Natuurdagboek

Snorkelende zweefvlieg uit de modder

Snorkelende zweefvlieg uit de modder

Gele veenzweefvlieg Sercomiya silentis. Foto Koos Dijksterhuis
Gele veenzweefvlieg Sercomiya silentis. Foto Koos Dijksterhuis

Op een akkerdistel tref ik in een moerassig rivierdal een zweefvlieg aan. Dat is op warme zomerdagen niet bijzonder, het is haast nog moeilijker geen zweefvlieg aan te treffen. In dit geval is het een gele veenzweefvlieg, vroeger hoogveenzweefvlieg genoemd. De vlieg komt voor op hoogveen, maar ook op ander veen en zelfs daarbuiten, want venig zou ik de rivierbedding niet noemen, eerder kleiig. Gele veenzweefvliegen kunnen snel en ver vliegen, en duiken soms ver buiten hun zompige leefgebied in bloemrijke tuinen op. Het gele onderscheidt hem van zijn naaste verwant: de donkere veenzweefvlieg. Zijn wetenschappelijke naam silentis is raadselachtiger, want dat betekent stilte, terwijl de gele veenzweefvlieg luidruchtig zoemt. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Reiger in bad

Reiger in bad

In het park lig ik te lezen. Er zijn mieren, maar niet veel en ik ruik geen hondenpoep. Het gras is groen, de lucht is blauw, de zon is warm. De zon is zelfs snikheet, maar in de schaduw is het fris. De grens van beide biedt het beste van twee werelden. De schaduwen worden geworpen door twee lindes, twee haagbeuken, twee platanen en een wilg. De wilg staat het dichtstbij, aan het water.

Ik lees het prachtige, nieuwe boek van Koos van Zomeren: Alle Vogels, een gevaarte van bijna 900 bladzijden. Het is powertraining van de armspieren om dat boek op mijn rug liggend boven me te houden.

Een kwalijk riekend dampje prikkelt mijn neus. Als ik me erop concentreer, ruik ik het niet, maar lezend ruik ik het weer. Het houdt het midden tussen zweetsokken en rotte vis. Achter het boek word ik een korte beweging gewaar. Onder de wilg zie ik het standbeeld van een blauwe reiger. Het beeld stond er net nog niet. Het steekt ineens zijn kop vooruit. De kop blijft vervolgens op zijn plek, terwijl de rest van de reiger bijgetrokken wordt. De beweging geschiedt behoedzaam. Het lijf schuift nog iets verder, alsof het onder de kop door wil. Zo wordt de kop als een katapult gespannen voor de ontlading.

Plotseling schiet de kop schuin naar beneden tussen het gras. Hij komt met smakkende snavel weer boven. Ik zie niets spartelen, de prooi zal wel een insect geweest zijn.

Als ik de camera pak, stapt de reiger opzij – van glurende camera’s is hij niet gediend. Hij hopt van de oever in een geparkeerd bootje, dat niet is afgedekt en vol regenwater staat. Daarin gaat de reiger zich uitgebreid badderen. Ik ruik hem niet meer. Na het bad wiekt de vogel weg over het water.

(Natuurdagboek Trouw maandag 4 sept. 2017)

DELEN
Herfst

Herfst

Spinneweb. Foto Koos Dijksterhuis
Spinneweb. Foto Koos Dijksterhuis

Het mag dan nog een paar weken zomer heten, in de natuur is de herfst al lang begonnen., De meeste planten zijn uitgebloeid, de meeste vogels uitgebroed. Er bloeien nog planten en er broeden nog vogels, maar ze zijn over hun groeispurt resp. broedpiek heen. Veel vogels trekken reeds zuidwaarts. Insecten hebben hun piek ook achter de rug. De eerste bomen blozen in herfstkleuren, de eerste eikels vallen.

De zon is nog warm, maar staat een stuk lager dan we gewend waren, en het wordt al om half negen donker. Gelukkig kunnen we dankzij de klimaatverandering op zonnige dagen tot in december buiten zitten. In september komen zelfs zwoele avonden in toenemende mate voor en ook los daarvan is september een prachtige maand. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wespennest

Wespennest

Wesp bij nest. Foto Koos Dijksterhuis
Wesp bij nest. Foto Koos Dijksterhuis

Boven mijn voordeur zit de hele zomer al een wespennest. De wespen vliegen af en aan. Ze brengen prooien en zoetigheid naar het jonge broed in de spouw. Menigeen zou direct een ongediertebestrijder inschakelen, die gekleed in een hermetisch ruimtepak met spuitbussen in de weer zou gaan. Als ze nou op ooghoogte af en aan zouden vliegen, was het vervelend geworden, al hoef ik alleen maar af en toe in en uit te lopen. Maar de wespen vliegen niet op ooghoogte, ze bewonen een penthouse op ongeveer twintig centimeter boven kruinniveau en vliegen over me heen. De brievenbus zit onderaan; niemand heeft last van de wespen. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Meidoorn na de zomer

Meidoorn na de zomer

Bessen en bloemen Foto Koos Dijksterhuis
Bessen en bloemen Foto Koos Dijksterhuis

De meidoornbessen zijn rood aan het worden. Er rijpt een feestmaal van bessen voor de trekvogels die in aantocht zijn. De bessen kunnen losse meidoornstruiken of –bomen, maar ook complete hagen en bosranden doen blozen.

