Populieren mogen dan beroemd zijn dankzij Marsman die denkend aan Holland over deze bomen schreef, maar onder natuurmensen zijn ze niet bijster populair.
Populieren groeien snel en zijn vaak aangeplant om nieuwe wegen, paden of woonwijken snel met wat groen te versieren. Ook bestaan houtplantages vaak uit populieren. De bomen staan dan in rechte rijen en enorme machines met vijf vooruitgestoken maai-vingers raggen vier rijen tegelijk omver, die vervolgens gestript en weggesleept worden. Alsof het maïsplanten zijn. …
In het Lauwersmeer jagen nog enkele bruine kiekendieven langs de rietkragen, voor ze naar het zuiden aftaaien. Sommige blijven de hele winter in (Zuidwest-)Nederland, de meeste trekken verder zuidwaarts, tot voorbij de Sahara aan toe.
Hun plaats wordt ingenomen door andere roofvogels uit Scandinavië of Oost-Europa. Buizerds bijvoorbeeld, die ook bij ons broeden, maar ’s winters gezelschap krijgen van noordelijker soortgenoten. Over Nederland trekken nu veel buizerds. …
Goudplevieren. Foto vogeldagboek.nl – Adri de Groot
Hoe zomers ook het weer, rond het Lauwersmeer is de herfsttrek in volle gang. Brand-, kol- en grauwe ganzen buitelen binnen na een lange vliegreis. Watersnippen, zwarte ruiters, kemphanen, bontbekplevieren, kleine en bonte strandlopers stappen door het ondiepe water. Enorme zwermen goudplevieren en kieviten dwarrelen neer op de velden. …
In de nazomer en vroege herfst is het zaak in natte natuurgebieden uit te kijken naar visarenden. De grote, zwart-wit ogende vogels hebben lange, slanke vleugels waarmee ze kunnen bidden – klapwiekend stilhangen in de lucht. Dan loeren ze naar vis. Vliegend rangschikken ze een uit het water gesleurde vis onder hun lijf, de ene poot voor de ander, zodat de vis gestroomlijnd in lengterichting hangt. …
De zon gluurt tussen de horizon en donkere wolken door en zet de Biesbosch in een betoverend licht. Boswachter Jacques van der Neut start zijn pruttelbootje en tuft het moerasgebied in. “Best kans dat we een bever zien”, zegt hij. “Er zijn weinig bootjes meer, dan zijn de bevers niet zo schuw.”
Het motregent even, een regenboog verschijnt, zonnestralen omringen de dreigende wolken met een gouden gloed. “Ik houd van die Hollandse luchten”, zegt Jacques, hoewel we ze bewonderen boven de Brabantse Biesbosch. Jacques is al 39 jaar Biesboswachter en is verslingerd aan zijn gebied, “Er gebeurt telkens wat nieuws”, vertelt hij, “dan wil ik zien hoe het verdergaat.” Zo toog de boswachter zelf naar de voormalige DDR waar de dictatuur van het proletariaat op bestelling bevers leverde. Die werden uitgezet in de Biesbosch en intussen doen ze het uitstekend. “Er zwemmen er minstens driehonderd!”
Ik heb nog nooit een bever gezien. Ik heb doorgeknaagde bomen gevonden, beverglijbanen op oevers, bij bewoonde burchten gepost en in bevergebieden gekampeerd. Ik zag woelratten, muskusratten en beverratten, maar bevers nee. “Heb je er nog nooit één gezien?” vraagt Jacques verbijsterd.
We varen door het prachtige gebied, sinds kort bekend van die nieuwe natuurfilm, waar Jacques en collega’s bij betrokken waren. We zien twee visarenden, zes ijsvogels en twee dodaarzen, we horen verschillende cetti’s zangers, luidruchtige vogeltjes die uit Zuid-Europa oprukken, we zien drie reeën en een gehakkelde aurelia en hebben een heerlijke vaartocht in de nazomerzon.
Jacques stuurt naar de oever en legt bij Werkendam aan om een praatje te maken met een kennis. “Hij heeft nog nooit een bever gezien”, zegt hij met een hoofdknik naar mij. “Nee?” vraagt kennis, “tjonge.”
Op het houten bankje in de zon strijkt een libel neer. Hij is niet heel groot, maar houdt in rust zijn vleugels gespreid. Hij klapt ze niet op, zoals een juffer zou doen. Het is een libel. Bijna iedereen zegt libelle, maar dat is een damesblad.
Deze heeft een vuurrood lijf. Het is nochtans geen vuurrode heidelibel, maar een steenrode heidelibel. Hij heeft namelijk geelbruine lijntjes op zijn poten, die de vuurrode mist. De vuurrode heeft bovendien een verdikt achterste. Deze heeft weer wat donkere vlekjes op zijn snuit die een beetje op een hangsnor lijken. Bruinrode heidelibellen zijn even rood als die andere twee, en hebben ook een snor, maar alleen een rechte en dus geen hangsnor. …
We wandelen door het Middenduin bij Overveen. Spreeuwen en lijsters trekken over. Op warme zuidhellingen en in duinpannetjes verdringen vlinders en zweefvliegen zich bij de laatste bloemen. Er bloeien nog allerlei bloemen, maar het seizoen loopt duidelijk ten einde. Het is dan ook herfst, al reiken de parnassia’s met hun bloemen naar een zon die schijnt alsof het zomer is. …
De lucht boven de Kennemerduinen warmt op en twee buizerds zweven in cirkels steeds hoger. Schroeven, zo heet dat opwaartse gecirkel. De buizerds maken handig gebruik van de stijgende warme lucht. De thermiek voert hen tot grote hoogte.
Beide buizerds lijken om elkaar heen te cirkelen. Zou het een paartje zijn of een ontmoeting tussen twee onbekenden? …
Elke nazomer en herfst krijg ik foto’s opgestuurd van gezwollen en anderszins misvormde eikels. Ik vind ze ook in eikenbomen. Dat zijn door galwespen aangetaste eikels, die als reactie een gal vormen. De gallen zijn glanzend groen en een beetje plakkerig. De kleefstof schrikt eikel-eters af. Later kleuren de gallen roodachtig en gedurende de herfst drogen ze uit, worden ze bruin en vallen ze af. …
We nemen een kijkje bij wat voorheen de Hondsbossche Zeewering was, tussen Petten en Camperduin. Het was vrijwel de enige plek waar de Noordzee uit het Nederlandse laagland werd geweerd met een dijk. De dijk en de golfbrekers (meestal foutief strekdammen genoemd) waren de bodem voor een rotsachtig zeeleven. …