Spotvogel, bespot door merel

Spotvogel, bespot door merel

Spotvogel. Foto Marijke Wempe
Spotvogel. Foto Marijke Wempe

De laatste der Afrikanen arriveren: zomertortels, wielewalen, grauwe vliegenvangers, bosrietzangers, spotvogels. De tortels, vliegenvangers en spotvogels zijn in Nederland veel leefgebied kwijt geraakt. Dat bestond uit begroeide erven en houtwallen. Dat landschap hebben we moedwillig veranderd in een strakke, steriele eenheidsworst. Wat verwacht je ook van een volk dat zijn buitengebied ‘plat’ noemt?

Op sommige plekken redden erfvogels het echter nog. Misschien, als we onszelf ooit weer een prettige omgeving met een fraai landschap gunnen, kunnen ze zich vanuit die laatste oorden weer verspreiden. Moeten we wel op tijd tot inkeer komen, als er nog restpopulaties zijn. Want zie ze maar eens terug te krijgen als ze eenmaal weg zijn. Van onze huidige roergangers valt niets te verwachten. Nederland krijgt de natuur die het heeft gekozen.

Ik heb dit jaar nog geen spotvogel gehoord. Daarvoor moet ik naar Schiermonnikoog of Texel. Daar heeft bijna ieder erf nog z’n eigen spotvogel. Ook ons eigen erf op Schier. Het mannetje begint in mei te zingen en houdt dat een week of zes vol. Het gelige vogeltje laat zich nauwelijks zien maar des te meer horen. Hij zingt maar door, vaak ook ’s nachts, en heeft een enorme bandbreedte. Geen zangvogel, of hij wordt geïmiteerd. Ik dacht eens een nachtegaal te horen, was het een spotvogel. Toen ik een scholekster vanuit een boom hoorde, bleek het een spotvogel te zijn. Dit is deel 28 van mijn serie over vogelzang.

Tussen de chaotische imitaties door laat een spotvogel vroeg of laat een paar mauwende klanken horen, karakteristiek voor de soort. Tenminste, dat dacht ik. Vorige week hoorde ik ineens die spotvogel-jingle in de tuin. Tot ik moest erkennen dat het alleen klonk als de merel zong, en nooit door de merel heen. Nu denk ik dagelijks vele malen: hé, een spotvogel. Want die merel imiteert zo goed, dat ik telkens toch even twijfel of het geen spotvogel is, die een merel nadoet. Maar een spotvogel zou gevarieerder imiteren. Ik zie ook geen spotvogel wegschieten. Wel zie ik de merel zingen. Ik knijp in mijn arm: het is echt een merel.

Zo wordt de spotvogel zelf bespot! En ik erbij.

(Natuurdagboek Trouw, maandag 12 mei ’25)

 

DELEN
Reacties zijn gesloten.