Tussen de bladeren in mijn tuin kruipt een wants weg. Het is een groene stinkwants, de gewoonste aller wantsen. Hij is alleen roodbruin, want als de bladeren krijgt de stinkwants een herfstkleur. De herfstkleurige stinkwants gaat under cover voor de winter, en hoopt in de lente weer te ontwaken. Dan zal hij of zij weer groen kleuren en, als alles volgens plan verloopt, met een soortgenoot paren. De wantsen duwen daartoe hun achtersten tegen elkaar. …
Kruldistels bloeien nog, evenals dovenetels, bezemkruiskruid, klavers, scherpe boterbloemen, harig knopkruid en sommige rozen. De gebruikelijke laatbloeiers weten weer van geen ophouden.
Er bloeien ook verrassingen. Op de fenolijn van Vroege Vogels meldde iemand half november al bloeiend speenkruid. Dat is zo vroeg voor deze maartse bloem, dat ik ma afvraag of het geen dotterbloem was. Dotters zien eruit als grote speenkruiden en doen aan herfstbloei. Zo kreeg ik ook al in oktober meldingen van crocussen, maar dat bleken herfsttijlozen te zijn. De eerste sneeuwklokjes echter laten zich zo niet nu al, dan toch weldra zeker zien. En zo wisselen vroegelingen de laatbloeiers af. …
Er hangt een spin voor mijn raam. Spinnen spinnen wel vaker hun web voor een raam. Zouden ze net als insecten op licht afkomen? Of zouden ze weten dat ze bij het licht in een hinderlaag moeten liggen, omdat insecten daarop afkomen?
Ik denk dat ze overal hun webben weven, waar maar ruimte is. In de herfst, als de nieuwe generaties meedoen, kun je op bedauwde morgens de struiken zien glinsteren van de webben. Elk begroeide paadje wordt versperd door webben. Zelfs het gras is bedekt met een sluier van spinrag. Er is voor een insect geen doorkomen aan. Licht of donker, spinnen weven hun webben overal. …
De laatste jaren vind ik regelmatig dode bruinvissen op het strand. Mijn vader snoefde over bruinvissen achter de boot naar Schiermonnikoog, maar dat was begin jaren dertig. Daarna ging het bergafwaarts met de dolfijntjes.
Dat er nu weer zo’n vijftigduizend in Nederlandse wateren zwemmen, klinkt mooi, maar hoeft dat niet te zijn. Misschien zijn ze wel uit de Noorse wateren gevlucht, omdat daar de zandspiering is weggevist. Bruinvissen verstouwen enorme hoeveelheden wijtingen, grondels, haringen, sprotjes en zandspieringen. De laatste drie zijn vette vissen, waarmee bruinvissen hun vetlaag onderhouden. Die houdt hen warm in het koele zeewater. Bruinvissen kunnen wel één meter tachtig lang worden, maar de meeste zijn kleiner. Ze wegen enkele tientallen kilo’s. Het zijn de kleinste walvissen en ze moeten relatief veel eten om op temperatuur te blijven: zo’n tien procent van hun lichaamsgewicht, oftewel twee tot vijf kilo vis per dag. …
Schelpenliefhebber Wim Kuijper heeft een voorkeur voor schelpdieren van zoet water. Toen hij op bezoek was bij Paul Hoogeboom in Noord-Holland, bleek de laatste een bijzondere vondst te hebben gedaan op de bodem van de Toolenburgerplas bij Hoofddorp. Het was een slakkenhuis van 21 bij 14 centimeter.
Hoogeboom duikt weleens in de vijf tot tien meter diepe plas. Kuijper bracht de schelp op naam. Het enorme slakkenhuis is van de tropische zeeschelp Melo broderipii, die bij de Filippijnen voorkomt. De heren schreven over de wonderlijke vondst in het weekdierenblad Spirula. …
Hofstee op het Dwingelderveld. Foto Koos Dijksterhuis
“Er is veel behoefte aan betaalbare verblijfs- en werkruimte in natuurgebieden”, zegt Lenze Hofstee van Stichting Natuuronderzoek, “voor monitoring, onderzoek en door natuur geïnspireerde kunst.” De Stichting wil veldstations realiseren en beheren in vastgoed van natuurbeheerders. Ze beheert sinds zes jaar een klein veldstation op het Dwingelderveld, in samenwerking met Natuurmonumenten. Elke zomer doet de Rijksuniversiteit Groningen daar onderzoek naar bonte vliegenvangers. De Universiteit Antwerpen doet er vegetatiekundig onderzoek. Ook ’s winters wordt het veldstation gebruikt, onder anderen door natuurschrijver dezes. Het is een fijne plek waar je ongestoord kunt werken, bij glinsterende heidevennen en trompetterende kraanvogels. …
Als ik ’s morgens hondsvroeg buiten kom, staat een planeet in het zuidoosten aan de kraakheldere sterrenhemel te stralen. Door de verrekijker zie ik een half rondje met een rijtje speldenprikjes: Jupiter en wat van zijn manen. Eronder hangt een geliger planeet: Mars. Nog lager moet Venus aan het opkomen zijn, nu nog verscholen achter huizen en bomen. …
Weinig vogels zijn zo gehaat als stadsduiven. Vliegende ratten worden ze genoemd. Maar duiven zijn fantastisch. Ze koeren en broeden het hele jaar door en zorgen zo voor een zomers accent in de winter. Rrroekeroekeroe, zegt de stadsduif, oe, oehoe, zegt de Turkse tortel; oehoehoe oehoe, zegt de houtduif. …
Strontvlieg met schimmel Entomophthora muscae. Foto Jeanette Essink
Een keer zat ik een broodje te eten tijdens een lange voettocht over de toendra van Groenland. Er kropen zwarte vliegen langs een loodrechte rots omhoog. Bovenop gingen ze roerloos zitten en even later waren ze dood. Later hoorde ik van het bestaan van een groep insectendodende schimmels.
De vlieg op de foto is beschimmeld. Het is een strontvlieg, of liever: was een strontvlieg. Want de vlieg is al overgenomen door de schimmel die over en door hem groeit. De schimmel heeft het brein van de vlieg dusdanig bewerkt, dat de vlieg niets anders wil dan omhoog. Hij heeft de top van een verdorde plantenstengel bereikt en sterft daar. Dit drama heeft onlangs plaatsgevonden in Drenthe. …
Mijn tuin gaat schuil onder een laag blad. Van de stoep en het paadje naar de voordeur veeg ik het op. De rest laat ik nog even liggen. Ten eerste omdat de gft-bak meteen volzit, maar vooral omdat ik er geen last van heb. Integendeel, de rijpe appels vallen minder gauw kapot op het gespreide bladerbedje. En de bladlaag is het leefgebied voor dagvlinders, nachtvlinders, heersbeestjes en een hele rij andere wegkruipende diertjes. Regenwormen komen er juist naar boven, om de blad-oogst soldaat te maken. …