De meidoornbessen gaan soms vergezeld door vogelkersen, sleedoornpruimen, lijsterbessen, hazelnoten, kardinaalsmutsen en Gelderse rozenbottels. Gelders roos is helemaal geen roos en draagt geen echte rozenbottels, maar vruchtjes die vogels niet eens zo op prijs stellen. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vliegende miereneters

Vliegende miereneters

Groene specht Foto Jeanette Essink
Groene specht Foto Jeanette Essink

De een-na-mooiste specht van Europa vind ik de groene. Hier in bosarm Groningen zie ik bijna nooit groene spechten. Als ik er elders een zie, ben ik blij. Nochtans meende ik er ooit een te horen op Schiermonnikoog, jaren geleden, toen daar op een enkele doortrekker na nog niet eens bonte spechten voorkwamen. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Drie zijden, drie bloemen, drie blaadjes

Drie zijden, drie bloemen, drie blaadjes

Pijlkruid Foto Koos Dijksterhuis
Pijlkruid Foto Koos Dijksterhuis

Op mijn vijftiende bracht ik een weekend door in een roeiboot, dobberend op veenplassen. Ik was met de Christelijke Jeugdbond voor Natuurstudie en zag mijn eerste wouwaapjes, mijn eerste kwak en honderden purperreigers. Ook kwam ik in aanraking met allerlei waterplanten, zoals watereppe, waterscheerling, krabbescheer, kikkerbeet en pijlkruid. De eerste twee heb ik als koppel onthouden, het koppel met de k’s. Als ik krabbescheer zie, denk ik altijd even aan kikkerbeet en andersom. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Boleten op rode stelen

Boleten op rode stelen

Fluweelboleten Boletus subtomentosus. Foto Koos Dijksterhuis
Fluweelboleten Boletus subtomentosus. Foto Koos Dijksterhuis

In het bos vind ik langs het pad onder beuken en eiken enkele fluweelboleten. Boleten zijn een familie van paddestoelen met een hoog Bommelgehalte. Ze hebben vaak rondborstige stelen en dikke hoeden, waaronder de sporen zich ontwikkelen in buisjes of poriën, en niet tussen plaatjes, zoals bij veel zwammen. Veel boleten verschijnen in juli al, zeker als het een natte juli is, zoals dit jaar. Ze blijven verschijnen tot in de herfst. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vliegen op de stront

Vliegen op de stront

Schorsvlieg en twee strontvliegen Foto Koos Dijksterhuis
Schorsvlieg en twee strontvliegen Foto Koos Dijksterhuis

Ben ik als Groninger eens in Overijssel, is de eerste de beste zijweg de Groningeresweg. Die wil ik beslist inlopen, peinzend over de straatnaam. Het is één Groninger, twee Groningers, en op Groningse wijze spreekt men van Groninger droge of liever nog van Grunneger dreuge worst. Ah natuurlijk: de weg naar de Groninger es.

Mijn geliefde is niet Grunnegs maar maakt geen bezwaar. Wij bereiken een loofbos. Er staan fluweelboleten in de berm en panteramanieten, familieleden van de vliegenzwam, maar dan grijsbruin met witte spikkels. Tijdens de natte julimaand kwam het zwammenseizoen op gang en er staan ook reeds ontbindende eekhoorntjesbroden en wit beschimmelde zwammen die onherkenbaar zijn. Maar de zwavelkopjes rond een dode stronk zijn in de kracht van hun leven. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Warm voor meerkoeten

Warm voor meerkoeten

Meerkoet. Foto Koos Dijksterhuis
Meerkoet. Foto Koos Dijksterhuis

Op mijn achttiende had ik tijdelijk meer belangstelling voor de stad dan voor de ommelanden. Toch liet ik me door een vriend overhalen tot een winterweekend van de Vogelwerkgroep. Wij sliepen in een barak. De ramen stonden wijd open, het vroor en ik klappertandde in mijn te dunne slaapzak.

Na een ontbijt van havermout lieten wij ons voor de kar spannen van een onderzoekje naar meerkoetengedrag. We zouden “protocolleren”, en dat verzamelen van wetenschappelijke gegevens leek ons nuttiger dan recreatief rondvogelen. Bijkomend voordeel was dat we niet veel hoefden te fietsen, maar konden wandelen, waar we eindelijk warm van zouden worden. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN