Nachtbrakende vlinder

Toen ik door de straat liep kwam een buurvrouw toegesneld, met een takje in haar hand. Het was een stekelige bramentak. Ze had gesnoeid en gooide dit takje in de gft-bak, toen ze zag dat er een enorme vlinder opzat. Ze zag mij en trok de bramentak terug. Wist ik wat voor vlinder het was?
Het was een populierenpijlstaart. Pijlstaarten zijn een familie van doorgaans grote nachtvlinders met vaak grillige vormen en soms felle kleuren. Felle kleuren had deze niet, een grillige vorm des te meer. Kolibrievlinders horen ook bij de pijlstaartfamilie. Die nachtvlinders vliegen ook overdag en in de avondschemer. Populierenpijlstaarten zitten dan te dutten in een struik of loofboom. Pas rond middernacht worden ze actief. Kamperfoelie, lavendel, munt en teunisbloem zijn nachtelijke nectarbronnen. Eitjes worden afgezet op loofbomen, met een voorkeur voor populieren.
Vorig jaar vond ik na een wolkbreuk een verregende lindepijlstaart; ook al zo’n grote schoonheid. Populierenpijlstaarten en lindepijlstaarten zijn allebei niet zeldzaam, volgens de Vlinderstichting. Ze zijn zelfs algemeen. Ik zie nochtans zelden zo’n vlinder, maar dat komt doordat het nachtbrakers zijn, terwijl ik nauwelijks nog na middernacht door het bos struin. Als puber deed ik dat wel, stiekem, als mijn ouders sliepen. Dan sloop ik het huis uit en het bos in, om in mijn eentje de angstaanjagende duisternis te ervaren. En passant ontdekte ik bosuilen met wie ik fluitend converseerde. Ik nam geen zaklamp mee en zag nachtvlinders alleen rond straatlantarens. Van populierenpijlstaarten had ik nog niet gehoord. Nu wel, maar als ik ’s nachts al op ben, dan zit ik rond een vuurtje en de vlinder die zich daar waagt, wordt verschroeid. Bosuilen hoor en zie ik nog steeds, maar nachtuilen weinig.
De lindepijlstaart zette ik op onze leilinde. Ik stelde de buurvrouw voor haar populierenpijlstaart op een populier te zetten. Dat vond ze een goed idee. Ik nam de vlinder op mijn hand en liep ermee naar een rij populieren. Daar duwde ik het stugge, en waarschijnlijk slaperige dier op de bast. Daar werd het zo opvallende insect nagenoeg onzichtbaar, vanwege de schutkleur.
(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 16 mei ’25)