …
Wie een voorbeeld wil noemen van schattige vogels die elkaar beminnen, zal niet gauw aan zwarte kraaien denken. Zwarte kraaien hebben nog altijd een verdacht, misschien duivels en zeker deksels imago. Ze zijn groot, sluw, gemeen, eng, ze stelen, doden en krassen.
Zwarte kraaien zijn inderdaad groot, al zijn ze kleiner dan raven, die ooit in Nederland uitgeroeid waren, geherintroduceerd zijn en redelijk poot aan de grond hebben gekregen. Zwarte kraaien werden en worden nog steeds bestreden, maar zijn er desondanks veel. Dat danken ze wellicht aan hun slimheid, desgewenst sluwheid genoemd. Kraaiachtigen zijn een van de slimste vogelfamilies. Zwarte kraaien worden daarin wellicht overtroffen door roeken en kauwtjes. Althans wat betreft sociale slimheid: elkaar helpen of dwarszitten. Dat kunnen roeken als groepsdieren uitstekend en daarin herkennen wij mensen ons, want wij zijn ook groepsdieren. Roeken zijn bijna even groot als kraaien, maar lopen rechter op, hebben een recht voorhoofd en rond hun snavel een lichtgrijze snoet. Kauwtjes zijn kleiner, hebben donkergrijze wangen en zijn verder zwart. Zwarte kraaien zijn helemaal zwart, inclusief snavel en poten. Ze hebben een schuin voorhoofd. …
24-stippelige lieveheersbeestjes + eitjes. Foto Koos Dijksterhuis
Als kind ving ik lieveheersbeestjes die ik met wat blaadjes in een terrarium deed. Gelukkig liet ik ze weer vrij, want de meeste lieveheersbeestjes eten niet de plant waarop ze zitten, maar de bladluizen die de plant eten. Vooral hun larven zijn bladluizenkillers. Ik denk dat een bladluis, indien beschikkend over kennis van lief en stout, een lieveheersbeestje eerder een krijgsheersbeest zou noemen.
Lieveheersbeestjes zijn inzetbaar als biologische bladluizenbestrijders, wat prachtig is, ware het niet dat daarvoor een soort uit China werd gehaald: het Aziatische lieveheersbeestje. Dat blijkt niet zo’n lief heersbeestje te zijn. De Aziaten overwinteren in huis, kunnen bijten, en verdringen de hier inheemse soorten. In Nederland hebben we meer dan vijftig soorten lieveheersbeestjes! …