Kleine vuurvlinder op paardebloem, Foto Koos Dijksterhuis
De vlinders vlinderen maar door. Ik kom veel kleine vuurvlinders tegen, fraaie beestjes met oranje vleugels. Hoewel de vliegtijd volgens de boeken nu op z’n eind loopt, trekken de vlinders zich daar niets van aan. Er bloeien ook nog veel bloemen. Kleine vuurvlinders zijn te vinden op schrale graslanden met zuring en andere bloemen. …
Er zijn veel zwammen, het is een goede paddestoelenherfst. Vliegenzwammen zie ik bij massa’s, heel grote, vuurrode, groepen bijelkaar. Altijd goed voor mooie plaatjes. Er zijn ook rode paddestoelen zonder witte stippen. Dat zijn vaak russula’s. Op de foto staan ook russula’s. Er zijn een boel rode russulasoorten. Eén van de bekendste is de braakrussula. Als u daarvan eet, gaat u waarschijnlijk over uw nek en vervolgens zo heftig aan de buikloop, dat uzelf vanaf de wc-pot een eindje de lucht in schiet. …
Als er gaten vallen in mijn sok, gooi ik die sok niet meteen weg. Ik laat hem in de la liggen, tot ik hem voor de zoveelste keer bij vergissing aantrek en mijn grote teen of hak er uitpuilt. Dan pas gooi ik hem weg. Ik heb iets tegen weggooien.
Mijn moeder heeft een houten paddestoel, waarmee ze decennia geleden sokken stopte. Ik heb nog nooit een sok gestopt.
Toen de rits in mijn lievelingstrui stuk ging, heb ik hem door een kleermaker laten vervangen tegen een bedrag waarvoor ik twee nieuwe truien had kunnen kopen. …
De stichting AAP heeft achttien labapen opgevangen, en een nieuwe woonplek voor ze gevonden. Vandaag verhuizen ze van de apenopvang in Almere naar een dierenpark op Menorca. Labapen zijn apen die in een lab zijn geboren en getogen. Geneesmiddelenfabrikant MSD in Oss, waar deze apen werden gehouden, stopte afgelopen januari met aapproeven. Waar moesten de dieren heen? Stichting AAPp timmerde haastig een buitenverblijf in elkaar, exclusief voor deze groep. De bestaande quarantaine-ruimten zaten al vol. De apen konden voor het eerst van hun leven naar buiten en vonden dat griezelig, maar onder leiding van hun alpha-dame zochten ze het avontuur. …
Lijsters, vinken, mezen – dag en nacht zwermen vogels uit Noordoost-Europa Nederland binnen of over. Sommmige trekken naar Engeland, België, Frankrijk, Spanje, andere blijven de hele winter hier. Ik zie geloof ik minder lijsters dan andere jaren. Koperwieken hoor en zie ik wel veel, zanglijsters en kramsvogels minder en merels al helemaal niet, althans niet op trek. Misschien gaan ze ergens anders heen, het is een matig bessenjaar. De meidoorns, lijsterbessen en vogelkersen wemelen minder van de merels dan vorig jaar. Ze kunnen met tientallen in één zo’n bessenboom zitten. …
Sommige lezers vinden mij te kritisch over de landbouw. Ik ben ook kritisch, want in de moderne landbouw is nauwelijks nog ruimte voor planten en dieren die geen geld opleveren, maar die mij en vele anderen blij maken. Ik zie met lede ogen aan hoe het bewonderenswaardige en prachtige boerenbedrijf verandert in een megalomane agro-industrie. Ik denk dat die onstuitbare schaalvergroting een doodlopende weg is. Er komt een moment dat we niet nog meer uit de aarde en het vee weten te persen tegen nog lagere kosten. Dan leggen we het af op de wereldmarkt, want nergens zijn grond en arbeid zo duur als in Nederland. …
Er vliegen nog aardig wat dagvlinders. Kleine vos, atalanta, gehakkelde aurelia, kleine vuurvlinder en dagpauwoog bijvoorbeeld. Ze proberen een beschut, vorstvrij plekje te vinden voor een winterpauze. Of ze trekken naar het zuiden. Op de klimop zag ik een gehakkelde aurelia. In 2004 zag ik voor het eerst een gehakkelde aurelia in mijn Groninger tuin, nu fladderen de aurelia’s iedere zomer langs. Gehakkelde aurelia’s zijn zuidelijke vlinders. Met de temperatuurstijging rukten ze op naar het noorden. Klimop bloeit in de herfst en geeft beschutting. Er zitten veel vliegen, bijen, wespen en ook wat vlinders op. Die gehakkelde aurelia bijvoorbeeld. Die gaat misschien wel in de klimop overwinteren. Of ie het redt, is de vraag. Het blijft een vlinder met zuidelijke inslag. En als een mees of merel hem vindt… …
Als we tijdens een wandeling ons twaalfuurtje opeten in de zon, bezoeken ons direct wespen. Werksters, zo worden die opdringerige lastposten genoemd. Nou, ga dan werken! Houden ze nooit op met dat gezanik rond een broodje kaas? Jawel, het kan niet lang meer duren, of ze gaan dood. Maar dat weten ze vast niet, tobben over vergankelijkheid lijkt me niets voor wespen. …
Er bloeien nog tientallen soorten planten. Als we van Deventer naar Olst wandelen komen we wilde Bertram tegen, Theunisbloem, knoopkruid, hennepnetel, wilgeroosje, zwarte nachtschade, brunel. Dat zijn niet zozeer laatbloeiers, het zijn vooral langbloeiers. Hun toptijd is geweest, maar sommige houden dapper vol. Dat geldt ook voor distels, er bloeien akkerdistels en veeldoornige distels. Paarse en witte dovenetels, avond- en echte koekoeksbloemen, Jakobs- en bezemkruiskruiden blijven onbekommerd bloeien tot de nachtvorst toeslaat. Paardebloemen maken na een zomerpauze een tweede bloeistuip door en boterbloemen… ja, boterbloemen: bloeien die nou nog steeds of bloeien ze weer? Ik weet het eerlijk gezegd niet. …
Vriendin geeft me voor mijn verjaardag een wandel-arrangement langs de IJssel. Dag 1 benen we van antroposofisch Zutphen naar koek- en boekstad Deventer. Er ligt een fietspad op de dijk. Een fietsende mevrouw zegt dat verderop een steenarend zit. Wie weet. We zijn al blij met koperwieken. Wel blijft de gehoopte ijsvogel ter sprake komen. Vriendin heeft nog nooit een ijsvogel gezien. Er verschijnt geen arend, wel een torenvalk, een sperwer, een buizerd en een havik. …